Vrouwen die van Reve houden

Anton de Goede ,

De laatste week van december wordt door VPRO Radio 1 opgeluisterd met een Grote Gerard Reve Show op kerstavond en vervolgens vanaf Eerste Kerstdag een zestal marathoninterviews. Elke dag, drie uur lang, vanaf 20.04 uur.

‘Een man moge veel weten, een vrouw begrijpt alles,’ schreef Gerard Reve in Brieven aan Josine M., en interviewer Tom Rooduijn vertrouwde hij ooit toe: ‘De vrouw is van het superieure geslacht. Daar is zij innerlijk zó diep van overtuigd, dat zij het helemaal niet erg vindt als de man in de waan wordt gelaten dat hij de baas is.’
Reve bracht vaker een ode aan de vrouw, en in zijn religie stond ook een vrouw, Maria immers, centraal. In een brief aan Rudy Kousbroek uit 1979 citeert hij instemmend de plaatselijke pastoor van het dorp Le Poët-Laval: “‘Ach’, zeide Père Martin, ‘mannen zoals U en ik hebben geen vrouw. Toch zouden we die eigenlijk moeten hebben. Maar ziet: door Gods genade hebben we tóch die vrouw: de Moeder Gods! Als U zich maar altijd aan Haar toevertrouwt, dan kan er niks scheef gaan’ (Album Gerard Reve, derde brief aan Rudy Kousbroek).
Op kerstavond, een mooier moment is er niet (pakt u De avonden maar ’ns uit de kast), is bij de VPRO-radio een rechtstreekse marathonuitzending te horen rond de in 2006 overleden volksschrijver. Met medewerking van onder anderen biograaf Nop Maas, schrijver Anton Dautzenberg, de modekoningen Teigetje (Willem van Albada) en Woelrat (Henk van Manen) en presentatoren Jeroen van Kan en Wim Brands. Allemaal mannen inderdaad. Terwijl Reve op verschillende plekken heeft geschreven dat zijn publiek ‘voor driekwart bestaat uit vrouwen, moeders van kinderen zelfs, die zwijgend haar plicht doen’.
Maar bestaan die vrouwen die van Reve houden eigenlijk wel? Nop Maas heeft inzicht in bewaarde post aan Reve en meent: ‘Er was wel degelijk ook allerlei fanmail van vrouwen, maar die waren absoluut in de minderheid ten opzichte van de mannen van tegennatuurlijke kunne. Een vrouw die idolaat was van Reve is Pim Petterson-Beckman, ze kende Reve en woont in Schiedam.’
Mevrouw Petterson vertelt desgevraagd een ‘Reve-kamertje’ te hebben gehad, een klein museum met Reve-titels en parafernalia. ‘Als Reve en Joop Schafthuizen hier in het huis aan de Nassaulaan waren en Gerards spijkerjack was kapot, dan verstelde ik dat. In ruil voor een gesigneerd boek. Lang geleden hoor, het was in de jaren tachtig. Ik houd erg van Gerards humor en van de mooie zinnen die hij schreef... De Reve-spullen zitten in een kast. Ik spaar nu munten en oude bankbiljetten.’
Nop Maas: ‘Naarmate Reve ouder werd, begon hij meer in woord en geschrift de eerbied voor de vrouw te preken.’ Volgens Woelrat en Teigetje klopt dat, en was dit geheel ingegeven door commerciële motieven: ‘Hij was erachter gekomen dat zijn boeken werden gezien als cultboeken en helemaal niet zo goed verkochten als gedacht. Vanaf Een Circusjongen is hij ook heteroseksuele liefdesscènes in zijn verhalen gaan opnemen, in de hoop dat meer vrouwen zijn boeken kochten’.
Beeldend kunstenares Sarah van Sonsbeeck is ook een groot Reve-liefhebber: ‘Zijn mooiste boek vind ik onbetwist Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard. Het is een soort alcoholische bespiegeling op het kunstenaarschap. Hoe leger de fles, hoe groter de wijsheden. Ik dacht aan het gezegde “Als de wijn is in de man, dan is de wijsheid in de kan”. En toch zeggen de personages veel wat waar is. Hartverscheurend mooi en even grappig als treurig. Mogelijk is Reve daarom wel zo goed.’
Schrijfster Aleid Truijens, eveneens fan: ‘Misschien is het aantrekkelijke van Reve dat hij iets mannelijks én iets vrouwelijks heeft in zijn karakter, stijl en observaties. Altijd maar de stoere bouwvakker uithangen, erop los rammen als iets niet bevalt, een hekel hebben aan “taartjesnichten” en intussen hypergevoelig, pruilend, aanhankelijk en sentimenteel zijn. Bepaalde observaties zie ik een manlijke man niet doen. Zoals: “Veel aardappelen, weinig vlees, dat eet voor een man niet zo lekker.” Of die scène waarin een vrouw de hele tijd “Me regenkapje!” brult. De meeste mannen kennen het woord regenkapje niet eens, laat staan het plastic ding zelf, opgevouwen in de handtas als een harmonica – mijn moeder droeg het, tot mijn ontzetting. Reve was een prachtige man vroeger, niet onaantrekkelijk voor vrouwen. Ik heb een zwak voor dat neurotische, geblokkeerde type, altijd geladen, krankzinnig slim, maar niet in staat normaal met anderen te leven.’
Het moet op kerstavond bij de VPRO-radio ook gaan over vrouwen die van Reve hielden; vrouwen die niet meer leven, zoals Reve’s echtgenote Hanny Michaelis, de wichelende zusjes Meijer (onder wie Josine M.) uit Den Haag, mevrouw Droogleever Fortuyn, ofwel dichteres M. Vasalis. En dan was er nog nosproducer Mia van ’t Hof, de rechterhand van regisseur Rob Touber. Samen organiseerden zij in 1974 De Grote Gerard Reve Show op televisie. Reve schreef gloedvolle brieven aan deze ‘lokatiekoningin’. Hopelijk zal Van ’t Hof er tijdens de uitzending bij zijn; bij het sluiten van deze gids waren de programmamakers nog ijverig naar haar op zoek.

Maandag 24 december: Grote Gerard Reve Show

Drie uur aandacht voor Gerard Reve, met lofredes, voordrachten en audiofragmenten. De avonden werd exact 65 jaar geleden uitgegeven en eregast Nop Maas publiceerde onlangs het afsluitende deel van zijn Revebiografie. Met verder onder anderen Anton Dautzenberg, Willem van Albada en Henk van Manen. Presentatie Wim Brands en Jeroen van Kan.

Dinsdag 25 december: J. Goudsblom

Johan Goudsblom nam in 1997 afscheid als hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Zijn memoires verschijnen dezer dagen in Tirade, het literaire tijdschrift dat hij mede oprichtte. Gesprek over sociologie, Norbert Elias, wetenschap, literatuur en het leven zelf. Interviewer: Anton de Goede.

Woensdag 26 december: David Van Reybrouck

De Belg David Van Reybrouck, cultuurhistoricus en archeoloog, schreef hét boek over de geschiedenis van Congo en is de oprichter van het burgerinitiatief G1000. De schrijver wil onze democratie weer pit geven. Daarover, en over België en Europa, over Afrika en Vlaanderen, gaat Van Reybrouck in gesprek met Djoeke Veeninga.

Donderdag 27 december: P.F. Thomése

Frans Thomése schreef zowel het keeltoeschroevende Schaduwkind als het droogkomische J. Kessels: the novel. Zijn debuut Zuidland werd onderscheiden met de AKO Literatuurprijs, met Grillroom Jeruzalem won hij eerder dit jaar de VPRO Bob den Uyl Prijs. Onlangs verscheen Het bamischandaal. Interviewer: Maarten Westerveen.

Vrijdag 28 december: Corine de Ruiter

Hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter promoveerde op angststoornissen, was lang hoofd Onderzoek van de tbs-inrichting Van der Hoeven Kliniek en vindt dat het Nederlandse strafsysteem ondoelmatig functioneert. Een gesprek met vele vragen, bijvoorbeeld of de moderne mens nog wel tegen tegenslag bestand is. Interviewer: Hans Simonse.

Zaterdag 29 december: Judith Herzberg

Dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg debuteerde in 1961 in Vrij Nederland. In 1963 verscheen haar eerste dichtbundel, Zeepost. Later volgden onder meer Beemdgras, Vliegen, Strijklicht, Botshol en Dagrest. Verder schreef ze de toneelstukken Leedvermaak en Rijgdraad, die beide werden verfilmd. Interviewer: Chris Kijne.

Zondag 30 december: Frans Timmermans

Frans Timmermans is nog geen twee maanden minister van Buitenlandse Zaken in het nieuwe kabinet. Eerder was hij staatssecretaris van Europese Zaken onder Balkenende. Daarvoor was hij namens de PvdA lid van de Tweede Kamer. Interviewer Ellen van Dalen bespreekt met de bewindsman de toestand in de wereld.