Literaire nazorg

Jeroen van Kan ,

Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes publiceerden deze zomer hun vertaling van Ulysses van James Joyce, onder de nieuwe titel Ulixes. Bepaald geen eenvoudig boek om te lezen, en dus bedachten ze, bij wijze van literaire nazorg, de cursus Ulysses-lezen. Die gaat half januari van start.

‘Liefde die zingt: liefdes oude liefdeslied. Bloom ontwond langzaam de elastieken band van zijn pakje. Liefdes oude liefdes sonnez la goud. Bloom wordt een streng rond vier vorkvingers, rekte het uit, liet los en wond het rond zijn dwarse dubbel, viervoudig, in octaaf, ketende ze stevig.
 - Vol van hoop en vol verrukking…
Mateloos in tel bij de vrouwen, tenoren. Goed voor het vloeien. Bloem aan zijn voeten gooien. Wanneer spreken we af? M’n hoofd dat kollukt. Je hoofd dat kollukt mee. Tinkel vol verrukking. Hij kan voor geen meter zingen. Je hoofd dat kollukt mee. Met een geurtje voor hem. Wat voor geurtje gebruikt je vrouw? Daar ben ik benieuwd naar. Tink. Stop. Klop. Laatste blik in de spiegel altijd voor ze de deur opendoet. De hal. Daar? Hoe maakt u? Ik maak goed. Daar? Wat? Of? Flacon met cachous, kusmintjes, in haar schoudertas. Ja? Handen tastten naar de weelderige.’
 
Toegegeven, het is niet eerlijk om een willekeurige passage uit een boek te lichten en zonder context hier neer te zetten. We weten niet wat vooraf ging, we weten niet welke vrouw parfum gebruikt, we weten niet aan welke deur wie het goed maakte en wie er aan de deur was. We weten alleen dat hier iemand aan het woord is, dat hoofdpersoon Bloom hier een rol speelt, maar wat weten we verder? En dan die cadans, dat ritme. Er is veel ritme, maar waar gaat dit over?
 
‘We gingen nu omhoog. Iedere spier deed me pijn, mijn hoofd was een mallemolen, mijn lichaam deed niet langer mee. Ik rekte me wat uit en schrok terug. Ik stond oog in oog met een kleine houten man die eenzaam en verlaten in laag geboomte hing. Uit dat houten lijf, verwrongen van pijn, schoten breekbare benen met absurd grote voeten en grotesk gekromde tenen. Zijn  kleine stijve armen stonden in korte, harde, gelijkmatige hoeken tot de straat. Om de verschrompelde lendenen was een gewichtig en tegelijkertijd koddig doekje gedrapeerd. Op een schrikbarend breekbare schouder hing zijn nekloze hoofd als een curieuze en bijna ridicule uitwas. In deze doodstille pop lag een gruwelijke instinctieve waarheid besloten, een verontrustende tragiek, een onaardse woestheid van rechthoekige emotie.’
 
Ook een tekst uit 1922, alleen niet van Joyce. Het is een fragment uit De Enorme Zaal van E.E.Cummings, volgens zijn Nederlandse uitgever een schrijver met een ‘hallucinerende, experimentele stijl’. Als dat zo is, hoe katakteriseer je dan het proza van Joyce? Is er een overtreffende trap beschikbaar van hallucinerend? Van experimenteel? Nee. Ultra-hallucinant, wellicht? Über-experimenteel? Lelijke woorden. Vergeten.
 
Ik gebruik het voorbeeld om aan te geven hoe volstrekt uniek het proza van Joyce is in het literaire landschap van begin jaren twintig. Natuurlijk, Proust was al een behoorlijk eind op streek met zijn Op zoek naar de verloren tijd (Prous begon eraan in 1913, Joyce begon met Ulysses in 1914), en Virginia Woolf publiceerde in 1922 de roman Jacobs kamer, waarin ze experimenteert met de stream of consciousness, maar dat doet er toch niks aan af… Het is een prachtige, maar ook nogal weerbarstige tekst. Ulysses bedoel ik. Vandaar dat Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, die afgelopen zomer, uiteraard op Bloomsday, hun nieuwe vertaling van Ulysses publiceerden, Ulixes genaamd, dat die, de nieuwe vertalers dus, bij wijze van nazorg, een cursus Ulysses-lezen, nou ja meer Ulixes-lezen dus, gaan geven. Bindervoet (Henkes verbleef buiten de landsgrenzen) was afgelopen wonsdag te gast in De Avonden om te praten over de cursus. Henkes en hij vertalen Joyce van achter naar voren, en dus van moeilijk naar makkelijk. De verhalenbundel Dubliners (1914) bevat glasheldere verhalen die door iedereen te begrijpen zijn, Finnegans Wake (1939) is hard werken. Woorddronken wartaal, volgens sommigen, een van de grootste literaire werken van de vorige eeuw, volgens anderen. De Amerikaanse auteur Michael Chabon schreef over het boek dat hij er vooral ‘the tantalizing way it both hints at meaning - deep, important meaning - and mocks it’ waardeert. Diepzinnig proza dat niettemin niet te beroerd is die diepzinnigheid te bespotten.
 
Stap in bij Dubliners en geef je daarna op voor de cursus. Dat kan hier. En kom ons na afloop vertellen wat je hebt geleerd. Veel plezier.