Brief op poten

Jeroen van Kan ,

De redactie van literair tijdschrift Tirade vroeg schrijvers naar de boze brieven die ze ooit stuurden aan buren, instanties, huisbazen en overige mannen of vrouwen die hun woede hadden gewekt.

Het resultaat daarvan is een nummer met brieven van in meer of mindere mate verontwaardigde schrijvers als Chartlotte Mutsaers, Geerten Meijsing, Detlev van Heest en Jamal Ouariachi. Zo is Mutsaers boos op een fotograaf die haar op onvoordelige wijze heeft vastgelegd. De fotograaf beroept zich op zijn artistieke vrijheid. ‘Best, die gun ik u in zekere zin. Maar noem het niet per se artistieke vrijheid. En waar is mijn vrijheid eigenlijk?’

 
Detlev van Heest protesteert tegen het vergassen van ongedierte in zijn wijk in Tokio: ‘Ten scherpste tekenen wij protest aan tegen het vergassingsbeleid van Tsjo-oefoe-stad. Vandaag, 29 juni, gaste een vergassingsvoertuig onze buurtschap. Volgens onze Japanse buren beoogt dit jaarlijkse gassen de uitroeiing van geleedpotigen door middel van scheikundige middelen, zoals pesticiden. Als belastingplichtigen die betalen voor deze door ons ongewenst geachte vergassing stellen wij U de volgende vragen. Kunt U ons precies uitleggen welke pesticiden U voor het gassen gebruikt alsmede in welke sterkte? Kunt U ons uitleggen waarom u het noodzakelijk acht gehele buurtschappen te gassen in een tijdperk waarin iedereen in Japan zich bewust wordt welke schade pesticiden, dioxine en uitlaatgassen aan de leefomgeving veroorzaken? Waarom zet Tsjo-oefoe-stad een vergassingsbeleid voort dat in de ogen van vele belastingbetalers schadelijk is voor kinderen, volwassenen en huisdieren? Waarom hebt U niet de moeite genomen de bewoners van Tsjo-oefoe-stad te waarschuwen die niet vertrouwd zijn met Uw vergassingsgewoonten?’
 
Als huisbaas een brief van Geerten Meijsing ontvangen kan nooit goed nieuws zijn: ‘U bent een fijne huisbaas geweest, omdat ik u deze acht jaar slechts één keer gezien heb, ten kantore van de makelaar, ter ondertekening van het huurcontract. Vier jaar geleden heeft u mij nog één keer gebeld, op mijn cellulare, waar ik niet van houd omdat die voor persoonlijk gebruik bedoeld is en een slecht bereik heeft hier in huis, zodat ik u slechts voor de helft kon verstaan. U wilde huurverhoging, twintig percent zoals u had laten berekenen door uw fiscaal adviseur. Ik heb geen fiscaal adviseur, vraag mij niet hoe de fiscus werkt of wat het is, maar om u tegemoet te komen, heb ik vanaf dat moment de helft van de door u voorgestelde verhoging betaald. Daarover heeft u niet geklaagd. U was een fijne huisbaas. Gaarne onderhoud ik zo min mogelijk contact met huisbazen en huizenbezitters (…) Dat ik nu contact met u moet zoeken, u bent gewaarschuwd, voorspelt niet veel goeds. In mijn levenshoroscoop is altijd veel goeds voorspeld voor de tweede helft van mijn leven, maar voorspellingen komen nooit uit, pace Nostradamus (…) Vanaf deze maand kan ik de huur niet meer opbrengen. Ik heb mijn bank opdracht gegeven de automatische overschrijvingen te stoppen. Sterker nog: ik heb mijn Italiaanse bankrekening helemaal opgezegd, waarvoor ik nog een aardige som moest betalen, di chiusura. Italiaanse banken zijn, behalve primitief en bewerkelijk in hun procedures, ook oplichters vanwege de fikse prijzen die betaald moeten worden, ook al wordt er niets met de rekening gedaan. Ik heb er nu genoeg van, ook al zal ik de beeldschone caissière uit Catania deerlijk missen. Evenwel ben ik niet van plan het pand te verlaten, vooralsnog. Het zal moeilijk zijn voor de Forze dell’Ordine hier binnen te dringen, omdat u zelf een porta blindata heeft laten installeren, die je alleen met een handgranaat open krijgt als hij op slot zit.’
 
Tot slot Jamal Ouariachi, die zich richt tot een nieuwe bovenbuurman: ‘In een eerder briefje heette ik je welkom in dit pand en verzocht ik je vriendelijk – na vier weken gehamer en geboor overdag en dreunende techno in de avonduren ter begeleiding van de computergametoernooitjes met je luidkeelse matties – om voortaan iets rustiger aan te doen met de beats en het gebrul.  Ik kreeg geen reactie op dat briefje, je bent je zelfs niet even komen verontschuldigen voor de overlast. Geeft allemaal niet, want sindsdien ging het ietsje beter. De afgelopen dagen is het echter weer elke avond de hele avond boem-boem-boem. En bij mij is de maat (no pun intended) nu vol. Ik kan natuurlijk de politie bellen, of een brief schrijven naar de woningbouw. Het kan. Ik heb daar niet zulke beste ervaringen mee. Voordat jij boven me kwam wonen, woonde er onder mij een suïcidale schizofreen (ja, ik ben een geluksvogel qua buren). Dat hij ’s nachts urenlang ‘JA! PASPOORT! JA! PASPOORT!’ stond te schreeuwen, of dat hij zijn dagelijkse schijtwerk in een vuilnisbak deed en dat hij die bak eens per week in de gracht voor de deur leegde, of dat hij af en toe zijn eigen voordeur te lijf ging met een baksteen – het bleek allemaal niet voldoende aanleiding voor de betrokken instanties om de arme stakker gedwongen op te nemen of in ieder geval uit huis te plaatsen. Dat gebeurde pas toen hij op een wonderschone ochtend de gaskraan urenlang had opengezet, met bijna-fatale gevolgen voor de overige tien bewoners van het pand. ’t Is living on the edge op dit adresje, ik waarschuw je maar vast…’
 
De volledige brieven zijn te lezen in het nieuwe nummer van Tirade. Meer voorproefjes zijn te vinden op de website van Tirade.