Poëzielezers gezocht

Wordt het Ter Balkt, Gruwez, Perquin, Polet of Wigman? In januari weten we welke bundel wordt bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. Doe mee aan het Poëziepanel en ontvang de vijf genomineerde bundels thuis. Lees hier hoe je je aan kunt melden.

De organisatie van de VSB Poëzieprijs en de VPRO nodigen je uit om deel uit te maken van het VSB Poëziepanel. Je krijgt dan de vijf bundels die genomineerd zijn voor de VSB Poëzieprijs 2013 thuisgestuurd en praat mee over de nominaties in het programma De Avonden. Hieronder vind je alvast wat de jury bij de bekendmaking van de nominaties schreef over de diverse bundels.

 

Als je mee wilt doen, stuur dan een mailtje naar boeken@vpro.nl. Wij, de organisatie van de prijs en de redactie van deze site, selecteren vijf leden voor het panel. Voor het einde van het jaar hoor je of je bent geselecteerd. Motiveer kort waarom je mee wilt doen.

 

De jury van de prijs bestaat dit jaar uit Saskia J. Stuiveling (voorzitter), Maria Barnas, Geert Buelens, Patrick Lateur en Anthonya Visser. Allemaal ervaren poëzielezers, maar wij willen ook graag weten wat jij als liefhebber van poëzie van de genomineerde bundels vindt. Kun je je vinden in wat de jury schrijft over de bundels? Welke zou jij bekronen en waarom? Op dat soort vragen willen wij graag een antwoord. Hier op de boekensite van de VPRO zullen jullie oordelen te lezen zijn en bovendien praten jullie mee op de radio.

 

De bekendmaking van de VSB Poëzieprijs 2013 is woensdag 30 januari, in een speciale uitzending van De Avonden.

Vliegtuigmagneet – H.H. ter Balkt

H.H. ter Balkt gromt en spuwt, fluistert en zingt als een visionair met beide voeten stevig in de klei van de polder en in de geschiedenis. De dichter is eigenzinnig en open, erudiet en speels. Zijn beelden functioneren zowel op een concrete als op een verwijzende manier, waardoor beelden uit de werkelijkheid en wat deze oproepen elkaar uitdagen. Zoals een vliegtuigmagneet lonkt en zich verwijdert, staan de gedichten onder een voortdurende spanning van aantrekken en afstoten.
 

Wijvenheide – Luuk Gruwez

De vormbewuste taalvirtuoos die uit deze bundel spreekt, varieert zonder moeite de verschillende stijlregisters tussen verhevenheid en alledaagsheid. Om zijn poëtische wereld vorm te geven, schuwt de dichter bovendien het scabreuze noch het banale. Hij creëert originele beelden, die niet zelden van een geestige lading worden voorzien die de onderliggende ernst relativeert. Zo krijgt het veelvuldig gethematiseerde afscheid dan ook nauwelijks een zwaarwichtige of zwaarmoedige lading maar wordt het veelmeer vanuit ongebruikelijke perspectieven met kritische afstandelijkheid belicht. 

Celinspecties – Ester Naomi Perquin

De dichter laat zien dat een cel zo groot is als een hoofd dat zich een heelal kan voorstellen. Zo groot als de wereld die Perquin nietsontziend en teder ontvouwt. Op verraderlijk luchtige toon schept zij met onvoorspelbare wendingen een gelaagde ruimte in deze bundel. Meer dan de geschiedenis van afzonderlijke criminelen vormt Celinspecties een wereld waar we niet aan kunnen ontsnappen – met vragen over schuld en over het toeval, dat van alle mogelijkheden die we hebben levens maakt.

Virtualia. Teletonen – Sybren Polet

Een vitale taalexplosie waarin de afgekloven spanning tussen natuur en cultuur opnieuw voelbaar wordt gemaakt door ze te injecteren met denkkracht, woordspel en verontwaardiging. De kredietcrisis, de digitalisering van onze cultuur en andere hedendaagse obsessies worden gevat in woorden en beelden die zich weinig gelegen laten aan de poëtische goede smaak en die doorlopend de grens van het zeg- en begrijpbare aftasten. Hier spreekt een dichter met een open vizier en een onverwoest geloof in de kracht van transformatie door denken en taal.

Mijn naam is Legioen – Menno Wigman

In een kritische terugblik op de beginjaren van onze eeuw evoceert Wigman herkenbare plaatsen en momenten die spreken van decadentie en dood. Ongenadig ontmaskert de dichter de desillusie van het fenomeen mens en spreekt hij zijn pessimisme en boosheid uit in ontluisterende gedichten, die dan weer welluidend klinken in hun haast klassieke, vormvaste verzen met een bezwerend ritme. Tegelijk boeit deze niet altijd prettige bundel door zijn enorme vitaliteit en zijn charmerende lichtvoetigheid. Uit die tegenstellingen spreekt een uitzonderlijke kracht.