Opdrachten van de engel

Dirk-Jan Arensman ,

De Amerikaanse singer-songwriter Josh Ritter werkte in verloren uurtjes op tournee aan zijn debuutroman. ‘Bij songs of literatuur schuilt de schoonheid niet in de conclusies maar in de vragen. Is die engel echt?’

‘Een goede song,’ zegt hij, ‘kan even episch zijn als een roman. Je bouwt eigenlijk een gang waar de luisteraar doorheen loopt, met allemaal deuren. Je kunt niet alles achter die deuren beschrijven, maar wel complete werelden suggereren. Als ik naar “The River” van Bruce Springsteen luister, heb ik het gevoel dat ik eeuwig zou kunnen doorgaan met ontdekken wat er achter die tekst zit.’
Liefde voor verhalen, daar begon het mee toen Josh Ritter (1976) opgroeide in Moscow, Idaho en al jong alles las van Flannery O’Connor tot Stephen King. Hoe ze de wereld om je heen konden veranderen, weidser maken. En toen hij als puber rondliep ‘with a lot to say and nowhere to put it’, greep hij naar liedjes als uitlaatklep. ‘Omdat die behapbaarder leken. Perfecte kleine dingetjes die ik misschien wel zelf kon maken.’
In 1999 bracht Ritter inderdaad zijn eerste plaat uit en sindsdien bouwde de singer-songwriter met zijn folkachtige nummers gestaag een trouw publiek op.
Rock-’n-roll with a lot of words,’ heeft hij ze wel genoemd.
Maar tijdens het schrijven aan zijn zevende album, So Runs the World Away (2010), stuitte hij op een verhaal dat zelfs hij niet binnen het bestek van een paar minuten kon vertellen. ‘Het ging over een vent die triviale opdrachten kreeg van een engel. “Ga de auto eens wassen.” “Die gloeilamp is nu nog niet kapot, maar straks wel. Ik zou hem maar vervangen…” De verteller hoorde het aan en gehoorzaamde. Maar ondertussen wist hij zelf niet precies waarom, hoe die engel dat allemaal wist en of het überhaupt wel een engel was.’ Het liedje werd niks, maar het idee liet hem niet los. Hij wilde door die deuren stappen, zeg maar.

Pratend paard
Voor hij het wist was hij in verloren uurtjes op tournee aan het werken aan wat zijn debuutroman werd, De wonderjaren van Henry Bright. Het verhaal van een soldaat uit de Eerste Wereldoorlog die, terug in zijn geboortedorp in West-Virginia, zijn vrouw verliest in het kraambed. Zijn huis moet hij in brand steken om zijn zoontje, de ‘Toekomstige Hemelkoning’, te redden uit handen van zijn wraakzuchtige schoonvader, ‘de Kolonel’, en diens redneck-zoons. Althans, dat beweert zijn beschermengel, die tot hem spreekt via… zijn pratende paard. (We weten hoe dat klinkt, maar: het werkt.)
In afwisselende hoofdstukken lees je over Henry’s tragikomische odyssee, zijn leven ervoor en, in indringende flashbacks, zijn herinneringen aan de loopgraven waar hij die engel ontmoette.
Aanvankelijk had Ritter geen idee dat het in die periode zou spelen. ‘Dat,’ lacht hij, ‘is te danken aan een boek dat ik heb gestolen. Het stond ergens in een hotelkamer, ter decoratie. Dus ik dacht: dan kan ik het beter meenemen en lezen. The Proud Tower heette het, van Barbara Tuchman. Een geweldig boek over de Eerste Wereldoorlog en de 25 jaar die eraan voorafgingen. We dachten destijds dat we alles wisten over natuurkunde, ethiek, gezondheidszorg… en plotseling: mosterdgas, de Spaanse griep en machinegeweren die uit vliegtuigen kwamen. Al die dingen waren er ineens!’ Verbijsterend moet het geweest zijn. Een startschot voor de moderne tijd dat nog steeds nadreunt. ‘Na nog een paar algemenere geschiedenisboeken begon ik memoires te lezen van soldaten en verpleegsters aan het front die soms prachtig schreven over hoe de grond eruit zag, de gewassen, hoe diep een krater was als er een granaat was ingeslagen of hoe het voelde om over niemandsland te lopen. The small stuff die zoveel dichter op je huid gaat zitten dan, pakweg, wat er aan vredesconferentietafels gebeurde.’

Vreest niet
Hij dacht ook vaak aan de veteranen van nu. ‘Door mijn muziek heb ik mensen ontmoet die heel openhartig over hun ervaringen vertelden en een van mijn beste vrienden heeft voor The Washington Post verslag gedaan van de oorlog in Irak. Van hen heb ik hartverscheurende dingen gehoord. Het ergste is dat het thuisfront er elke oorlog opnieuw van moet worden overtuigd, dat het feit dat een soldaat terugkomt en zijn benen nog heeft, nog niet wil zeggen dat-ie geen hulp en nazorg nodig heeft. We sturen mensen naar Irak of Afghanistan, en vervolgens vergeten we ze.’ Vandaar die engel misschien? Als laatste strohalm voor een in de steek gelaten ziel? ‘Bij songs of literatuur schuilt de schoonheid volgens mij niet in de conclusies maar in de vragen. Is die engel echt? Is het een hersenschim, het gevolg van posttraumatische stress? Uiteindelijk weet ik dat net zo min als Henry.’
Wat hij wel weet: ‘Als engelen bestaan, hebben ze alle reden om pissig te zijn dat ze op koffiemokken en kalenders worden afgebeeld als schattige figuurtjes die kinderen wegleiden bij gevaarlijke waterputten.’ Terwijl ze in de Bijbel zo raadselachtig en onheilspellend zijn. ‘“Vreest niet,” zeggen ze altijd. Maar als je iets moet doen als ze verschijnen, is het vrezen. Want je leven staat steevast op het punt héél raar te worden. “Hé Maria, je gaat een kind krijgen. Van God! Vreest niet…” Ze komen met de idiootste boodschappen. Goed nieuws is het zelden.’ Geweldige lol heeft-ie gehad met het bedenken van de consequent beroerde adviezen van die ‘goddelijke stem’.

Stephen King
En die nieuwe-messiasrol van Brights zoontje? ‘Ik zie Henry niet als een overdreven religieus iemand. Hij is gewoon een vent die worstelt met een eeuwenoude vraag: als God een good guy is, waarom overkomen goede mensen dan vreselijke dingen?’ Is Hij na de gruwelen van de loopgraven niet hard aan vervanging toe? ‘Bovendien: elke ouder denkt ergens toch dat zijn kind groots en belangrijk wordt? En Henry’s zoontje is het enige dat hij nog heeft. Misschien wordt het niet de verlosser van de hele mensheid, maar zijn redding is ’t zeker.’
Ritter praat met ontwapenend enthousiasme over zijn boek. Net als die recensie ervan in The New York Times van niemand minder dan Stephen King: ‘O wow, yeah. That was totally wild! Hij was een van de schrijvers die ik ontdekte. Ik heb bijna alles was hem gelezen en hij is altijd een held gebleven. Mede omdat ik het gevoel heb dat hij na al zijn enorme succes nog steeds elke morgen opstaat en aan de slag gaat omdat hij er domweg van geniet. Dat had ik zelf ook. Het schrijven gaf zo’n gevoel van vrijheid. Ik hoefde niet eens te rijmen! Ik kon werken aan dat rauwe, creatieve ding zonder dat iemand van het bestaan ervan afwist. Heerlijk.’
Kings vaderlijke advies (‘Begin onmiddellijk aan een nieuw boek’) is hij inmiddels dan ook vol overgave aan het opvolgen. ‘Songs zijn waar alles mee begon en nog steeds mijn eerste liefde, maar ik wil geen koe zijn die in de wei naar een ander grasveld staart waar-ie nooit naartoe kan. Ik wil alles schrijven, zo goed als ik kan. There’s no other thing to do.