Mismanagement

Over drie weken gaan de Olympische Spelen van start. De organisatie van de Olympische Spelen in London maakte onlangs bekend dat het budget flink wordt overschreden. "Het grootste gat in 16 jaar" volgens het Financieel Dagblad. De reden: "de organisatoren hebben de vraag voor veiligheid en particuliere investeringen niet weten te voorspellen". In Boekenzomer legt Erik Jan Harmens uit hoe dit heeft kunnen gebeuren.

Communicatieadviseur, dichter en ex-kampioen poetryslam Erik Jan Harmens werkte jarenlang als uitvoerend producent voor verschillende theatergroepen en merkte gaandeweg dat hij niet beschikte over het benodigde organisatorische talent. Hij hield het naar eigen zeggen verbazingwekkend lang vol voor iemand die geen hoofd- en bijzaken kan onderscheiden. Zijn boek De man die in zijn eentje de Olympische Spelen organiseerde gaat over onvermogen, mismanagement en zelfoverschatting. Harmens wil de lezer meegeven dat sommige dingen voor sommige mensen te groot zijn. En dat dat niet erg is.

Ron van Dijk is getrouwd, heeft twee kinderen, woont in een vinex-wijk en was tot twee keer toe ceremoniemeester bij een bruiloft. Ron heeft zich stellig voorgenomen dat hij een geboren organisator is en vanuit die hoedanigheid neemt hij het op zich de Olympische Spelen in Nederland en België te organiseren. Om de kosten te drukken houdt hij kantoor in zijn eigen woning en neemt hij slechts één werknemer aan; een persoonlijk assistent. Tegen de tijd dat hij merkt dat hij een te groot project heeft aangenomen, loopt hij al hopeloos achter op zijn schema en valt er eigenlijk niet zo veel meer te redden. Uit wanhoop probeert hij momentum te creëren door zich te focussen op details als broodbeleg. Hij houdt zich voor dat wanneer een detail goed zit en loopt, het grote geheel als vanzelf ook wel goed komt. Als een soort kosmische gunst.

Volgens Harmens is het boek een oproep aan mensen om hun beperkingen te erkennen. Immers; wanneer je weet wat je niet kan, weet je ook wat je wél kan. Mensen zijn erg bang voor deze erkenning, omdat ze volgens Harmens denken dat wanneer ze toegeven dat ze iets niet kunnen, ze daarmee toegeven dat ze niets kunnen. Daarom kom je volgens de auteur in het bedrijfsleven zo veel incapabele mensen op hoge posities tegen; ze zijn doorgegroeid in de organisatie en terechtgekomen in een functie die ze eigenlijk niet aankunnen, geven dat niet toe, maar zakken ook niet een treetje af. Als ze hun beperkingen beter hadden gekend, hadden ze ook niet op de verkeerde plek gezeten. Ron van Dijk is niet in staat om te onderkennen dat hij helemaal geen organisator is, verliest zich in details en verzandt zodoende in zijn eigen ambities.