'Vakantietijd is dure leestijd'

Tjitske Mussche ,

Welke boeken gaan er mee op vakantie? Of welke boeken krijgen deze zomer eindelijk de kans om gelezen te worden? Tjitske Mussche, boekenredacteur bij de VPRO Gids, speelt graag op safe: 'Boeken waarvan ik zeker weet dat ze goed zullen zijn.'

Toen ik gisteren in de boekwinkel stond om een stapeltje vakantievoer te verzamelen, werd ik overvallen door een gevoel van faalangst. Het uitzoeken van vakantieboeken voelt elk jaar wel als een test, maar hoe ouder ik word hoe erger het lijkt te worden.

Dat zit zo: vakantietijd is dure leestijd, misschien wel steeds duurdere omdat ik minder tijd heb. Juist op vakantie kan ik urenlang achter elkaar lezen. En omdat er dan meestal niet zo veel andere dingen zijn waarover ik hoef na te denken, heb ik alle ruimte om nog wat na te mijmeren over een personage of een gedachtengang. Boek en leven kunnen zo onbekommerd in elkaar gaan overlopen. Het helpt me nadenken over het afgelopen jaar of zet de toon voor het jaar dat komen gaat.

Dus als ik er in faal om de ‘juiste boeken’ uit te kiezen, boeken die slecht geschreven blijken te zijn, of waarin de hoofdpersoon totaal oninteressant is, zijn de gevolgen voor mijn vakantie niet te overzien. Dat overmeesteren mij gevoelens van tijdverspilling en totale nutteloosheid. Oftewel: chagrijn alom.

Ik speel dus liever op safe: boeken waarvan ik zeker weet dat ze goed zullen zijn. En dan neem ik ook nog een ‘reserveboek’ mee, voor als een van de ‘juiste boeken’ onverhoopt toch nog tegenvalt. Dat heb ik geleerd van de eerste vakantie met mijn verse geliefde. We namen allebei één dik boek mee, Oblomov van Ivan Goncharov. Oh oh oh, wat zou het romantisch zijn om tegelijk een boek te lezen. En dan ook nog een Rus! Ik zie de grijns van de boekhandelaar nog voor me. Uiteindelijk bleek een boek waarin de lethargische hoofdpersoon de eerste 150 pagina’s niet eens zijn bed uit komt, toch wat al te veel te vloeken bij onze zonnige Zweedse wildkampeer-avonturen. De laatste bladzijde van Oblomov is nooit bereikt en de dure leestijd werd verspild aan Scrabble. (Het zal met de verliefdheid te maken hebben gehad dat het meeviel met het chagrijn.)
Ook desastreus is het als ik te weinig boeken mee heb. Zo was ik een aantal jaar geleden op reis in China. Dankzij de ellenlange trein- en busreizen was ik al snel door mijn – in verband met de beperkte ruimte in mijn rugzak – wat karige boekenvoorraad heen. Een Engelstalig boek vinden is geen sinecure in de gemiddelde Chinese stad. Ik was de wanhoop al nabij (hoe moest ik nóg een twaalf-urige busreis overleven als ik geen boek had?) toen ik uiteindelijk in een middelgrote stad op een weggemoffeld boekenplankje naast het complete oeuvre van Shakespeare het prachtige The heart is a lonely hunter van Carson McCullers vond. Het was de redding van de vakantie.

Enfin, toen de boekhandelaar gisteren voorzichtig vroeg of ik nog wat wilde kopen, omdat hij zo ging sluiten, stond ik met het volgende stapeltje in mijn handen:

 

David Foster Wallace – A supposedly fun thing I’ll never do again (1997)
In 1995 bracht de Amerikaanse schrijver David Foster Wallace (1962-2008) een week door op een cruiseschip in de Cariben. Hij vond het er niet leuk. Deze essaybundel gaat daarover en schijnt briljant te zijn. In de boekwinkel vond ik naast deze bundel ook nog een klein boekje met een speech die hij in 2005 gaf aan studenten. Die schijnt legendarisch te zijn, en gaat dus ook mee in de koffer.

Julian Barnes – The sense of an Ending (2011)
Barnes won dit seizoen met dit boek diverse prijzen, en dat zal niet voor niets zijn. De eerste pagina is in ieder geval al meteen erg goed.

Raymond Carver - Where I am calling from (1988)
Ik houd van korte verhalen, maar heb nog nooit iets gelezen van wat toch de meester van het korte verhaal moet zijn: Carver. Deze verhalenbundel had de mooiste titel.

Het reserveboek van dit jaar is Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Dat is een veilige keuze, want dat vond ik ooit op de middelbare school een fantastisch boek. De laatste tijd krijg ik steeds meer zin om weer eens iets van Hermans te lezen. Nu maar hopen dat dit nog steeds een fantastisch boek is.