Wanhoop verpakt in grappen

Dirk-Jan Arensman ,

In 'Supertriest waargebeurd liefdesverhaal' van Gary Shteyngart vluchten twee volstrekte tegenpolen in elkaars armen, terwijl de Amerikaanse maatschappij om hen heen bezig is zichzelf te vernietigen. ‘Ik moest alles steeds erger maken.’

‘Nee,’ zegt hij droogjes, ‘ik gebruik humor niet om geestelijk gezond te blijven. Daar heb ik mijn psychiater voor, en een heleboel pillen.’ Maar dat de schaterlach en de depressie bij Gary Shteyngart (1972) dicht bij elkaar liggen, dat kan hij moeilijk ontkennen. ‘I think its called being Jewish.’
Praat een uurtje met hem, in een aquariumachtige ruimte in zijn Amsterdamse hotel, en hij moppert hilarisch over zijn recente promotietournee. ‘Je bent een jaar aan het reizen langs de meest afgrijselijke plekken. Ohio, New Mexico… plaatsen waarvan niemand weet waarom ze überhaupt bestaan. Al die tijd smeek je mensen: “Koop alsjeblieft mijn boek! Ik heb een hondje om eten te geven!”’ En aan het eind van het liedje mag je dan je handtekening zetten op het schermpje van hun e-reader. ‘Want,’ wijzend op het papieren boek tussen ons in, ‘die dingen wil geen mens meer hebben.’
Ook een fijn onderwerp: potentieel presidentskandidaat Rick Santorum. ‘Wist je dat die ooit openlijk een verband heeft gelegd tussen homoseksualiteit en mannen die honden verkrachten? Geweldig, toch?! Maar het beangstigende is dat als er binnenkort iets ergs gebeurt, een oorlog in het Midden-Oosten of een stijging van de benzineprijzen, Obama nog van hem kan verliezen ook.’ Hij rilt. ‘Als er een president Santorum komt, dan verhuist heel New York stante pede naar Toronto.’

Doemscenario’s
Wanhoop verpakt in grappen, ook Shteyngarts derde satirische roman, Supertriest waargebeurd liefdesverhaal, staat er bol van. Een dystopisch toekomstvisioen is het, gemodelleerd naar George Orwells Ninteen Eighty-Four, waarin twee volstrekte tegenpolen in elkaars armen vluchten, ‘terwijl de Amerikaanse maatschappij om hen heen bezig is zichzelf te vernietigen’. ‘Als kind was ik al dol op postapocalyptische verhalen. Ik las siencefictionbladen, Asimov, Dune… all the nerdy stuff. Op de Hebreeuwse school wensdroomde ik vaak dat er een nucleaire oorlog kwam die alles om me heen verwoestte. Bovendien heb ik, omdat ik in Sint-Petersburg ben geboren en op mijn zevende naar de vs kwam, de nodige ervaring met wereldmachten in verval. Eerst de Sovjet-Unie, nu Amerika… Als ik in de Gouden Eeuw naar Nederland was gekomen, was de boel diezelfde dag nog ingestort.’
Toen hij in 2006 aan zijn roman begon te werken, waren zijn doemscenario’s bescheiden. ‘Ik dacht dat ik de banken zou laten omvallen en de auto-industrie failliet laten gaan. Maar twee jaar later waren die dingen al daadwerkelijk gebeurd. Ik moest alles steeds erger maken. En dan nog… Oorspronkelijk zou het verhaal over een jaar of tien spelen, maar uiteindelijk heb ik maar op de achterflap gezet: Set next Tuesday.’
Een vrolijke dinsdag is het niet. De Amerikaanse economie is overgenomen door Chinese en Noorse investeerders. Het land wordt geregeerd door de dictatoriale Tweepartijenpartij die een oorlog uitvecht met Venezuela. En terwijl de armere inwoners van New York bij elkaar zijn gedreven in een getto in Central Park, is de rest van de bevolking volledig in de ban van hun ‘appärät’, een griezelig geavanceerde smartphone.
Hoewel, bij verteller Lenny Abramov valt die obsessie mee. Want al werkt hij bij een futuristisch bedrijf dat de rijken der aarde de biotechnologisch gegenereerde onsterfelijkheid probeert aan te smeren, de 39-jarige is een hopeloos ouderwetse romanticus. Een neurotische zoon van Russische immigranten met heimwee naar de twintigste eeuw en een intens gênante hobby: hij leest!

Angstfantasietjes
‘Het idee was dat Lenny een immigrant in de digitale wereld is. Zelf ben ik zo slecht met technologische dingen dat ik me, toen ik net een smartphone had, bijna voelde zoals mijn ouders toen ze naar Amerika kwamen zonder een woord Engels te spreken. Ik heb een student betaald om me te leren ermee om te gaan. He got me on Facebook and all that shit, dat ik nu voor promotie gebruik. Je moet wel,’ zucht hij. ‘Maar ik ben er zoveel ongelukkiger door geworden. Ik loop voortdurend te twitteren. Als ik iets moois zie, geniet ik er niet van maar maak een fotootje voor mijn Facebook- pagina… Waarom?! Vroeger was ik een flaneur die om me heen keek hoe het leven zich ontvouwde in plaats van naar een schermpje te loeren. Nu moet ik soms naar het platteland vluchten, omdat mijn iPhone daar minder bereik heeft en ik dan eindelijk rustig kan nadenken.’
Zover is het dus al. En die andere functies die de äppäräts hebben, die komen eraan. ‘Lezers sturen me er artikelen over. Dat ranken van andere mensen, dat je via telefoons wordt beoordeeld op aantrekkelijkheid en rijkdom, en in ranglijsten geplaatst? Wordt aan gewerkt. Binnenkort hoef ik maar met dat ding naar je wijzen, en ik weet hoeveel geld je hebt, hoe hoog je cholesterolgehalte is, met wie je naar bed bent geweest… alles!’
De lijst van angstfantasietjes die sinds Shteyngart zijn roman in 2010 publiceerde bewaarheid zijn, is sowieso lang. Die doorzichtige OnionSkinJeans die hij verzon, bijvoorbeeld? Was al te zien op de Parijse catwalks. Maar het meest aansprekende voorbeeld is toch de opstand der horden die hij beschreef. ‘Ik was pretty freaked-out toen Occupy Wallstreet begon. Maar echt verbazingwekkend was het niet. Amerikaanse regeringen zijn al tijden bezig de middenklasse te verwoesten en een situatie te creëren waarin één procent van de bevolking superrijk is en de rest moet vechten voor de basaalste levensbehoeften. Natuurlijk worden mensen dan woedend! De vs wordt steeds meer een extreemrechts soort Rusland: ons eigen oligarchietje.’

Grafschrift
Het is maar goed dat dat liefdesverhaal er was. Lenny die een even onwaarschijnlijke als ontroerende relatie krijgt met een Koreaans meisje-van-haar-tijd: de shoppende, sociaalnetwerkende twintiger Eunice Park. ‘Ze samen in die maatschappij plaatsen, was best pijnlijk. Zoiets als als kind mieren martelen met een vergrootglas. Maar zonder hen was het hele boek één drammerige tirade geworden.’
Dat is Supertriest waargebeurd liefdesverhaal allerminst. En in eigen land werd de roman een bejubelde bestseller, ironisch genoeg mede dankzij een promotiefilmpje op You- Tube waarin Sheyngart een analfabete schrijver speelt en bijrollen zijn weggelegd voor Jay McInerney en Jeffrey Eugenides. ‘Om een boek te verkopen, moet je er tegenwoordig eerst een film over maken...’
Niettemin opmerkelijk: dat een roman waarin de dood van de leescultuur een running gag is zo’n hit is. ‘Een vreemde ervaring, inderdaad. Maar het voelt ook bijna als een heel succesvol grafschrift. Norman Mailer heeft voor zijn dood mooi samengevat hoe ik over schrijven denk: “Ik heb het gevoel dat ik prachtige rijtuigen maak in een tijd waarin de eerste Model-T Ford voorbijraast.”’
Waarom hij ermee doorgaat? ‘Misschien ga ik binnenkort koelkasten of airconditioners leren repareren,’ zegt hij met weer zo’n bedroefde glimlach. ‘Tot die tijd is dit het enige dat ik kan.’