Nooit meer gebraden kippetjes

Padu Boerstra ,

Een beter mens worden, dat wilde de Duitse schrijfster Karen Duve. Ze consumeerde een jaar lang niets wat schade zou kunnen aanrichten aan dieren, milieu of andere mensen. Het bleek een onmogelijke opgave. ‘Helemaal niets consumeren, dat zou ideaal zijn.’

Ze valt wat uit de toon in het deftige gezelschap op kasteel Groeneveld in het bos bij Baarn. Maar schrijfster Karen Duve, gestoken in wat de aanwezige heren en dames waarschijnlijk zouden bestempelen als ‘vrijetijdskleding’, blijft er onverstoorbaar onder op deze bijeenkomst ter ere van de Britse schrijver en denker John Berger. Duve is in Nederland vanwege de presentatie van haar eigen boek Fatsoenlijk eten en schrijft net als John Berger (Waarom naar dieren kijken, Cossee) over de relatie tussen mens en dier. Alleen is haar relatie tot het dier voornamelijk bepaald door het al dan niet eten ervan.
Dol was ze op gebraden kippetjes, totdat het op een dag ten volle tot haar doordrong wat een afschuwelijk leven dat Gebratenes Huhn van €2,99 had gehad. In vier weken van pasgeboren kuiken opgeblazen tot kiloknallervlees, natuurlijk kende ze de feiten allang, maar net als zoveel andere mensen stopte ze met nadenken op het moment dat ze de supermarkt binnenkwam. Tot de dag dat ze besloot een beter mens te worden, zichzelf als een proefkonijn aan een streng eetregime onderwierp en daar een boek over schreef. Ze probeerde een jaar lang vier voedingswijzen met de bijbehorende levensovertuigingen uit: achtereenvolgens at ze enkele maanden biologisch, vegetarisch, veganistisch en uiteindelijk zelfs fruitarisch.

Filosofisch aspect
Fruitarisch? ‘Dan eet je alleen die delen die je kunt plukken, zonder de plant of boom te beschadigen,’ zegt Duve zonder een spier te vertrekken. Dus fruit, sommige groenten, noten en bessen. En sommige fruitariërs, zo staat in haar boek, zouden een overreden dier van de straat af kunnen plukken en opeten. Ze heeft getwijfeld of ze de fruitarische fase ook moest doen, of de lezer haar dan nog serieus zou nemen: ‘De argumenten om biologisch voedsel te kopen en om geen vlees te eten, geen melk te drinken, zijn goed te volgen. Maar met het fruitarisme komt er een filosofisch aspect bij: wil ik alleen leed vermijden of gaat het me om respect voor alle leven?’
Hoewel het inderdaad soms wat ver gaat, is de consequentheid waarmee Duve volhardt in haar pogingen geen schade te veroorzaken met wat ze consumeert bewonderenswaardig. Al mogen we blij zijn dat ze de ‘prana’-fase, waarbij je alleen nog van lucht leeft, aan zich voorbij heeft laten gaan.
Na afloop van haar voorleessessie op het kasteel slingert de naar eigen zeggen ‘astmatische brillendraagster met orthopedische problemen’ haar rugzakje over één schouder en wandelt de zaal uit – inderdaad loopt ze wat moeilijk. Terwijl in het koetshuis geklonken wordt met wijnen borrelglazen, vindt het interview in een bouwkeet plaats, die tijdelijk dienst doet als kantoor.

Nette ondernemers
In Nederland weigeren steeds meer supermarkten en grote bedrijven vlees of eieren uit de bio-industrie, onder druk van stichtingen als Wakker dier. Denkt Duve ook dat de verandering vanuit de voedingsmiddelenindustrie moet komen? Beslist: ‘Het is de politiek die er wat aan moet doen. Ik vind dat je in een beschaafd land erop moet kunnen vertrouwen dat de levensmiddelencontrole van vlees al gedaan is, voordat het in de supermarkt ligt. Je kunt van burgers toch niet verwachten dat ze zelf de intensieve veehouderij in de gaten houden? Dan moet je zoöloog, geoloog, klimaatdeskundige, filosoof en wat niet al tegelijk zijn. In het verkeer op straat hoef je je toch ook niet bij elk verkeersbord af te vragen of het wel ethisch verantwoord is om dat gebod op te volgen?’ Het probleem is, beschrijft Duve in haar boek, dat de mestveehouderijen en slachthuizen wel degelijk worden gecontroleerd; het zijn bedrijven van nette ondernemers die binnen wettelijke grenzen hun winsten maximaliseren. ‘Blijkbaar hielden de staat en ik er gewoon heel andere opvattingen op na over wat je een varken, een rund of een kip mag aandoen.’
In Duitsland werd Fatsoenlijk eten unaniem positief ontvangen en het stond een jaar op de bestsellerlijst. Duve verscheen veelvuldig op televisie om over haar boek te praten, helemaal toen ze samen met Jonathan Safran Foer het hele land ging rondtoeren voor een lezingenreeks. ‘Zijn Dieren eten kwam in 2009 uit, bij mijn eigen uitgeverij ook nog,’ vertelt Duve daarover. Lachend: ‘Ik was net begonnen aan mijn eigen boek en schrok enorm: ik ben te laat, dacht ik, iemand is mij voor geweest. Daarna realiseerde ik me dat wij schrijvers geen patentbureaus zijn, en dat het bovendien goed is als er zoveel mogelijk boeken over dit onderwerp verschijnen.’

Frustrerende tijd
Was Safran Foer al ideologisch overtuigd vegetariër toen hij zijn boek schreef, Duve daarentegen was voor ze begon aan haar experiment een zelfverklaard ‘begeisterte’ vleeseter. Het was dan ook een zwaar jaar, en niet alleen vanwege het gemis van geliefde etenswaren (Haribo snoep! Frikadellen! Cola light!). Gaandeweg ontdekte Duve dat aan bijna elk product wel een potentiële misstand kleeft. De biologische boerderij waar ze gaat kijken, behandelt zijn dieren niet zo zachtzinnig als ze had gedacht. Fruitariërs vertellen haar dat planten toch ook levende wezens zijn en dus gevoel hebben. Op het laatst scheldt ze haar kat de huid vol omdat die muizen vangt (steeds meer, sinds het veganistische kattenvoer), durft ze haar paard niet meer te berijden (‘ik lijk wel een slavendrijver’) en laat ze haar tuin verwilderen omdat ze geen planten wil bezeren. Duve beaamt dat het een frustrerende tijd is geweest. ‘Het bleek onmogelijk om niets te consumeren wat schade aanricht. Op het moment dat ik me moreel superieur voelde en dacht dat ik geen enkel leven meer vernietigde, wees iemand op mijn T-shirt en zei: “Ken je de ellende op de katoenvelden van Oezbekistan? Kinderarbeid, enzo.”’ Zuchtend: ‘En dan kun je fair trade kleren gaan kopen, maar daar worden weer pesticiden in gebruikt. Het is echt moeilijk, en je weet nooit zeker of het goed is.’
Het is nu meer dan twee jaar geleden dat Duve aan haar experiment begon; is zij een beter mens geworden? Duve: ‘Het merkwaardige is: ik richt minder schade aan dan vroeger in mijn leven. Ik eet geen vlees meer, koop vooral biologische producten en probeer veel minder te consumeren, niet steeds nieuwe spullen aan te schaffen. Toch voel ik me er slechter bij dan ooit, doordat ik nu zoveel beter op de hoogte ben van de misstanden. Dat zal ook wel de reden zijn dat de meeste mensen het liefst niets willen weten. Het beste zou eigenlijk zijn om helemaal niets te consumeren.’ Ze denkt even na en grinnikt. ‘Of helemaal niet leven, ja, dat zou ideaal zijn.’