Ongevonden voorwerpen

Tiemen Hiemstra ,

De fiets van Fake Ploeg - 3/5

Een korte wandeling brengt me bij de Leidsevaart. Hét kanaal. Niet veel verderop, langs dit water vond Fake Krist/Ploeg de dood. Terwijl ik mij naar de plaats van misdaad (of verzetsdaad eigenlijk) begeef houd ik het kanaal nauwkeurig in de gaten. Is dat het stuur van een fiets?

<<< Deel 2

Nee, het is een stuk pijpleiding. (Een stuk pijpleiding?! Ja, een stuk pijpleiding.) Het lijkt mij best mogelijk dat de SS’ers na de huizen in brand te hebben gestoken de fiets in het water dumpten, een makkelijkere manier om er van af te komen bestond niet. Natuurlijk zou die nu al jaren met een koraalrif aan roest op de bodem liggen, maar toch… Is dat de stang van een fiets? Nee, het is de tak van een boom (De tak van een boom?! Ja, een boomtak).

De koepel van de St. Bavo Kathedraal komt in zicht. De lucht links van mij begint grijs op te zwellen. Motregen vormt onschuldige kringetjes in de Leidsevaart, maar wordt heviger met elke stap. De wind begint aan mijn haren te trekken. Ik ben een hele nuchtere jongen, opgevoed met de waarde van de kritische geest, maar dit begint toch wel erg op een transcendentale waarschuwing te lijken. In mijn hoofd hoor ik de stem van Mulisch al donderen: ‘Dit is mijn terrein, mijn aanslag!’. Als ik de kathedraal bereik knappen de takken van de bomen en klotst het kanaal als een wildwaterrivier. Ik sprint naar het dichtstbijzijnde afdakje, het fietsenrek van de Bavoschool. Als ik weer op adem ben, kijk ik om mij heen en zie ik dat de lucht overal zo grijs als lood is, op één gat in de verte na, en precies daar schijnt de zon. Kolossale pilaren van licht heien zichzelf de grond in. Ik dacht dat ik De aanslag naleefde, niet De ontdekking van de hemel.

Vlak na die gedachte houdt het noodweer gelukkig op. Ik kan de straat weer op. Pas nu besef ik dat ik op de plek sta waar de fiets ooit is omgevallen. Daar achter het fietsenhok waar ik net schuilde, vanuit de gymzaal van de Bavoschool, loste Zwarte Kees het voor Fake Krist fatale schot. Daar aan het einde van de straat kwam Cor Takes aangefietst, hier haalde hij Fake Ploeg in, hier schoot Truus Coster de NSB’er neer. Naast de kathedraal staat een oorlogsmonument. Een stenen vrouw die naar de grond staart, zoals ook Mulisch beschrijft in De aanslag wanneer Anton als student terugkeert naar de plek des onheils. In het steen rond haar voeten staan tien namen gekerfd, tien gijzelaars die bij wijze van represaille de dood van Fake Krist met het leven moesten bekopen. In het boek zijn dat er zes, waaronder Antons ouders en Truus Coster. Het beeld is door de hevige wind alleen aan de voorkant nat geworden, aan de achterkant is het steen nog licht van kleur.

Aan het einde van het boek komt Anton nog een keer terug naar hier, dit keer met zijn kinderen erbij. Op de plek waar vroeger zijn huis stond blijkt dan een witte bungalow te staan. Ik zie nergens een witte bungalow. Ook ontbreken de molen en de flauwe bocht in het kanaal die Mulisch beschrijft. Dat de aanslag hier heeft plaats gevonden is zeker, maar dat Anton hier ook heeft gewoond vind ik moeilijk om voor te stellen. Ik zoek het huis aan de Leidsevaart dat nog het meest aan alle plaatsbeschrijvingen voldoet. Gezicht naar de kade, derde van links in een blok van vier. Gevonden! Het is een vooroorlogs huis, dus niet platgebrand door de SS. Ik bel aan, niemand doet open.
 

                                                                        Deel 4>>>