Hofmeesters zaag

Tiemen Hiemstra ,

Kettingzaag kopen - Deel 3/4

Het dichtstbijzijnde tuincentrum ligt in Osdorp. Daar moet Hofmeester zijn tuingerei vandaan hebben gehaald. Een korte tramrit brengt mij tot vlak voor de ingang, alwaar groene, wapperende vlaggen boven een lege parkeerplaats mij verwelkomen.

<<<Deel 2

De herfst is misschien niet het seizoen om je in de tuin uit te leven. Of je moet hem winterklaar willen maken natuurlijk. Als ik binnenkom lijkt de marketingafdeling daar in ieder geval op in te spelen, maar zij hanteren een wat afwijkende definitie van winterklaar: porseleinen sneeuwpoppen, plastic zuurstokhuisjes en speelgoedtreintjes die daar omheen rijden. Alles wat je maar nodig hebt om je tuin in een ware weihnachtsmarkt om te toveren. Ik passeer een groot, knipperend rendier en loop zo snel mogelijk door naar de afdeling met gereedschap.

Ik zie snoeischaren, ik zie heggenscharen, ik zie grasmaaiers, ik zie kettingzagen! Nee, als ik dichterbij kom blijken het elektrische heggenscharen te zijn. Geen kettingzagen?! Geen kettingzagen. Ik stap op een vrouw in tuinbroek af. ‘Waar zijn hier de kettingzagen?’
‘U bedoelt van die machinezagen met ketting?’
‘Ja, kettingzagen.’
‘Wij verkopen alleen elektrische heggenscharen. Wilt u struiken snoeien? Een elektrische heggenschaar is ideaal voor die klus. Heel zuinig en heel veilig.’  Ik zie hoe een stoomtrein in een met spuitsneeuw bedekte bergtunnel verdwijnt.

Veilig en zuinig struiken snoeien, denkt u werkelijk dat dat is wat ik wil? Kijkt u mij nog eens diep in de ogen, mevrouw met de tuinbroek. Ik wil geen struiken snoeien, ik wil wilgen knotten, zieke bomen omhakken, mijn moordlust botvieren, met een door benzine aangedreven machine, de natuur, de moeder van alles dat leeft, tot gort vermalen om haar voor eens en voor altijd mores te leren. Het liefst zo onveilig en onverantwoord mogelijk. Dat is wat ik wil. Waarom zou een man anders in godsnaam tuinieren, mevrouw met de tuinbroek?!

Ik houd me in zoals Hofmeester zich - op enkele incidenten na - ook altijd heeft ingehouden, bedank de vrouw zo vriendelijk mogelijk, en begeef me richting uitgang. Het regent zo hard dat je het binnen al hoort klateren. Ik open mijn stormparaplu. Het laatste wat ik hoor voor ik buiten ben is een blikkerig ‘ho-ho-ho’.

Deze keer laat ik er geen twijfel over bestaan, ik surf naar de website van Stihl en klik op het kopje ‘verkooppunten’. In heel Amsterdam is er maar één plek waar ze Stihl-producten verkopen. Geen tuincentrum, maar een machineverhuurbedrijf in Amsterdam-Noord. Nu ja, meer duidelijkheid over hoe deze zoektocht te vervolgen kan er onmogelijk bestaan.

Ik beland op een soort industrieterrein. Weinig huizen, vooral veel garages en bouwbedrijven. Als mensen hier wonen doen ze dat in woonboten. Achter een hoog ijzeren hek blaft een rottweiler naar mij. Het is weer eens wat anders dan Oud-Zuid. Ik betwijfel of Jörgen Hofmeester zich hier thuis zou voelen.

Aan het einde van de straat staat het bedrijf waar ik moet zijn, ‘Roskam BV - Verhuur en verkoop van gereedschap en machines’. Ik durf het terrein nauwelijks te betreden, voor een beetje respectabele entree heb je hier op zijn minst een bulldozer nodig. Toch zet ik een stap en dat blijkt mee te vallen. Juist omdat ik niet met een tientonner de hekken plat rijd, let niemand op mij, ik kan ongestoord rondkijken.

De mannen hier (vrouwen bestaan er niet) dragen allemaal blauwe overalls in plaats van tuinbroeken, ze hebben lichamen van cement en stappen gedecideerd in het rond, druk met van alles - zo lijkt het. De winkel bestaat uit een machtige hangar waar alle walsen, betonmolens en graafmachines zijn gestald, met daarnaast een grote hal vol gereedschapsrekken. Door één van die rekken zie ik iets oranjes schemeren, ik loop ernaartoe en verdraaid, de hemelen gaan open, een hele wand vol Stihl-apparaten.

De kleine MS 160, de monsterlijke MS 440 Magnum, ze zijn allemaal van de partij. Ik neem de 160 in mijn handen. Hij is zwaarder dan gedacht, het voelt eerder aan als wapentuig dan als een stuk tuingereedschap, het voelt als macht, tastbare macht. Dit ding is inderdaad sterker dan Jezus, sterker dan Allah. Ik zou hem willen voelen ronken in mijn handen, maar er zit natuurlijk geen benzine in. Voorzichtig leg ik hem weer op de plank en zoek naar de MS 170. Geen spoor.

Ik vraag het aan een man van cement. Verbaasd kijkt hij me aan. Jij krijgt dat ding nog niet eens van de grond getild, lijkt hij te denken, maar hij zegt: 'Eén momentje'. Hij haalt een plastic bekertje koffie en drukt die in m’n handen. Ik moet hier wachten, hij gaat de baas even halen. Ik heb helemaal geen zin in koffie, maar ik drink het om niet onbeleefd te zijn. Hoe heeft Hofmeester het hier ooit overleefd?

De baas blijkt ook een man van cement, maar onderscheidt zich door zijn kale hoofd. Hij heeft een Stihl-folder bij zich en wijst naar een plaatje van de MS 170. ‘Zoek je deze?’ Ik knik. ‘Momenteel niet op voorraad. Ik kan hem wel voor je bestellen. Zal ik hem voor je bestellen?’ Ik vraag of hij mij eerst wat kan vertellen over de zaag, waarop hij een onnavolgbaar verhaal begint over de 50-schakel-ketting in plaats van 44, een lekker vermogen van 1,6 pk (ideaal voor elzen en berken, niet voor beuken), euro als brandstof omdat hij anders in je gezicht explodeert en over degelijkheid, pure Duitse degelijkheid. Hij hijgt er van, een haast eufore glimlach verschijnt op zijn gezicht. Tot slot raadt hij mij aan om een zaagbroek te kopen. ‘Eén uitschieter en je bent klaar met je been, dat ding gaat door alles heen.’ Ik knik nog eens en zeg dat ik op de hoogte ben. De baas geeft me een vriendenprijs van 225 euro. Ik bedank hem en zeg dat ik nog even verder kijk. Mijn koffie gooi ik vlug in de prullenbak en ik loop naar de uitgang. Als hij me na roept dat ik 15% korting kan krijgen doe ik net alsof ik dat niet heb gehoord.

                                                                    Deel 4 >>>