Britain's finest

Tiemen Hiemstra ,

De diepten van het proza, daar draait het om bij de Man Booker Prize 2012, aldus juryvoorzitter Peter Stothard. Dinsdag weten we wie de belangrijkste Britse literatuurprijs mee naar huis neemt. In De Avonden nam Odin Dekker, hoogleraar Engelse literatuur en cultuur, de shortlist door.

Volgens de wedkantoren is Hilary Mantel de grootste favoriet. Zij won de prijs al eens in 2009 met Wolf Hall. De roman waarmee ze nu genomineerd is, heet Bring up the Bodies (Het boek Henry in het Nederlands) en is de opvolger van Wolf Hall. Samen vormen ze deel één en twee uit een trilogie in wording. De historische romans gaan over Thomas Cromwell, de rechterhand van Henry VIII. Als Mantel wint is ze de eerste vrouw én eerste Brit die de prijs twee keer won. Peter Carey en J.M. Coetzee zijn tot nu toe de enige auteurs die twee maal de Man Booker Prize wonnen, twee heren die uit Australië en Zuid-Afrika afkomstig zijn.

Dekkers noemde haar een terechte winnaar omdat Bring up the Bodies voor een historische roman met een ongekende natuurlijkheid en vanzelfsprekendheid is geschreven.

Veel critici wijzen naar Umbrella van Will Self als de roman met de beste papieren. Dit hypermodernistisch epos, met drie door elkaar kronkelende stream of consciousness vertelt een onnavolgbaar verhaal op onnavolgbare wijze. Ook Dekkers durfde zich niet aan een synopsis te wagen. Vorig jaar was er een bescheiden rel ontstaan nadat de juryvoorzitter 'readability' als voornaam criterium had aangedragen. Als de huidige jury een statement wil maken laten ze Will Self winnen. Het zou betekenen: 'Readability, we couldn't care less'.

Dat Will Self op de lijst staat is een goede ontwikkeling volgens Dekkers, het betekent dat de jury dit jaar voor variatie heeft gekozen en niet voor een dubieus criterium als leesbaarheid.

De andere vier zijn minder waarschijnlijk, maar daarom natuurlijk niet kansloos. Hoe vaak is 'verwacht het onverwachte' wel niet een waarheid van jewelste gebleken bij prestigieuze prijzen als deze (toch nog één verwijzing naar de Nobelprijs). Twee van de genomineerden zijn debutanten: Alison Moore en Jeet Thayil. De één schreef Lighthouse, over een nostalgische wandeltocht door Duitsland. Volgens Dekkers een opvallend klein en subtiel boek tussen het ambitieuze geweld van haar concurrenten, maar ook wat duidelijk gecomponeerd: ‘Je kunt zien dat het een debuut is’. De ander, Narcopolis, is een monumentaal verhaal gesitueerd in de opiumhuizen van Mumbai dat leest alsof je zelf wat hebt zitten roken. Dekkers ziet vooral Moore niet gauw winnen.

De overige twee underdogs zou je opgevangen slachtoffers van de 'ontlezing' kunnen noemen. Zowel Tan Twan Eng van The Garden of Evening Mists als Deborah Levy van Swimming Home kregen hun boek met geen mogelijkheid bij een gerenommeerde uitgeverij gepubliceerd. De markt voor hun boeken zou te klein zijn, waardoor ze het moesten doen met een kleine oplage bij een minder bekende uitgeverij. Hun nominatie viel als een betichting te interpreteren: 'Uitgevers, kwaliteit is de voorwaarde, niet bloed en SM', maar als één van hen wint, kan het natuurlijk ook gewoon betekenen: 'dit is een goed boek'.

En dat geldt uiteraard voor alle zes. Welk boek ook wint, je leest 'm niet om deel te kunnen nemen aan de zoveelste discussie over kunstkritische maatstaven, maar gewoon om lezer te zijn van 'lekker diep proza'.

Bring up the Bodies’ dus, volgens Odin Dekkers. Het volledige gesprek, met Maarten Westerveen als interviewer, is hieronder terug te luisteren: