Er is iets met Murakami

Tiemen Hiemstra ,

‘Gelaten, maar vooral ook geestig en mild. Een omhelzing van het leven. Hoe hij het doet, je kan er de vinger niet op leggen ‘, aldus Manon Uphoff over Haruki Murakami in De Avonden van afgelopen vrijdag.

De absolute niet-winnaar van de Nobelprijs is een man van mysteries. Hij laat zich sporadisch interviewen en schrijft boeken waar niemand het succes van kan duiden. Profetisch kosmopolitisme? Japanse levenskunst? Natuurproza? Er is iets met Murakami. Maar wat?
 

Zijn personages hebben een passie voor pasta, vallen op meisjes met een slepend been en gaan op zoek naar een schaap met ster op de rug, omdat een extreemrechtse profeet met hersentumor het beest in een van zijn visoenen heeft gezien. Ondanks alle melancholie die daarmee gepaard gaat, zijn Murakami’s boeken in wezen heel licht en geestig, niet zelden tot in het absurde. ‘Alle personages zijn blij om te leven,’ zegt Manon Uphoff. ‘Het grote lijdensverhaal, zoals je dat vrijwel in elke westerse roman terugvindt, ontbreekt.’
 

Volgens Japan-deskundige Pepijn van Hauwelingen is dat eigen aan de cultuur. ‘Je ziet het aan de berusting waarmee Japanners reageerden op Fukushima, aan de berusting waarmee Kamikazepiloten in WOII het vliegtuig instapten. Vergankelijkheid is voor hen meer feit dan tragedie.’ Ook de plotloosheid van Murakami’s verhalen wordt gezien als typisch Japans. Allard Schröder merkte in Vrij Nederland eens op dat Murakami’s proza het tegendeel is van wat Hermans beoogde met zijn vermaarde mus-valt-van-het-dak-poëtica, waarin elke zin, elk beeld van onmisbare betekenis is. Murakami weidt uit, meandert, zoals ook de natuur groeit en kronkelt, ogenschijnlijk zonder doel. Een verhaal maken, dat laat hij voor een groot deel aan de lezer over.
 

Iets waar wij Westerlingen (met Hermans dus aan kop) normaal gesproken niets van moeten hebben. Wij die altijd maar vragen: ‘Waarom?’ en ‘Hoezo?’ En toch gaan zijn boeken ook hier als warme broodjes over de toonbank. Bevinden wij ons misschien in zo’n diepe existentiële crisis dat we ons heil in de Oosterse wijsheid zoeken?
 

De eeuwig doorsudderende yogahype zou die theorie allicht kunnen staven, maar we mogen niet vergeten dat Murakami uitgebreid door Europa reisde en literatuur doceerde aan de universiteit van Princeton. Hij heeft zijn liefde voor het westen nooit onder stoelen of banken gestoken. Carver, Fitzgerald en Dickens duidt hij aan als literaire vaders. En als de mogelijkheid zich voordoet, laat hij het nooit na om in zijn boeken te verwijzen naar Kafka, Schubert of zelfs The Beatles. Ook de vermeende ‘Japanse plotloosheid’ kan veel extremer. Kijk maar naar de in Japan immens populaire vechtfilms, of de romans van naamgenoot Ryu Murakami, die pas echt van zin en bedoeling zijn verstoken.
 

In veel opzichten lijkt het alsof Murakami een brug vormt. Oosterse setting in westerse stijl beschreven, individualistische personages in een collectivistisch Japan. ‘Zonder Bijbels te willen klinken: Murakami beschrijft de worstelingen van een nieuwe mens,’ zo beweert Manon Uphoff. Is dat misschien het geheim? Loopt hij voor op wat de globalisering, de versmelting van alle culturen, ons zal brengen? Beatle-fans zonder angst voor de dood?
 

Dat zal nog moeten blijken, want hoe populair zijn boeken ook zijn, er bestaat ook genoeg weerstand. Veel critici verwijten hem vrijblijvende pretenties en chicklit-dialogen. Zij zien die nieuwe wereldorde nog niet zo zitten. U wel?


Voor meer Murakami-duiding, zie hier de documentaire 'Dinner with Murakami'.

      Luister hier naar het gesprek met Manon Uphoff