Filmessays als autobiografie

Maurice Woestenburg ,

Romans en films zijn voor Arnon Grunberg een vorm van kennisoverdracht, ‘een manier om in de wereld door te dringen’, schrijft hij in ‘Buster Keaton lacht nooit’, een nieuwe bundel met essays over films.

Veertien jaar na De troost van de slapstick, waarin hij een pleidooi hield voor verstrooiing, verschijnt er van Grunberg een nieuwe bundel met filmessays. Buster Keaton lacht nooit bevat 25 (veelal herziene) stukken die hij eerder, tussen 1995 en 2010, in NRC Handelsblad en Vrij Nederland publiceerde. Een stuk over Sam Peckinpah's Straw Dogs schreef hij speciaal voor deze bundel.

De besproken films in Buster Keaton lacht nooit zijn zowel Amerikaans als Europees, soms is het een bekende klassieker, dan weer een film uit de afgelopen twee decennia. Verwacht geen filmtechnische bespiegelingen over camerastandpunten of montagevondsten, die laat hij in de bundel vrijwel buiten beschouwing. Als bioscoopbezoeker heeft hij eerder oog voor zaken op dramaturgisch, psychologisch en sociologisch gebied.

Grunberg schrijft pas over films als hij op een vermeende onderliggende betekenis stuit of als er dwarsverbanden zijn te maken. Zijn filmessays beschouwt hij als een autobiografie. Films kunnen namelijk iets zeggen over interesses, wat iemand oppikt uit de wereld.

‘Film is ook een manier om de wereld beter te begrijpen,’ zei hij onlangs in De Avonden. Door zijn bezoeken aan Afghanistan is hij bijvoorbeeld meer oorlogsfilms gaan kijken. ‘Ik ben meer geïnteresseerd geraakt in films die laten zien dat het eigenlijk onmogelijk is om buiten de politieke constellatie te leven, dus dat je allemaal in een maatschappelijke werkelijkheid leeft die meer bepaalt dan je denkt’.

Op vrijdag 5 april was Arnon Grunberg te gast in Brands met Boeken om over zijn filmessays te praten. Ook zijn andere projecten komen aan de orde. Aan de linkerzijde zie je enkele trailers van films die in Buster Keaton lacht nooit worden besproken.