Boekenbijsluiter #21

Anna-Sandrijn van Brouwershaven ,

In 'de Boekenbijsluiter' iedere week een literair paardenmiddel tegen een alledaagse kwaal. Volg de voorschriften op, lees en genees.<BR><BR>Deze week een recept van Elske van Lonkhuyzen: de zevendelige romancyclus 'Het Bureau' (1996-2000) van J.J. Voskuil.

1. Indicaties.

U neemt Het Bureau in bij werkgerelateerde spanning, veroorzaakt door:

• grote verantwoordelijkheden
• ogenschijnlijk zinloze formaliteiten
• moeizame collegiale verhoudingen
• een algeheel gevoel van ongemak

2. Speciale waarschuwingen.

Rasechte optimisten wordt Het Bureau ten sterkste afgeraden. De worstelingen van hoofdpersoon Maarten Koning hebben op hen mogelijk een deprimerende uitwerking. Ook thrillseekers kunnen Het Bureau met zijn kleine, alledaagse observaties het beste links laten liggen.
Gebruik Het Bureau in géén geval tijdens uw vakantie.

3. Samenstelling.

Het Bureau is de langste Nederlandse roman. Zij bestaat uit zeven dikke pillen die in totaal ruim vijfduizend bladzijden tellen. 
De heilzame werking van Het Bureau schuilt in de wiskundige regel dat twee negatieven samen een positief vormen. U vindt uw afkeer jegens het werkende leven in Het Bureau bevestigd, hetgeen uw gevoel alleen in de wereld te staan enorm verkleint.
De subtiele, nauwkeurig beschreven en door hun herkenbaarheid uiterst humoristische situaties aan het A.P. Beerta Instituut (gebaseerd op het Amsterdamse Meertens Instituut, waar de auteur dertig jaar werkte) zijn hét bewijs dat uw leed universeel is. Dit maakt haar, opmerkelijk genoeg, draaglijker.

4. Toepassing.

Wie zich beperkt tot tweemaal daags een hoofdstuk zal gedurende zijn hele werkende leven voorzien zijn van bevestiging en troost. Merkt u dat u halverwege uw carrière al door de romancyclus heen bent, schroom dan niet de passages die u zijn bijgebleven nog eens op te zoeken, als waren het oude vrienden. De laatste alinea uit het derde deel, Plankton, leent zich goed voor zo’n vriendschap:

‘Hij liep in de schemer naar huis. Boven de huizen hing nog wat laat licht. Er was geen wind. Bij het Athenaeum Nieuwscentrum kocht hij de krant. Hij sloeg de hoek om en liep de Voorburgwal af, onder de hoge bomen. Voor het eerst drong het tot hem door dat zijn vader dood was en daarbij voegde zich het besef dat het ook met Beerta was afgelopen, zijn echte vader en zijn geestelijke vader. Hij was alleen. Terwijl dat besef tot hem doordrong, werd het doodstil om hem heen, geen geluiden van trams, auto’s, de stad hield de adem in. Hij keek omhoog naar de lucht, waar tussen de kleine, gekroesde wolken het tere blauw van de avondhemel doorbrak. En onverwacht doorstroomde hem een geluksgevoel, zo intens dat hij zich alleen nog had hoeven afzetten om in de ruimte weg te vliegen.’

a. Wijze van toediening

Ofschoon de herkenbare humor in Het Bureau uitnodigt tot hardop voorlezen aan derden, is voorzichtigheid geboden. Niet zelden is de humor zo subtiel, en pas voelbaar voor de lezer die de personages al gedurende enkele honderden pagina’s heeft gevolgd, dat u de toehoorder er geen plezier mee doet. Laat dat u er echter niet van weerhouden zelf hartelijk en met heldere klank te lachen bij uw favoriete passages. Lachen is, zoals u weet, gezond.

5. Overdosering, vergeten, stoppen.

Een dag, week of zelfs maand overslaan kan geen kwaad. Vooral tussen de delen in. Het enige nadeel van een dergelijk stop is dat u de bijzonderheden van de vele personages die Het Bureau rijk is, kunnen ontgaan. Dit doet echter niets af aan de werking van het middel en u pakt de draad makkelijk weer op.

6. Mogelijke bijwerkingen.

Verslaving is bij Het Bureau een reëel gevaar. Temeer omdat het middel zo omvangrijk is. Aangeraden wordt de zeven delen over uw werkzame leven te verspreiden. U zult dan merken dat de jaren tot uw pensioen omvliegen.

7. Bewaarvoorschrift.

Als Het Bureau iets bewijst, is het dat men in de jaren ’50 op de werkvloer met dezelfde problemen kampte als nu. Minstens zestig jaar houdbaar dus, en vermoedelijk langer.

Elske van Lonkhuyzen (1984) studeerde Psychologie en had een jaar les aan de Schrijversvakschool. Ze werkt op een kantoor en schrijft in de avonduren absurde, soms grimmige korte verhalen. Die staan op haar website.