Fictieve kunst

Maurice Woestenburg ,

William Boyd beschouwde zijn verzonnen monografie 'Nat Tate. An American Artist 1928-1960' als een literaire oefening met fictie en werkelijkheid. Kunstcritici zien de roman nu als een conceptueel kunstwerk.

'Bij het lezen van verhalen of romans met kunstenaars als belangrijkste personages of desnoods bijfiguren verlang ik wel eens naar een kaatsbaleffect', schrijft Joost Zwagerman vandaag in zijn column in de Volkskrant. 'Kunstenaars en kunstwerken jagen de verbeelding van romanschrijvers aan; die schrijvers draaien de werkelijkheid een kwartslag, waarna fictieve kunstenaars de roman bevolken – maar daarna houdt het op; ik ken althans geen fictieve kunstwerken uit romans die zijn 'geadopteerd' en verbeeld door kunstenaars.'

Zwagerman zou onder meer de fictieve schilderijen uit Stephen Kochs The Bachelor Bride en Frans Kellendonks Mystiek lichaam door kunstenaars verbeeld willen zien. 'Prompt slaat niet alleen je verbeelding aan, maar wordt ook een verlangen opgeroepen: naar een concreet, zicht- en tastbaar 'buiten-literair' kunstwerk dat die fictie kan evenaren of zelfs maar benaderen.'

William Boyd staat weliswaar niet te boek als kunstenaar, maar de Britse schrijver deed een soortgelijk experiment waarbij fictieve kunst voor een 'buiten-literair' kunstwerk werd aangezien. In 1998 publiceerde hij Nat Tate. An American Artist 1928-1960, een als biografie vermomde roman over de jong gestorven abstract-expressionistische kunstenaar Nat Tate. De presentatie van het boek vond plaats in het atelier van Jeff Koons in New York, alwaar David Bowie voor een select gezelschap van kunstenaars, schrijvers en critici zijn bewondering voor het werk van Tate uitsprak. De Britse popster zou zelfs werk van Tate in zijn collectie hebben. Niet alleen Bowie, maar ook Picasso-biograaf John Richardson en criticus Gore Vidal zaten in het complot. Om de geloofwaardigheid te versterken haalden ze in het boek allerlei herinneringen op aan de fictieve kunstenaar. A moving account of an artist too well understood by his time, aldus Vidal, een aanbeveling die tevens de omslag sierde. Het boek werd uitgegeven door 21 Publishing, een in kunstboeken gespecialiseerde uitgeverij, en voorzien van reproducties van tekeningen die door Boyd zelf waren vervaardigd en foto’s die op een rommelmarkt werden aangetroffen.

De kunstwereld tuinde erin. Zo zouden sommige kunstcritici hebben opgemerkt dat Tate 'interessant, maar niet zo erg bekend' was. Het duurde een week voordat het verzinsel van Boyd uitkwam. Achteraf beweerden dezelfde kunstcritici het spel te hebben meegespeeld, alsof ze ook in het complot zaten. 'Dit is de ultieme droom van een realistische schrijver, je fictie voor veel mensen werkelijkheid te zien worden', reageerde Boyd.

Volgens Boyd verkent en verlegt het boek de grenzen van fictie. 'Het wil onze opvattingen over wat iets 'echt' maakt ter discussie stellen. Dat hangt grotendeels samen met presentatie en perceptie. Nat Tate werd gepresenteerd als een monografie, en daarom ook zo gelezen', zei hij kort na de onthulling in NRC Handelsblad.

In 2011, dertien jaar na de publicatie van het boek, werd een van 'de slechts 18 overgebleven werken' van Nat Tate bij Sotherby’s in London geveild - het merendeel van zijn werk zou nog voor zijn tragische dood zijn vernietigd. Het door Tate gesigneerde schilderij, getiteld Bridge No 114, bracht maar liefst 7.250 pond op.

Ook de veiling was door Boyd zelf op touw gezet. 'Perhaps the circle could be closed if a Nat Tate drawing came on the open market. If this fictional artist could sell an artwork for real money then the Nat Tate story would have reached some kind of apotheosis and consummation', schreef hij in The Guardian. De opbrengst van de veiling ging naar het goede doel, bestemd voor kunstenaars die financiële hulp kunnen gebruiken. Boyd: 'I'm convinced that Nat would approve.'