Aftelkroniek #32

Jeroen van Kan ,

De Poolse schrijver Witold Gombrowicz (1904–1969) blijkt twee dagboeken te hebben bijgehouden, eentje bestemd voor de openbaarheid en eentje bestemd voor de schrijver zelf. Een soort persoonlijke boekhouding.

Helaas is dat boek nu uitgegeven. De schrijver blijkt zich zorgen te hebben gemaakt over de erkenning die zijn werk zou opleveren, over het wel of niet in aanmerking komen voor de Nobelprijs, blijkt zijn slaapkamer met hordes tijdelijke bedpartners gedeeld te hebben, van beide geslachten, en daar een keur aan venerische ziekten aan te hebben overgehouden. In de Neue Zürcher Zeitung schrijft recensent Ulrich M. Schmid dat we de auteur uit zijn steekwoordachtige notities leren kennen als iemand die gedreven wordt door alledaagse beslommeringen, dat het ons door de uitgave van zijn persoonlijke aantekeningen nu eindelijk vergund is te zien wie er achter het ironische masker schuilgaat. Dat masker moet af, we willen weten wie de echte man is, alsof de parade van alledaagsheden waar we dan kennis mee maken ons dichterbij brengt.
 
 
 
Die echtheidshonger heeft ons collectief bevangen. We willen weten hoe de man of vrouw die die boeken schreef echt was. What’s he really like? En dat terwijl de gedaante waarin de schrijver ons tegemoet wilde treden die van het werk is en niet van de mens die weleens op een toilet zat, zong onder de douche, zijn vrouw weleens achterover in de rozenstruik heeft geduwd of zijn hond heeft geslagen met een riem. ‘Ik leid het leven van een non!’ heeft de jongere vrouw van Gombrowicz, Rita, eens naar haar man geroepen in een ruzie. Witold bevredigde zijn driften het liefst buitenshuis.
 

Natuurlijk, het demasqué van Gombrowicz in dit at al te triviale boek kan het werk niet aantasten. Hij blijft de man zoals we die niet leren kennen in zijn boeken, ver weggestopt achter de ironische fictie die zijn handelsmerk is geworden. De schade die deze uitgave kan bewerkstellingen is te verwaarlozen, en toch zou je wensen dat erven afzien van het publiceren van elke snipper papier die een persoonlijker licht kan werpen op de schrijver. Doe het niet. Auteurs die al hun dagboeken verbranden in de tuin, ik begrijp ze wel… 

Onderstaand stukje schreef ik in 2004. Toen was het Gombrowicz-jaar. Dat is het volgend jaar weer.
 
Gombrowicz (spreek uit WIE-told Gom-BRO-wietsj) wordt geboren in 1904, in Maloszyci, een plaatsje dat zo’n 200 kilometer onder Warschau ligt. De oude Gombrowicz is een welgestelde landeigenaar en directeur van een grote onderneming.
 
De jonge Witold krijgt een katholieke opvoeding. Hij krijgt privélessen, en als het gezin in 1915 naar Warschau verhuist gaat hij naar het katholieke St. Stanislav Kostka Lyceum, waar hij een paar jaar later eindexamen doet.
 
Net als zijn vader gaat Witold na het halen van zijn diploma rechten studeren. Maar veel interesse heeft hij niet in de studie. Later verklaart hij dat hij altijd zijn bediende naar de colleges stuurde.
 
In 1923 begint Gombrowicz aan zijn eerste roman, De geschiedenis van een boekhouder. Hij besluit het boek te vernietigen. In 1926 schrijft hij opnieuw een boek, waarvan hij later zegt dat het waarschijnlijk zijn origineelste werk was, maar ook dat boek vernietigt hij, op advies van een vriendin dit keer.
 
Pas als hij stage gaat lopen bij de rechtbank in Warschau, na vele omzwervingen door Frankrijk en Spanje, begint hij weer serieus te schrijven. Het is dan 1928. Hij woont de processen bij als secretaris van de rechtbank en schrijft de verslagen van de zittingen, maar erg geschikt blijkt hij daar niet voor te zijn: 'Ik kon de rechters niet van de moordenaars onderscheiden en ik drukte de moordenaars de hand.'
 
De verhalen die hij schrijft bundelt hij onder de titel Memoires uit de periode van onrijpheid. Een niet geheel gelukkig gekozen titel, want die onrijpheid betreft volgens de meeste critici vooral het werk zelf. Nu valt dat nauwelijks nog in te denken want de verhalen zijn ronduit briljant, maar het lijkt een patroon in de wereldliteratuur. Hoeveel meesterwerken werden niet aanvankelijk miskend alvorens te worden opgenomen in de literaire canon. Zo ook het werk van Gombrowicz, ook al is hij nooit zo ver gekomen als die andere jurist uit Praag met wie hij wel het een en ander gemeen had.
 
In 1935 verschijnt wat door velen, en in ieder geval door Gombrowicz zelf, als zijn hoofdwerk wordt gezien: Ferdydurke.  Het boek wordt zowel geprezen als verguisd. Susan Sontag noemde het 'one of the most important overlooked books of the 20th Century.' Daar heeft ze helaas gelijk in.
 
Als Gombrowicz in 1939 op uitnodiging van een Poolse scheepvaartmaatschappij naar Argentinië reist, valt Hitler Polen binnen. Gombrowicz kan niet terug en besluit in Buenos Aires te blijven. Hij zal er 24 jaar wonen. In die periode verschijnen boeken als De pornografie en Trans-Atlantisch
 
Als hij geen geld meer heeft gaat hij bij een bank werken als directiesecretaris. In zijn kantoortje doet hij vervolgens niets anders dan schrijven.
 
Met erkenning wil het intussen niet erg vlotten, tot 1957. Het communistisch regime in Polen ontdooit enigszins en de boeken van Gombrowicz kunnen eindelijk ook in zijn moederland gelezen worden. En in datzelfde jaar verschijnt in Parijs een lovend artikel over Ferdydurke in het tijdschrift Preuves. Het literaire tij lijkt te keren, zeker als na het succes in Parijs zijn boeken ook vertaald worden in andere Europese talen.
 
In 1964 verlaat Gombrowicz Argentinië. Hij verhuist naar Vence, in het zuiden van Frankrijk, waar hij tot aan zijn dood zal blijven wonen. Met Kosmos, dat door sommigen als zijn beste boek gezien wordt, wint hij in 1967 de Internationale Literatuurprijs. Precies twee jaar later sterft hij aan de gevolgen van een hartinfarct.
 
In 1968 is Gombrowcz kandidaat voor de nobelprijs, maar die gaat dat jaar uiteindelijk naar de Japanner Yasunari Kawabata. Nobelprijs of niet, voor de vergetelheid kan niets je behoeden.
 
De boeken van Gombrowicz zijn veel te complex en gelaagd om in het bestek van een kort stukje samen te vatten. Wie aangenaam kennis wil maken wende zich tot zijn verzamelde verhalen (antiquarisch en in ramsj verkrijgbaar), en wie dan gegrepen wordt vervolge met Ferdydurke en neme daarna De pornografie en Kosmos ter hand. Uw literaire wereld zal nooit meer dezelfde zijn.