Aftelkroniek #23

Jeroen van Kan ,

Vorig jaar verzon ik Harro de Beer, een schrijver van stukjes die net niet goed genoeg waren om er een reputatie mee op te bouwen. Ik zou een documentaire maken over Harro de Beer, maar die kwam er nooit. Harro zelf ook niet trouwens.

Man die sprekende gelijkenis vertoont met Harro de Beer

De documentaire zou een deel van de jaren zeventig en een deel van de jaren tachtig beslaan, de periode waarin De Beer tevergeefs probeerde artistieke voet aan de grond te krijgen. Wim Noordhoek zou in de documentaire vertellen hoe De Beer hem maar bleef bestoken met zijn stukjes, in de hoop zelf ook ooit voor te kunnen dragen in het VPRO-radioprogramma Pandemonium. Zijn vrouw en kinderen zouden in de documentaire aan het woord komen, en ook zouden er nooit eerder uitgezonden fragmenten in te horen zijn van Harro de Beer, registraties van voordrachten die hij tevergeefs naar omroepen stuurde. De Beer zou in 1987 overlijden, zou bezwijken aan een cocktail van drank en miskenning. Helaas mocht hij zelfs die tragische dood nooit beleven. Harro de Beer bestaat uit een stukje en wat biografische details. Meer zal er nooit van hem terecht komen.
 
Eenzaam sterven, door Harro de Beer
 
We gaan net zo eenzaam dood als we geboren zijn, hoor je weleens zeggen, maar dat vind ik met alle respect een aanvechtbare stellingname. Vergeleken met doodgaan is geboren worden toch een tamelijk sociale aangelegenheid. Je hebt maandelang gerijpt in een aangenaam vruchtwaterbadje, werd na het verlaten van dat bad verwelkomd door een rood aangelopen en bezweet wezen, benevens een kordate vroedvrouw en ontredderde vader. Hoe eenzaam kan een introductie in de wereld zijn? Geboren worden is vanuit de aard van de zaak nooit een eenzame aangelegenheid, dus waarom mensen zeggen dat we alleen geboren worden en alleen dood gaan heeft voor mij altijd behoord tot de categorie algemeen aanvaarde, maar daarom niet minder absurde onwaarheden waar we ons leven nu eenmaal zo graag mee stofferen.
 
Waarom, ik zou het niet weten. We weten allemaal dat het onzin is, maar toch blijven we het tegen elkaar herhalen. Fysieke defecten die het gevolg zijn van het weer, of stemmingswisselingen, toevalligheden die als we de moeite zouden nemen tot een nadere beschouwing helemaal geen toevalligheden zijn, dat negers over een beter ritmegevoel beschikken dan blanken, dat je met joden doorgaans heel behoorlijk kunt lachen en mannen die van mannen houden het liefst twee dagdelen per week met hun moeder op schoot zitten. Allemaal van die onwaarheden die we graag tegen elkaar herhalen.

 

Welnu, de onderhavige onwaarheid is dat we net zo eenzaam sterven als we geboren worden. Een bewering waar de absurditeit natuurlijk eenvoudig van valt aan te tonen. Ooit een stervende in een ander wezen zien kruipen? Ik niet. Ooit vrolijke foto’s gezien van iemands sterfbed, met leuke slingers en stukjes taart en vertederde familie? Was mijn sterfbed verdomme maar zoals mijn geboorte! Zou ik eindelijk die struise vroedvrouw eens van dichtbij kunnen zien van wie ik nu alleen het profiel ken. Zou ik eindelijk dat ontredderde hoofd van mijn vader eens goed kunnen bestuderen. En daarna zou ik terugkruipen, om een eeuwigheid te slijten in de hangmat van de baarmoeder.