Poëzie is beweging

Jeroen van Kan ,

De Avonden spreekt deze week met alle vijf dichters die genomineerd zijn voor de VSB Poëzieprijs 2013. De derde in de reeks is H.H. ter Balkt, genomineerd met de bundel ‘Vliegtuigmagneet’.

Voordat hij begint met het voordragen van het gedicht Ga uit de echokamers, met de geweldige beginregel ‘... kanker carnaval van het vlees’, zie ik dat hij een aantal veranderingen heeft aangebracht in zijn exemplaar van de bundel. ‘Ja, soms moet je veranderingen doorvoeren als iets niet meer klopt.’ Maar wat klopt er dan niet? vraag ik ‘Nou, het innerlijk klimaat kan zijn veranderd, de omstandigheden waarin je op dat moment verkeert zijn anders.’

 

De consequentie daarvan is dat elk gedicht aangepast moet worden aan de actuele staat van de dichter. ‘Ja, er komt over enige tijd een verzamelbundel van mijn versjes uit en daarvoor moest er toch behoorlijk wat veranderd worden in die gedichten.’ Dus ook ouder werk moet het innerlijk klimaat van de dichter op dat moment weerspiegelen. Je zou ook kunnen zeggen dat ouder werk in de tijd gestold is en je er dus niet meer aan moet morrelen, opper ik. Dat zou je kunnen zeggen, antwoordt Ter Balkt. Uit de stilte die volgt blijkt dat hij het met die opvatting niet eens is.

 

‘Poëzie is beweging, poëzie is leven. Af en toe ben je als dichter verplicht om die poëzie vast te leggen op papier, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat dat ook onomkeerbaar is. Ik verander voortdurend. Ik verander, de wereld verandert, dus waarom zou ik in dat werk niks veranderen? Kijk, ik vind bijvoorbeeld de bloemlezingen van Gerrit Komrij nu al achterhaald, terwijl ze nog niet eens zo lang geleden zijn gemaakt. In de keuze zit een stellingname, is het tijdsgewricht verdisconteerd. In een volgend tijdsgewricht verhouden we ons weer anders tot die poëzie en zouden we andere keuzes maken. Dat geldt niet alleen voor bloemlezingen, maar ook voor mijn eigen werk.’

 
‘Elk gedicht is een poging dat wat gezegd wil worden – en wat dat is weet je vaak zelf ook niet – zo precies mogelijk te zeggen.’ Betekent dat ook dat het laatste gedicht daar altijd het beste in slaagt, tot het innerlijk klimaat weer verandert? ‘Ja, inderdaad. Je weet wat Achterberg zei? “Met dit gedicht vervalt het vorige,” zei hij. Dus je oeuvre begint bij elk gedicht opnieuw.’
 
Hoewel zijn poëzie de wereld nog steeds even gretig opzuigt als in zijn eerdere werk, is het leven van Ter Balkt steeds prikkelarmer geworden. ‘Ik maak niet veel mee. Ik zit in mijn huis, speel met de katten en spreek met mijn vrouw. Er verandert hier niets.’ Daar heeft uw poëzie geen last van, merk ik op. ‘Nee, in mijn gedichten gebeurt nog steeds genoeg!’ Ter compensatie? vraag ik? ‘Nee hoor, altijd zo geweest. In poëzie moet iets gebeuren. Het moet geen kantoormeubelpoëzie zijn.’
 
De gedichten van Ter Balkt zijn inderdaad even vitaal als ze altijd al waren. Geen spoor van ouderdom in te bekennen. Vliegtuigmagneet waaiert uit in alle mogelijke richtingen. Samojeden, Grimm, trekschuiten, worstmolentjes, Astatiumverlichte stallen, alles kan erin. ‘Ja, ik ben een lappendeken, en dus komen er lappendekenachtige teksten uit. Je moet het doen met de mens die je bent. Dat heb je te aanvaarden.’