Mijn Little Free Library #3

Katja de Bruin ,

De tweede aflevering van 'Mijn Little Free Library' eindigde met een cliffhanger over de doos onder de carport. Het wordt tijd om openheid van zaken te geven over die doos. Temeer daar er deze week een tweede doos bezorgd werd.

Grotestadsbewoners zijn er altijd goed in om online winkelen op luide toon te veroordelen. Zo draai je immers die sympathieke boekhandelaar/slijter/natuurwinkelier om de hoek de nek om. Helemaal waar. Maar ik heb hier alleen een fietsenmaker op loopafstand, en hoewel dat ontegenzeggelijk handig is, kun je er ook weer niet voor alles terecht. Dus wordt elke nieuwe aanschaf hier zo’n beetje online gedaan. Of het nu een fles waterbedconditioner is, of een half pond lapsang souchong, of de luchtbuks waarmee we tevergeefs proberen om krassende kraaien te verjagen. Dat levert voor de diverse postbezorgers wel eens problemen op. Want waar laat je de dozen die niet in de brievenbus passen als de bewoners niet thuis zijn? Vaak leidt dat tot hilarische briefjes waarop de verstopplaatsen worden aangeduid als ‘op de stoel in het hok’. En aangezien er op ons erf nogal wat hokken staan, betekent dat dat er nog een speurtocht met zaklantaarn gemaakt moet worden als je na zonsondergang thuis komt.

Soms worden er geen briefjes bij geleverd en ontdekken we pas weken later bij toeval een pakje. Dat ligt dan op een pak hooi naast de houtstek, of op het zadel van de zitmaaier. Diverse online bestelde Sinterklaascadeaus zijn op die manier pas in februari boven water gekomen.

Sinds het in gebruik nemen van de Little Free Library zijn het niet langer alleen postbezorgers die dingen op ons erf achterlaten. De eerste doos die onder de carport stond, was een beetje buiten het zicht geplaatst, in de schaduw van de pingpongtafel. Alsof het hier potentieel roofgoed betrof. Ik kan u verzekeren: dat was niet het geval. Een doos vol boeken die je met geld toe nog niet in je kast zou zetten, tenzij als curiosum om bezoekers mee in verwarring te brengen.

Naast de onvermijdelijke maar onschuldige streekromans, vonden we een boek van Char met de boude ondertitel: Vragen van de aarde; antwoorden uit de hemel. En wat te denken van Het aanzien van 1982? Leven op het wad? Toptitel was Energetics: leer navigeren op de volle stroom van je energie. Want, zo belooft de ondertitel, ‘je hoeft niet bekaf te zijn als je dagtaak erop zit’.

Wat moet je met zo’n doos? Is er iemand in de wijde omtrek die zin heeft om nog eens door 1982 heen te bladeren? Of die bij zo’n Energetics-boek denkt: dat wil ik wel eens lezen! Ik weet het niet. En ik zal het ook nooit weten, want deze doos ging linea recta naar de kringloopwinkel.

Nu we een maand of wat verder zijn, begin ik vaste bezoekers te herkennen. Zo stond ik de doodgevroren lavatera af te knippen toen een man van begin dertig met hip halflang haar en dito baardje aan kwam racefietsen. Het was zeker de derde keer dat ik hem zag, dus informeerde ik door de struiken heen of er iets van zijn gading bij zat. ‘Mwah’, zei hij. Hij keek er nogal zuinig bij, dus ik vroeg maar gauw wat zijn genre was. ‘Waargebeurd’, zei hij. Een man van weinig woorden. Hij hield erg van lezen, vertelde hij. Maakte niet uit waarover. Als het maar waargebeurd was. Zelf had hij geen boeken. Als hij iets uit had kon het gelijk weg. Ik vond dat ik hem na ons goeie gesprek niet met lege handen het bos in kon sturen, dus haalde ik binnen nog gauw een boek over de oorlog uit de bedstee.

Wat heb ik geleerd de afgelopen weken? Dat sommige boeken van een onvoorstelbare lelijkheid zijn. Wat heeft de vormgevers bezield die de omslagen van De nieuwe vrijgezellen en Elke liefde heeft zijn prijs ooit hebben ontworpen? De tweede ontdekking is dat er uitgevers bestaan waar ik nog nooit van had gehoord. Zo trof ik een boek aan van Buijten & Schipperheijn. Wie doof is kan niet zingen, van Mr. J. van der Hoeven. Ik moet even een paar regels citeren van de achterflap: ‘Een goed beeld van de mens krijgt men pas wanneer men hem beschouwt in zijn intermenselijkheid, in zijn mens-zijn-in-de-wereld. Dit betekent dat de mens eerst begrepen moet worden in zijn verhouding tot zijn Schepper. Juist het verlies van die dimensie leidt tot zelfvervreemding. (...) Wie doof is kan niet zingen: alleen die naar God luisteren zullen hoop en stem hebben op Gods toonhoogte.’ In 1979 kostte dit boek 35 gulden. Nu gratis af te halen in Wijnjewoude.

In de volgende aflevering: buurman Theo alias La vache qui lit en een kritisch opiniestuk over de Little Free Library in De Tipgever.

                                                     Mijn Little Free Library
                                                     Deel 1
                                                     Deel 2
                                                     Deel 4
                                                     Deel 5
                                                     Deel 6