Als het straks oorlog is

Anton de Goede ,

Ewoud Kieft en Willem Otterspeer, W.F. Hermans-kenners, gaan zich morgenmiddag buigen over oorlogsmythen. Was de scepsis van Hermans over het Nederlands verzet gerechtvaardigd? En hoe kwam hij aan die houding?

Laat de volgende woorden tot u doordringen: ‘voor mijn eigen generatie is de gedachte dat er geen werkelijke heldhaftigheid bestaat in oorlogssituaties een volstrekte vanzelfsprekendheid.' Aan het woord is Ewoud Kieft, publicist, geboren in 1977, criticus voor NRC Handelsblad en auteur van verschillende boeken waarvan een over Menno ter Braak.

Dat geboortejaar geeft aan dat hij van de generatie is die nu in de kracht van zijn leven is. Van die generatie moeten we het dus hebben als de nood aan de man komt. U denkt wellicht: die uitspraak getuigt van realiteitszin. Maar ik denk: als morgen de vijand voor de deur staat hoeven we van die generatie helemaal niets te verwachten. Heldendom is niet van deze tijd. Men zal onmiddellijk met de vijand heulen, zodra dat beter uitkomt.
 
Geen paniek, denkt u, we hoeven in Nederland, anno 2013 toch niet bang te zijn voor oorlog? Laat ik dan nog een citaat geven, van een uiterst sombere Arnon Grunberg ditmaal, vanochtend in de Volkskrant: ‘Over enkele decennia – misschien al eerder – is het weer bon ton in Europa om te zeggen: “De enige goeie Jood is een dode Jood, maar ik ken nog een geile Jodin waar ik graag een uitzondering voor maak”.’  
 
Morgenmiddag om 15.30 uur komen in het Verzetsmuseum in Amsterdam twee kenners van leven en werk van schrijver Willem Frederik Hermans aan het woord, de hierboven geciteerde Ewoud Kieft en Willem Otterspeer. Daarbij zal het gaan over Hermans en zijn visie op het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Ewoud Kieft schreef daar vorig jaar het aanstekelijke boek Oorlogsmythen over en Willem Otterspeer werkt aan een tweedelige biografie over Hermans. Wat zijn helden eigenlijk meer dan lieden die straffeloos onvoorzichtig zijn geweest? Bij het tot stand komen van deze levenshouding blijkt Hermans een grote invloed te hebben gehad, zeker voor zover het Ewoud Kieft betreft. Kieft en Otterspeer zullen ingaan op de vraag waarom uitgerekend Hermans zo sterk was in het ontmaskeren van allerlei oorlogsmythen. En ten slotte zal de vraag worden gesteld waartoe het gedachtengoed van Hermans uiteindelijk geleid heeft. Moeten we blij zijn met de relativeringen van Hermans? Er hebben toch weldegelijk verzetshelden bestaan? Of niet soms?
 
Is er een betere plek voor deze bijeenkomst denkbaar dan uitgerekend in het Amsterdamse Verzetsmuseum om de hoek van de Hollandsche Schouwburg? Tussen 1893 en 1942 was dat een theater, maar zoals bekend, in de jaren 1942 en 1943 was het een verzamelplaats waarvandaan Joden werden afgevoerd.
 
Het gesprek mag ik leiden en het spreekt vanzelf dat ik dat met groot genoegen zal doen.