Rauwe smartlap

Dirk-Jan Arensman ,

De Amerikaan Willy Vlautin is schrijver, maar ook voorman van de band Richmond Fontane. Zijn roman 'Northline' was eerst een liedje. Het is het verhaal van de 22- jarige Allison, die Las Vegas ontvlucht en een nieuw leven probeert op te bouwen.

‘Mijn songs en mijn romans zijn altijd getrouwd geweest. Of ze wonen op z’n minst in hetzelfde appartementencomplex,’ zegt Willy Vlautin (1968), schrijver en frontman van de Americanaband Richmond Fontaine, aan de telefoon vanuit zijn huis in de bossen nabij Portland, Oregon. ‘Dat kan ook niet anders. Want of ik een goede of slechte schrijver ben weet ik niet, but I do try to write with blood.’
En, tja, zijn eigen bloed is nu eenmaal het enige dat hij heeft. Dat en zijn voorliefde voor Raymond Carver-achtige verhalen over gewone mensen, vaak tegen het decor van de kroegen en casino’s van Reno, Nevada, waar hij opgroeide.
Ooit schreef hij daarmee dus het liedje ‘Northline’ voor het album Winnemucca (2004). ‘Ik had jaren daarvoor in een enorm pakhuis gewerkt, waar maar drie vrouwen werkten: een van zestig, een van zeventig en een bloedmooi meisje van begin twintig. Alle mannen droomden van haar, maar eigenlijk was ze ontzettend angstig en onzeker. A beat-up girl, die uitging met een vreselijke redneck, een neonazi bij wie ze volledig onder de plak zat.’
Vlautin keek de hele dag naar haar, dacht na over het leven dat ze moest leiden en het racisme, dat – zoals in veel kleine stadjes – altijd als ‘een rare onderstroom’ aanwezig was. ‘Veel jongens die ik kende, werkten in de bouw en hadden gewoon last van de concurrentie van illegale arbeiders uit Mexico. Maar er waren ook dieperliggende angsten: ze voelden zich bedreigd door de veranderingen in het Amerikaanse Westen en in hun stad, waren bang dat hun manier van leven verdween, bang voor de toekomst… Tot de niet-zo-slimme types zich dan maar vastklampten aan skinheadbewegingen als The World Church of the Creator. Dat soort dingen vrat aan me.’

Rauw en invoelend
Vandaar dat hij dat liedje schreef, dat later uitgroeide tot de roman Northline (2008), die nu als Noordwaarts in vertaling verschijnt. Het is het verhaal van de 22-jarige Allison Johnson. Een alcoholiste, geplaagd door paniekaanvallen en zelfhaat, die, als ze zwanger blijkt van haar vriendje Jimmy Brodie, een verwarde ziel met rechtse sympathieën en losse handjes, haar bestaan in Las Vegas ontvlucht en in Reno een nieuw leven probeert op te bouwen.
Klinkt als een smartlap, maar daarvoor beschreef Vlautin haar worstelingen te rauw en invoelend. Misschien wel omdat het deels zijn eigen worstelingen waren: ‘Ik ben opgevoed door mijn moeder, die aan zulke verlammende angsten leed dat ze op een gegeven moment nauwelijks meer naar haar werk durfde en naar de fles en pillen greep. En ik ben haar zoon, dus met sommige van die problemen kreeg ik ook te maken. Me and my brother have been fighting booze all our lives. Toen ik een jaar of veertien was, gingen we al naar de kroegen van Reno en rond mijn zeventiende ontdekte ik het groezelige casinodeel van de stad. Het zal raar klinken, maar ik voelde me daar meteen op mijn plek. Al die zwervers en gasten die in motels woonden en hun leven zaten weg te zuipen, dat was ik. Met mij zou het precies zo aflopen.’ En een jaar of tien lang leek het daar ook op: ‘Ik had baantjes die niks voorstelden en deed ik weinig anders dan drinken en mijn familie teleurstellen. Vooral mijn moeder, die een erg, eh, conservatieve vrouw was en zich doodschaamde dat ik in bandjes zat en probeerde verhalen te schrijven en zo.’
Ironisch, dat laatste. Want hoewel hij ergens nog steeds heimwee naar zijn geboorteplaats voelt, hebben twee dingen achteraf zijn leven gered: dat hij met een vriendin naar de ‘kunstenaarsstad’ Portland vertrok (‘Daar kon ik een mislukte muzikant en schrijver worden op een plek waar mensen het oké vonden als je dat was.’) en dat hij zijn verhalen had.

Sfeervolle soundtrack
‘Aan de ene kant is schrijven voor mij een manier om mijn demonen onder ogen te zien. Schrijven over Allisons gebrek aan zelfvertrouwen, haar alcoholisme en haar eenzame leven hielp me als het ware om te blijven vechten. Te denken: als zij haar verlangen om te overleven kan vasthouden, dan kan ik het ook. Maar schrijven was, zeker toen ik een puber was, ook een vorm van ontsnappen. In je fantasie ben je vrij, kun je avonturen beleven en zijn wie je maar wilt zijn. Sometimes the only answer is to disappear into your mind.’ Dat besef vormde de basis voor een ontroerende kunstgreep: op moeilijke momenten praat Allison met haar eigen denkbeeldige vaderfiguur, de acteur Paul Newman. ‘Ik ben een enorme filmfan en toen ik aan dit boek werkte, was ik min of meer geobsedeerd door een reeks rollen die hij op latere leeftijd speelde. In films als Nobody’s Fool (1994) en Where the Money Is (2000) was hij steeds hetzelfde personage: een wat brommerige oudere man die zich heel fatsoenlijk gedroeg tegenover vrouwen. Ik stelde me voor dat Allison, omdat ze die in haar echte leven zo weinig vindt, bij hem troost zou zoeken.’
Tot slot hebben we het nog over de sfeervolle soundtrack die Vlautin bij Noordwaarts componeerde. ‘Muziek had ik er sowieso bij in mijn hoofd, want ik wilde dat het boek zou lezen als een droevige Tom Waits-song, zo’n melancholiek liedje dat je hart breekt. Maar tijdens het schrijven werd ik zo gegrepen door Allisons strijd, dat ik tussendoor instrumentale liedjes begon te maken, gewoon om mijn hoofd tot rust te brengen. Het idee om ze daadwerkelijk op een cd te zetten kreeg ik door die geweldige plaat die Ry Cooder heeft gemaakt bij Paris, Texas van Werner Herzog. Telkens als ik daarnaar luister, zit ik weer helemaal in die film. Dan zie ik de hoofdpersoon Harry Dean Stanton door de woestijn lopen, herinner ik me zijn schuldgevoelens en zijn jaloezie. Mensen zullen mijn roman niet gauw herlezen, dacht ik. Maar als ze hem mooi vonden, zullen ze door die muziek misschien nog eens aan Allison Johnson denken, en zal dat hopelijk iets voor ze betekenen.’