Liefdevolle lezers

Nikki Dekker & Anna-Sandrijn van Brouwershaven ,

Gisteren vond het Das Magazin Festival plaats. Literair tijdschrift Das Magazin zette dertig leesclubs op en bracht ze op intieme locaties samen met de bijbehorende auteurs. Nikki Dekker en Anna-Sandrijn van Brouwershaven lazen mee. En dronken gin.

Nikki

las Wild Abandon van Joe Dunthorne. 

Ik liep al weken met de Das Magazin-tas te leuren. Vorige week nog maakte ik er twee nieuwe vrienden mee: een zwaar aangeschoten stel, jongen en meisje, verliefd op respectievelijk Philip Huff en Connie Palmen. We praatten over onze boeken en wat we van de discussies verwachtten – alsof het een hype was van het kaliber WK/Koningslied. Het meisje kon niet wachten tot ze een sigaret met Connie zou delen.

Die dinsdag plaatste de eerste lezer een bericht op onze Facebook groep: “Ik ben op pagina 25. Ik voel de spanning van de incest.” Die spanning zag ik niet in Wild Abandon, de roman over een jaren tachtig commune die in rustig tempo desintegreert, maar het zette me wel aan het denken over het doel van de leesclub. Kom je bij elkaar om je gevoelens over het boek te bespreken? Noem mij ouderwets, maar die vertel ik niet zomaar aan een twintigtal vreemden.

Daar heeft gespreksleider Tim de Gier iets op bedacht: we beginnen met een korte quiz. Wie het antwoord roept op vragen als: ‘Hoe heet de commune?’ en ‘Hoe oud zijn Tim en Kate?’ mag een shot gin nemen. De fles is binnen no time leeg. Intussen heeft de groep zich al gevormd naar het klassieke schoolmodel: een handjevol rebelse leerlingen die het boek niet hebben gelezen, nog een handvol ijverige studenten op elke vraag het antwoord weten, en de rest, die zich kalm en rustig houdt.

Met een flinke scheut gin in de tonic komt het gesprek. Vooraf hoorde ik al van een lezer die er erg naar uit zag de auteur te ontmoeten (“Schrijvers spreken toch altijd heel mooi,”), maar er zijn ook een groot aantal schrijvers die tips en trucs verzamelen. Joe – na zo’n informele avond kan ik onmogelijk niet tutoyeren – voldoet ruim aan de verwachtingen: hij speculeert even gemakkelijk over het mogelijke lot van zijn personages als hij vertelt over zijn studie aan UEA (University of East Anglia, meest gerenommeerde Creative Writing opleiding van het Verenigd Koninkrijk):

‘Een van de beste lessen die ik heb geleerd op UEA is: geef het probleem aan je personage. Soms heb je een interessant personage, mooie setting, maar geen verhaal. Dat maak je dan het probleem van het personage. Zodat het personage denkt: “Wat is mijn leven saai, waarom gebeurt er niets?” Dan kan hij verzinnen wat er moet gebeuren in het verhaal.’

De lezers zijn de baas vanavond: om de beurt mag iedereen iets zeggen over haar favoriete scène, of een vraag stellen aan Joe. Zo praten we over een brede schare onderwerpen: van de politieke houdbaarheid van communes tot de symbolische betekenis van de geodetische koepel; van de ervaringen van de auteur tot de vraag of Albert ons medelijden verdient;

Lezer 1: Ik had zo te doen met die jongen. Verschrikkelijk. Wat een rampzalige ouders. Zijn hele leven verpest.
Lezer 2: Zijn hele leven? Nauwelijks. Hij is nog maar elf.
Lezer 3: Maar dan te geloven dat de wereld zou eindigen! Dat is toch verschrikkelijk? 
Lezer 4: Toen ik kind was, geloofde ik ook dat iedereen erop uit was me te vermoorden.

Veel dieper gaat het eigenlijk niet. Echte discussies komen in onze groep niet tot stand. Het is ook moeilijk een kritisch standpunt (de basis van een boekbespreking) in te nemen wanneer de schrijver naast je zit. Het alternatief, een onderhoudend gesprek met de auteur, zit er ook niet in, want daar heb je een door de wol geverfde interviewer voor nodig – geen groepje liefdevolle lezers. De leesclubs moesten anders worden dan elke andere literaire avond, maar hebben daardoor wel een beetje een onbepaalde vorm gekregen.

Op weg naar huis zie ik overal Dag Mag-tasjes. De mensen praten uitgelaten: ‘Naar de Melkweg!’ ‘Denk je dat Brusselmans er nog is?’ ‘Ik was bij Tommy Wieringa. Hij is echt zó leuk.’ 

Goed, misschien slaagde mijn leesclub er niet in een Groot Gesprek op gang te brengen, maar half Amsterdam snelde gisteravond met een boek in zijn tas naar de Melkweg, en voor één avond waren de literatuur en de schrijvers rocksterren.  

Anna-Sandrijn

las De prachtige onverschilligheid van Sarah Hall [en maakt een audioverslag van de leesclub, onderaan te beluisteren].

‘Wil iemand wat te drinken? Er is bier, wijn of gin-tonic.’
De medewerker van Ambo/Anthos staat achter het barretje op de zolder van de uitgeverij. Het is duidelijk: er moet gedronken worden deze avond, en niet alleen vanwege de sponsoring.

Er zitten nog maar vijf mensen op de vijfentwintig pastelkleurige, moderne kuipstoeltjes. De kring is nagenoeg leeg. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat er van me gevraagd wordt in deze groep vreemden.

[Dat komt misschien om dat ik de aanloop naar vanavond heb gemist. Ik koos kortgeleden Sarah Hall voor een reportage; voor de reguliere kaartverkoop was ik toen al te laat. Alle andere bezoekers hebben in de tussentijd met elkaar kunnen discussiëren in de speciale facebookgroep, en weten dus al wel wie Oscar, Pauline, Marijn en Daan zijn.]

Het blijft ongemakkelijk totdat de eerstvolgende binnenkomer zich vrolijk aan iedereen voorstelt. Het ijs is gebroken, het groepsgevoel geland.

Simone van Saarloos is in eerste instantie niet te herkennen als gespreksleider. Ze draagt geen naamkaartje en zelfs geen colbertje (het algemeen geaccepteerde kledingstuk bij semi-professionele gelegenheden). Ze stelt zich aan iedereen persoonlijk voor: ‘Hallo, ik ben Simone’.
De avond opent ze vervolgens met een introductierondje geïnspireerd op een dialoog uit De prachtige onverschilligheid. We moeten ons voorstellen aan de hand van onze afwijkingen. De diagnoses zijn onder andere 'loss of interest in literature' en 'wearing shorts'. Vervolgens probeert ook Simone onze laatste verlegenheid weg te nemen met een korte quiz inclusief shotjes gin. Ook als je een verkeerd antwoord geeft, mag je drinken.

Dan begint de vragenronde. Sarah (ook ik tutoyeer) reageert enthousiast en nieuwsgierig op onze observaties. Ze is een schrijver die gemakkelijk praat - geen vanzelfsprekende combinatie. Al gauw gaat het over haar schrijverschap en de formele kenmerken van een kort verhaal. Over de open eindes in haar werk vraagt iemand: “Do you know how your stories end?” Sarah schudt kordaat van nee. Af en toe is ze dan ook blij verrast met onze interpretaties. En dat geldt ook voor de deelnemers: naderhand hoor ik veel voornemens om de bundel nog een keer te lezen met de nieuwe inzichten in het achterhoofd.

Het gesprek verloopt verder soepel. Simone heeft als een toegewijde juf onze namen genoteerd en onderbreekt praatgrage deelnemers af en toe om andere, stillere een vraag te stellen: "Eva, I saw you nodding; do you want to add something?"

Maar ook hier heeft niemand negatieve punten: ook hier zit een verzameling liefdevolle lezers. Misschien omdat je simpelweg geen auteur kiest die je niets interesseert. Daarom een idee voor een volgende editie: maak van alle auteurs mystery guests, dan heb je die gin-tonic pas echt nodig om de tongriemen los te maken. En je hebt nog eens kans op een goed relletje in de Melkweg.

Beluister hier onder een audioverslag van de leesclub met Sarah Hall. Met onder andere Sarah Hall, Simone van Saarloos en Wanda Gloude.