Aftelkroniek #52

Jeroen van Kan ,

Schrijvers hebben postuum de meeste vrienden. Iedereen heeft de auteur dan goed gekend, en iedereen was al heel vroeg een liefhebber. Dat fenomeen doet zich ook voor met Joseph Roth. Jarenlang verdwenen, ineens al jaren geliefd.

Als je het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek raadpleegt of in DBNL zoekt op "Joseph Roth", dan zie je dat er voor de Tweede Wereldoorlog heel veel gepubliceerd wordt over de in 1894 in Galicië geboren schrijver. Nico Rost, Menno ter Braak, Hendrik Marsman, allemaal wijden ze uitgebreide beschouwingen aan zijn werk.
 
Na de oorlog wordt het stil. In 1970 verschijnt er een artikel in De Tijd: 'Onder de joodse schrijvers, die op een of andere wijze slachtoffer werden van het nazisme, is de Oostenrijker van joodse origine uit Galicië Joseph Roth na 1945 niet meer volledig tot zijn recht gekomen. Kafka, Stefan Zweig, Franz Werfel, Max Brod, Herman Broch etc, kwamen spoedig weer voor het voetlicht.' Roth profiteert daar niet van. Zijn werk raakt in de vergetelheid.
Dat verandert pas aan het eind van de jaren zeventig. Het kwartaalschrift De Engelbewaarder wijdt dan een speciaal nummer aan hem. Begin jaren tachtig schrijf Wil Rouleaux over dat nummer dat het 'een ongekend gretig onthaal' kreeg. 'De gezamenlijke scribenten stelden zich in hun kolommen als eerste taak om de Oostenrijkse coryfee aan de Nederlandse lezer voor te stellen. Hetgeen trouwens, gelet op des schrijvers onbekendheid hier te lande, zeker geen overbodige luxe was. Verder was men unaniem van mening dat de op stapel staande vertaling van Joseph Roths meesterwerk, het in 1932 verschenen Radetzkymarsch, te zijner tijd de herwaardering van de lange tijd vergeten schrijver pas echt luister zou gaan bijzetten. Inmiddels is het zo'n anderhalfjaar geleden dat Radetzkymarsch in het Nederlands verscheen (...) Maar de reacties op dit monumentale werk stonden tot dusver volkomen haaks op het eerder verschenen Engelbewaarder-nummer: geen enkele redacteur van een onzer landelijke bladen heeft het de moeite waard gevonden om dit boek te bespreken of te laten bespreken. Joseph Roths belangrijkste werk bleef bijgevolg volkomen onopgemerkt.'
 
Dus ook begin jaren tachtig is de reputatie van Roth en zijn meesterwerk Radetzkymarsch niet zo stevig gevestigd als je nu zou veronderstellen. Dat duurt even. Pas in de loop van de jaren tachtig verschijnen meer stukken over Roth in kranten en (literaire) tijdschriften. Er volgen heruitgaven van Roths romans, in nieuwe vertalingen. En dan ineens gebeurt het, ineens wordt Roth met terugwerkende kracht ingelijfd, bijgezet in het pantheon. Franz Werfel, Max Brod en Herman Broch zijn vergeten, Roth is de nieuwe literaire held. En zo kan het dat Geert Mak schrijft: 'Joseph Roth is al eeuwen mijn held – en ik ben waarachtig niet de enige.'
 
April volgend jaar verschijnt Roths roman Vlucht zonder eind voor het eerst in Nederlandse vertaling, met een inleiding van Arnon Grunberg (te laat geboren om hem vroeg te kunnen ontdekken). Bovendien verschijnen er goedkope edities van romans als Job, De Kapijcijner Crypte, Radetzkymars, Hotel Savoy en De legende van de heilige drinker. Allemaal ter ere van de 75ste sterfdag van Roth.

Tot besluit hier het originele IM dat Menno ter Braak op 30 mei 1939 publiceerde in Het Vaderland.

Joseph Roth overleden
 
Volgens een bericht van de Pariser Tageszeitung is Joseph Roth op 45-jarige leeftijd te Parijs overleden in het ziekenhuis Necker, alwaar hij sinds korte tijd wegens longontsteking was opgenomen.
 
Dit bericht zal ook hier te lande vele lezers van zijn boeken smartelijk treffen, daar hij van de Duitse emigrantenschrijvers een der bekendste en meest gewaardeerde was. Reeds voor de politieke verhoudingen hem dwongen buiten Duitsland en later ook buiten zijn geboorteplaats Oostenrijk zijn heil te zoeken, verbleef hij in het buitenland en had hij literaire naam gemaakt. Hier werd hij het eerst in ruime kring bekend door zijn roman Hiob, ook vertaald als Job in het Nederlands verschenen. Verder was Radetskymarsch een van zijn beste boeken en een onvergankelijk document van de verhoudingen in de oude Donaumonarchie tot in de wereldoorlog.
 
Zijn boek Die hundert Tage, een beeld van de episode uit Napoleons leven tussen Elba en St. Helena, is vertaald als feuilleton in ons blad verschenen.
 
Joseph Roth is in 1894 te Schwabendorf geboren. Hij studeerde te Wenen germanistiek, maar vertrok in 1916 als vrijwilliger naar het front. Hij werd in Rusland krijgsgevangen, doch wist te ontvluchten, waarvan hij een beschrijving gaf in Die Flucht ohne Ende.
 
Na de oorlog werd hij journalist en was o.a. verbonden aan de Frankfurter Zeitung.
 
Sedert 1925 woonde hij in Frankrijk, maar ook in Amsterdam verbleef hij veel en was hij een bekende figuur.

Van zijn werken noemen wij nog, nadat de bekendste hierboven reeds vermeld zijn, Hotel Savoy, Juden auf der Wanderschaft, Panoptikum, Der Antichrist, Rechts und Links.