Knol en de noten

Martijn Knol ,

(I) Dit citaat is een tikje apocrief. Willem Frederik Hermans (verder: WFH) sprak de aangehaalde woorden, of dergelijke woorden, of woorden van gelijke strekking, in een vraaggesprek dat ik in 1989 of 1990 op de radio hoorde, ik meen op een vrijdag, op een tijdstip dat ik eigenlijk op school hoorde te zijn. Spijbelen om een vraaggesprek met een bewonderde auteur te kunnen beluisteren… aan die corrumperende invloed van de NED-LIT heeft het internet gelukkig een einde gemaakt!

 

(II) Ik herinner me dat Hermans er nog iets op liet volgen als: ‘Lachen mag niet, anders vindt de dominee het niet serieus genoeg.’

 

(III) Een klassieke vergissing: wel ’t magazijn uit je gun halen, maar vergeten dat ’r nog een kogel in de kamer zit… Nog een geluk dat ik bij ’t overhalen van de trekker niet net in de loop keek om te checken of die al kruitvrij was!

 

(IV) Zoals ik op de blog van literair tijdschrift Tirade al eens heb verteld, breng ik ieder jaar een deel van de zomer door in Harkdorp. Mijn oudste broer heeft daar een kwaliteitsslagerij en tijdens vakanties vervang ik hem (soms). In de herfst van 2013, het ‘nu’ van deze tekst, stond ik een week in zijn winkel omdat hij de cursus ‘ham & houtvuur’ volgde in een Italiaans bergdorp.

 

(V) Harkdorp, gemeente Knollywood.

 

(VI) Dat eeuwige gezeik over De Grote Drie is aan mij niet besteed (zoals de keuze voor het woord ‘gezeik’ aan het begin van deze zin al impliceerde). Ik zie werkelijk niet waarom Wolkers, Claus en Brakman onder zouden doen voor Hermans, Reve en Mulisch. En, lullig genoeg, ben ik ‘de grote WFH’ uiteindelijk vooral dankbaar omdat hij mij met zijn essays en Multatuli-biografie op het spoor heeft gebracht van de aller, allergrootste schrijver die de NED-LIT tot op heden heeft voortgebracht/mogen verwelkomen: Multatuli. En nu ik toch aan het katten ben… wat me al twee decennia dwarszit: WFH heeft het deel van Vladimir Nabokov’s oeuvre dat niet over prepuberale meisjes handelt eens afgedaan (in: ‘Ik draag geen helm met vederbos’ (1979;p.371)) als ‘gereproduceerde belezenheid’. Daarmee heeft hij (WFH) zich op het plan van de wereldliteratuur natuurlijk voorgoed gediskwalificeerd. Jammer, jammer, jammer.

 

(VII) Hey… wat een rare tekst is dit eigenlijk! Het is geen kortverhaal, geen essay, en hoewel deze verzameling woorden en regels losser is of lijkt geschreven dan literaire teksten die in druk verschijnen, is het toch ook geen klassieke blogpost en al helemaal geen egodocument. Vreemd hoor, heel vreemd… het schrijven van dit stukje is dikke fun, maar wat is de status van ’t resultaat? Of dondert dat helemaal niet? Op het prikbord boven mijn bureau hangt een citaat van Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes: ‘Genres: filistijnentaxonomie; afgerukte barbiepopbenen; kapstokken voor kindertranen; een dove manke blinde blindengeleidehond; ‘dit is een gedicht’, ‘dit is een roman’, ‘dit is een manifest’. Zielig! Pathetisch! Weten jullie nou nog niet, dat niets is wat het lijkt?’ Uit: Waar wij voor zijn en tegen (‘Simpel profetisch (al zingend gezaagd)’), De Harmonie (1996;p.206).

 

(VIII) In Harkdorp ruikt het altijd/overal naar stront. Na verloop van tijd gaat dat verschrikkelijk op je zenuwen werken. Om die eeuwige stank te verdrijven/vergeten is bijna iedereen hier kettingroker.

 

(IV) Hier is WFH, vooral de polemische WFH, erg goed in: de éénregelige alinea.

 

(X) Kijk es… een alinea die ik uit de lopende tekst heb geschrapt… je kunt ’m hier alsnog lezen… als bonus!... als cadeau!... speciaal voor alle brave voetnotenvorsers: ‘Rientje Breukkamp kan mijn visuele goedkeuring meer dan wegdragen op dat kekke dienblaadje van d’r! In de Randstad val ik altijd voor gesofisticeerde vrouwtjes, maar in Harkdorp zijn ’t toch vooral de gezonde Hollandse kont- en borstwerken die aan mijn belangstelling weten te appelleren…’

 

(XI) Er wordt vaak gewezen op de invloed van filosofen als Wittgenstein, Nietzsche en Schopenhauer op het werk/gedachtegoed van WFH. Nog vormender lijkt bestudering, door WFH, van Freud te zijn geweest.

 

(XII) Ik neem aan dat je die slotregel van De donkere kamer van Damokles uit je hoofd kent. En anders moet je ’m maar even opzoeken…

 

(XIII) Wil je nog weten wat mijn favoriete WFH boeken zijn? 3) Mandarijnen op zwavelzuur (polemieken/kritieken, 1964), 2) Een heilige van de horlogerie (roman, 1987). 1) Ik heb altijd gelijk (roman, 1952).

 

(XIV) Facultatief.