Blokje om #3

Saskia Veen ,

Een kwart eeuw geleden viel het IJzeren Gordijn, maar toch weten we vaak maar weinig over Oost-Europese literatuur. De rubriek 'Blokje om' brengt daar verandering in. We meanderen van noord naar zuid langs de voormalige grens. Afl. 3: Tsjechië.

Wat ik al snel leerde bij het maken van deze rubriek, is dat je op je hoede moet zijn wanneer je spreekt over de taal en cultuur van wat wij gemakzuchtig het Oostblok noemen. De machtsverhoudingen zijn er de laatste decennia meerdere malen verschoven, en er zijn mensen die hieronder hebben geleden. Noem Czesław Miłosz dus geen Litouwer, maar een Pool (of andersom). Zeg niet dat de Moldavische literatuur het liefst Roemeens wil zijn. En: noem Midden-Europa geen Oost-Europa.
 
Na de communistische machtsgreep in Tsjecho-Slowakije in 1948 hoorde het land bij het Oostblok, dat klopt, maar na de Fluwelen Revolutie werd de democratie hersteld. Sindsdien moeten we het land dus weer Midden-Europa noemen. Toch blijven de meningen over dit vraagstuk ook in de landen zelf verdeeld.
 
Verwarrend op gebied van de literatuur is dat veel Tsjechen in het Duits hebben geschreven. De grootste Tsjechische dichter van de negentiende eeuw, K.H. Macha, begon zijn carrière in het Duits. De beroemde componisten Smetana en Dvorak deden dat ook. En de bekendste vertegenwoordiger van de ‘Prager Kreis’ (Tsjechische beoefenaars van de Duitstalige literatuur) was natuurlijk Franz Kafka, die germanistiek studeerde aan de Duitse Universiteit van Praag. 

Het Tsjechisch nationalisme heeft hier langzamerhand korte metten mee gemaakt. Vanaf de tweede helft negentiende eeuw kwam er ook hoogstaande literatuur in de nationale taal. Stromingen die in Europa domineerden, waren ook in Tsjechië aanwezig in de letteren. De romantiek kwam bijvoorbeeld tot uiting in nostalgische bewerkingen van folkloristische liedjes en sprookjes. En ten tijde van de avant-garde werd in provocerende teksten het leven zelf tot poëzie verklaard.
 
Meer over de het eigene van de Tsjechische literatuur weet dichteres-vertaalster Jana Beranová. Ze schrijft proza en poëzie (zie Werkboek inclusief dvd, 2011). Naast haar eigen werk heeft ze zich van het begin af aan ingezet voor de literatuur van haar geboorteland. Ze maakte naam als vertaalster van zeven romans van Milan Kundera en veel Tsjechische dichters, zoals Miroslav Holub. In 2005 werd ze door de Tsjechische staat onderscheiden met de zilveren Černín-medaille.

Wat is kenmerkend en onderscheidend voor de Tsjechische literatuur?
Ik neem jullie even mee terug in de geschiedenis. Het koninkrijk Bohemen verloor in 1620 de slag op de Witte Berg en werd ingelijfd bij de Habsburgse monarchie. Weg was voor driehonderd jaar niet alleen de politieke naar ook de culturele onafhankelijkheid. De Tsjechische taal werd bijna van de aardbodem weggevaagd. Dat maakt de relatie tot de taal in Midden-Europa anders dan in de Westerse wereld. Er is een innige band, maar er is ook wat ik graag zou willen noemen: het Tsjechische absurdisme. Want de onvrijheden stapelden zich op, ook na het ontstaan in 1918 van de Tsjecho-Slowaakse republiek. En het was de humor en het zien van het absurde in elke situatie die nodig waren om te overleven. Denk aan De lotgevallen van de brave soldaat Švejk van Jaroslav Hašek. Denk aan Kafka, wiens werk in het buitenland vaak te serieus wordt genomen, terwijl hij zelf en zijn vrienden bij het voorlezen van elk nieuw verhaal in schaterlach uitbarstten.
 
Hoe is de leescultuur daar? Wordt er veel gelezen? 
Een andere kijk op de werkelijkheid, het falen van elk systeem, zit ook de hedendaagse schrijvers in het bloed. Auteurs in de tweede helft van de twintigste eeuw zoals Milan Kundera, de rasverteller Bohumil Hrabal, de veelschrijver Ivan Klíma, noem ze maar op, hun boeken waren alom bekend. Tsjecho-Slowakije blonk ook uit door uitmuntende vertalingen van internationale literatuur. Er werd altijd veel gelezen, ook door de gewone man, en dat geldt zelfs voor de poëzie. Dichtbundels verschenen in de oplage van 30.000 exemplaren. Jaroslav Seifert, die in 1984 de Nobelprijs won, was lieveling van het volk. 

In de tijd van het communisme werd er uiteraard veel ondernomen om de censuur te omzeilen door boeken officieus uit te geven, de zogenaamde samizdat. Dat waren overgetypte exemplaren met als opdracht ‘voor mijn vrienden’. Soms waren het prachtige hebbedingetjes met originele gravures die van hand tot hand gingen.

De herwonnen vrijheid in 1989 bracht een nieuwe generatie schrijvers. Al zijn de boeken in Tsjechië duurder geworden en de oplagen kleiner, mede dankzij het digitale tijdperk. Hoewel dat altijd nog meevalt. Ik heb onlangs gelezen dat een Tsjech gemiddeld dertien titels per jaar leest en thuis gemiddeld 250 boeken in zijn boekenkast heeft staan.

Welk boek moet beslist nog worden vertaald in het Nederlands?
Dankzij een kleine maar uiterst bekwame groep vertalers, met Kees Mercks en Edgar de Bruin in het voortouw, is er al veel beschikbaar in het Nederlands. Ook van de nieuwe garde schrijvers.

De prachtige boeken van Jáchym Topol bijvoorbeeld, die de onzekerheden van deze tijd magistraal uit de doeken doet. Lees vooral het gruwelijke De werkplaats van de duivel. Petra Hůlová die doorbrak met haar romandebuut over een Mongools gezin – zij heeft een jaar in Ulaan Baatar gestudeerd. En niet te vergeten de vorig jaar bejubelde multi-roman Een liefdesbrief in spijkerschrift van de Congolees-Tsjechische Tomáš Zmeškal. Dit is een greep uit een groot aanbod. Er is een literaire agentuur gevestigd in Amsterdam onder de naam Pluh (ploeg). De akker is gereed.
 
Maar als ik het goed begrijp, moest de fijnzinnige reeks Moldaviet van uitgeverij Voetnoot ophouden. Mijn vurig wens is een sponsor voor deze bijzondere uitgeverij die gespecialiseerd was in dunne boekjes – verhalen, novellen. En er zou meer poëzie moeten komen. Er zou altijd meer poëzie moeten zijn. 

Welk fragment wilt u met ons delen?
Ik wil vooral een gedicht met u delen. Van Miroslav Holub uit De geboorte van Sisyphus (De Bezige Bij, 2008). Maar eerst een paar woorden uit dezelfde bundel over waarom het gedicht ‘het enige zwaard en schild’ is:

‘want in principe en in de kern is het niet eens tegen tirannen, 
tegen auto’s, tegen waanzin en kanker en poorten des doods,
maar tegen wat er altijd is, altijd binnen en buiten, altijd voor
en achter en middenin, altijd met ons en tegenover ons;
het is tegen de leegte. Het gedicht is het zijn tegen de leegte. 
Tegen primaire en secundaire leegte.’

Tot slot, omdat het gedicht tegen de leegte is, ‘De deur’ uit mijn bovenvermelde hommage aan deze dichter, die vanaf de val van het IJzeren Gordijn tot aan zijn dood in 1998 deel uitmaakte van de Advisory Board van het Poetry International Festival in Rotterdam.


De deur

Kom, doe de deur open.
Misschien is buiten
een boom of een woud
of een tuin
of een magische stad.

Kom, doe de deur open.
          Misschien krabt er een hond.
Misschien is er een gezicht
of een oog
of het beeld
                van een beeld.

Kom, doe de deur open.
Als er mist is,
trekt hij op.

Kom, doe de deur open.
Al was er alleen maar
tikkende duisternis,
al was er alleen maar
holle wind,
al was er
                    niets
                            buiten,
kom, doe de deur open.

Het zal 
tenminste 
tochten.


 

 

Kafka schreef Het proces in 1915, maar de roman blijft tot de verbeelding spreken. Theatergroep Oostpool komt met een bewerking van deze absurde nachtmerrie, die naar eigen zeggen 'zowel talig als beeldend is. En zowel verstikkend en pijnlijk als geestig en absurd'. 

Regie: Marcus Azzini
Op de planken: 28-09 t/m 29-11

 

Al drie jaar na publicatie werd Milan Kundera's boek De ondraaglijke lichtheid van het bestaan door regisseur Philip Kaufman (The Right Stuff) verfilmd. Met succes, dankzij het draaiboek van Jean-Claude Carrière en de fotografie van Ingmar Bergmans vaste cameraman Sven Nykvist. Het was geen gemakkelijke opdracht geweest: de verfilming van een boek dat weliswaar een bestseller werd, maar buitengewoon complex in elkaar zat. Een vaak ontroerende film over de essentie van de liefde en seksualiteit tegen de achtergrond van een roerige episode in de naoorlogse Tsjechische geschiedenis.