Abou's kat

Jeroen van Kan ,

Goethe gebruikte de poëzie van de veertiende-eeuwse Perzische dichter Hafez om zich af te sluiten van de wereld.

Het is 1814. Als in mei van dat jaar Engelse, Russisch, Oostenrijkse en Pruisische troepen door de straten van Parijs marcheren lijkt een einde te komen aan een bloedige episode in de Europese geschiedenis. Napoleon is overwonnen. Helaas blijkt de rust schijn: een jaar later keert Napoleon terug uit zijn ballingschap op Elba om zijn tegenstanders nog één uit te dagen. Pas na de Slag bij Waterloo zal de rust echt weerkeren in Europa.

 

Naar binnen

Tegen deze achtergrond ontstaat de laatste grote gedichtencyclus van Johann Wolfgang von Goethe: de West-östlicher Diwan (Diwan is het Perzische woord voor verzameling). De cyclus ontstaat uit twee bronnen: de liefde en uit wat je met een beetje goede wil een innere Emigration avant la lettre zou kunnen noemen. Als Europa nog ferm in de tang gehouden wordt door de troepen van Napoleon, vlucht Goethe in de poëzie. Dat doet hij steeds als de buitenwereld hem te onaangenaam wordt. Aan zijn goede vriend Karl Ludwig von Knebel schrijft hij: 'Zodra zich in de politieke wereld iets zeer bedreigend voordeed, stortte ik me eigenzinnig op dat wat het verst bij me vandaan lag.' In een eerdere periode van politieke onrust vluchtte hij in de Chinese poëzie, maar in 1813, het jaar van de bloedige Slag bij Leipzig, wordt hem een ontsnapping geboden door een boek dat hij cadeau krijgt van een uitgever: de voor het eerst integraal in het Duits vertaalde verzen van de Perzische dichter Hafez (1320-1390). Goethe is onmiddellijk gegrepen door het werk en verliest zich niet alleen volkomen in de lectuur van Hafez zelf, ook verslindt hij alle boeken die hem iets te zeggen hebben over de geschiedenis van Perzië en de poëtische traditie waar Hafez uit voortkomt.

 

Naar buiten

In 1814 denkt Europa dat de kust veilig is. Zo ook Goethe. Hij wil op reis, en wel naar zijn geboortestreek. Tot de herfst van het jaar 1814 – Goethe is dan vijfenzestig jaar oud – verblijft hij in Rheingau, in het landschap van zijn jeugd. In die periode ontmoet hij Marianne, een jonge vrouw die vlak nadat ze elkaar leren kennen trouwt met haar pleegvader, bankier Johann Jakob Willemer. Hij scheelt vijf jaar met Johann Wolfgang en vijfentwintig jaar met Marianne. 'Onze waardige vriend is in forma getrouwd,' schrijft Goethe. Een verstandshuwelijk dus. Goethe en Marianne voelen zich onmiddellijk tot elkaar aangetrokken.

 

Hij is terug in het landschap van zijn jeugd, verliefd op een dertigjarige vrouw die hem ook aantrekkelijk vindt, zij het meer geestelijk dan fysiek, de oorlog in Europa lijkt voorbij en hij is begonnen met het schrijven van zijn eigen Diwan, zijn antwoord op Hafez. Uiteraard wordt de kern van de cyclus gevormd door een sectie liefdeslyriek. Hatem en Suleika, heet het liefdespaar in de Diwan. Goethe leeft zich er in uit. Hij laat Marianne een paar gedichten lezen. Zij antwoordt met een gedicht. Uiteindelijk zal Goethe drie gedichten die zijn geschreven door Marianne opnemen in zijn cyclus. Voor het eerst en voor het laatst dat hij een vrouw op wie hij verliefd is laat meeschrijven.

 

September 1815 zien ze elkaar voor het laatst. Tot de dood van Goethe blijven ze schrijven, maar een ontmoeting zal niet meer plaatsvinden. Hun liefde zal voornamelijk in poëzie bestaan. Hafez zou zich erin herkend hebben: zijn liefde op afstand heette Shakh-e Nabat. Hij bezong haar eindeloos in zijn verzen, maar verder dan dat zou hij nooit komen.

 

Tijdens Poetry International werd het themanummer van Tortuca ten doop gehouden: De kat van Abou Hoeraira. Op initiatief van vertaler Ard Posthuma reageren dichters op de verzen uit Goethes West-östlicher Diwan. Op zijn beurt reageerde Goethe weer op de verzen van de veertiende-eeuwse Perzische dichtr Hafez. Onder de dichters die reageerden zijn Alfred Schaffer, Anneke Brassinga, Peter Swanborn, Lucas Hüsgen, Mark Boog, H.C. ten Berge en Ester Naomi Perquin.

 

De titel De kat van Abou Hoeraira slaat op het gedicht waarin Goethe voor de kat van Abou Hoeraira, een goede vriend van profeet Mohammed, een plaats in het Moslimparadijs garandeert.

 Hafez links, Goethe rechts.