De volgende...

Jeroen van Kan ,

En weer wordt gepoogd een vergeten schrijver terug in het licht te brengen. Dit keer gaat het om de Russische auteur Gajto Gazdanov. Volgende week verschijnt van hem de roman 'Het fantoom van Alexander Wolf'.

Frederic Prokosch, Felipe Alfau. Dat is het type schrijver dat weliswaar herontdekt wordt, maar na enkele jaren toch weer ten prooi valt aan de vergetelheid. Sándor Márai, David Vogel. Voorbeelden van schrijvers die met succes aan de vergetelheid zijn ontrukt. Datzelfde zou ook kunnen gelden voor Hans Fallada, zij het dat zijn herontdekking nog te vers is. Als zijn boeken over vijf, zes jaar nog steeds worden gelezen, dan kunnen we met zekerheid stellen dat we hem voor de toekomst hebben veiliggesteld. Nou ja, echt veilig zijn boeken pas als ze meerdere generatie hebben weten te doorkruisen zonder iets aan waarde in te boeten.
 
Marcel Schwob, Georges Rodenbach, Hermann Ungar. Drie schrijvers uit de treurigste categorie. Destijds vergeten, nu vergeten en in de toekomst hoogstwaarschijnlijk ook vergeten. Voorbestemd voor de vergetelheid. Het blijft fascineren, schrijvers die niet meer worden gelezen, vooral als dat wat ze geschreven onmiskenbaar beter is dan werk dat de canon wel heeft gehaald. Het is zeldzaam, maar het gebeurt.
 
Het omgekeerde gebeurt ook: een boek wordt opnieuw uitgegeven, een uitgever vult een achterflap met supelatieven en aanbevelingen die meestal te grotesk zijn om waar te zijn (‘een vergeten meesterwerk dat voortaan in één adem genoemd moet worden met Buddenbrooks, Lolita en Madame Bovary’) en het boek zinkt vervolgens roemloos af naar de bodem waar het lag voordat het werd opgedregd door uitgevers die op zoek waren naar het volgende vergeten meesterwerk.
 
Er was een tijd dat dode schrijvers een bedrijfsrisico vormden. Ze kunnen geen promotie maken voor een boek, geven geen interviews en als ze vergeten zijn zegt dat vaak iets over de kwaliteit van het werk. Maar gaandeweg ontstond een nieuw genre. Dat van het ten onrechte vergeten boek. Eerst vormden dat soort boeken nog het exclusieve domein van uitgevers in de marge, zoals Coppens & Frenks, maar toen de eerste dode auteur eenmaal succesvol aan de man was gebracht, volgden er al snel meer. Midden jaren negentig las een Italiaanse schrijver en uitgever, Roberto Calasso, een boek van de Hongaar Sándor Márai. Hij besloot het uit te geven, waarna Márais werk over de hele wereld werd herontdekt. Sindsdien volgden meer succesverhalen. De laatste loot aan die stam heet Stoner. Een onverbiddelijke bestseller.
 
We lijken ontvankelijker voor de vergeten schrijver dan ooit. We kijken graag terug, we herwaarderen graag iets uit het verleden. Nog niet zo heel erg lang geleden was het verleden iets om achter ons te laten. We moesten vooruit. Nu kijken we graag terug.

Vervelend voor uitgevers is dat het proces niet valt te sturen. Zeggen dat je een nieuw meesterwerk hebt ontdekt en dat met veel paukenslagen presenteren aan de lezer biedt nog geen garantie voor succes. Integendeel, wie te veel op de trom slaat oogst wantrouwen, motiveert de lezer om kritisch te zijn. Ze lokken de dat-zullen-we-nog-weleens-zien-reflex uit bij de critici. Het meest recente voorbeeld daarvan is Het fantoom van Alexander Wolf van Gajto Gazdanov. Internationaal herontdekt en jubelend besproken, vooral in Duitsland, maar ook in andere landen. In Nederland zijn de reacties vooralsnog wat zuinig. Johannes van der Sluis bespreekt het boek alsvolgt op website Tzum:

 
‘Ook de roman Het fantoom van Alexander Wolf van Gajto Gazdanov (1903-1971) wordt ons door de uitgevers Lebowski Publishers en Cossee gepresenteerd als een wonder. Een ‘uniek’ en ‘verpletterend avontuurlijk’ verhaal over een soldaat tijdens de Russische Burgeroorlog, vandaar een paard op het omslag. We leven anno 2013, dus als het om de oorlog gaat die verkoop heet, blijven de paarden op stal. In plaats daarvan zijn er Twitterbombardementen te horen, Facebooksalvo’s, en het geschreeuw van het voetvolk, de boekhandelaren – een veertiental wordt aan het begin van het boek geciteerd – en er zullen mits de oorlog goed marcheert vast nog wel BN’ers aan de frontlinie opduiken die hun achterban graag willen laten zien dat ze ook weleens ‘een goed boek’ lezen in plaats van de bladen waarin hun levens worden besproken.’ Hij besluit met: ‘Ooit bestelde mijn lieve moeder bij het geniale verkoopprogramma op de televisie genaamd Amazing Discoveries een schoonmaakmiddel waarvan ik de naam ben vergeten. Het bleek helaas niet het middeltje te zijn waar ze op hoopte en het verdween al snel van het keukenkastje naar de schuur.’
 
Hebben we hier van doen met de dat-zullen-we-nog-weleens-zien-reflex of gaat het hier werkelijk om een middelmatig boek? Twee vragen, die respectievelijk met ja en nee moeten worden beantwoord. Ja, dit is een reactie op de wat al te luide publicitaire paukenslagen, en nee het is beslist geen matig boek. Evenmin een meesterwerk dat een plek naast de romans van Nabokov verdient, zoals ergens werd beweerd, maar toch zeker een boek dat herontdekking verdient.
 
Het verhaal in het kort: tijdens de Russische burgeroorlog wordt een zestienjarige jongen beschoten. Zijn paard wodt dodelijk getroffen. De jongen vuurt terug en raakt de man. Die lijkt stervende en de jongen ontkomt op het mooie witte paard van zijn belager. Jaren later woont de hoofdpersoon in Parijs en leest een boek waarin het hele voorval nauwgezet beschreven staat. Alexander Wolf heet de schrijver. De hoofdpersoon gaat naar hem op zoek, zonder veel succes. De man blijft ongrijpbaar, tot ze elkaar dan toch ontmoeten… Het einde zal ik niet verraden. Lees het. Goed geschreven, knap verteld, maar een meesterwerk: nee. Michaël Zeeman schreef ooit over een andere herondekte schrijver, David Vogel, het volgende: 'David Vogel is voldoende aan Alfred Döblin, Arthur Schnitzler en Franz Kafka verwant om herkenbaar te zijn, en tegelijk oorspronkelijk genoeg om op zichzelf te staan'. Voor Gazdanov geldt het eerste wel, maar of hij ook in de tweede categorie scoort… We weten het over een paar jaar.
 

Overigens bestaat er in Duitsland een fonds dat zich toelegt op het uitgeven van Vergessene Autoren. Mooi is ook de website Writers No One Reads.  

Gajto Gazdanov (1903-1971) groeide op in Siberië en Oekraïne. Hij vocht tijdens de Russische Burgeroorlog aan de zijde van de Witten, week in de jaren twintig uit naar Parijs en werkte daar aanvankelijk als taxichauffeur. Zijn beste werk schreef hij na de Tweede Wereldoorlog. Toen verschenen de romans Het fantoom van Aleksander Wolf (1947) en De terugkeer van Boeddha (1949). Gazdanov stierf in 1971 aan longkanker.