Olifant in de kamer

Katja de Bruin ,

Het lijkt erop dat romanschrijvers de dikke mens hebben ontdekt. 'Obilit' dreigt een heuse literaire stroming te worden.

Literaire dikzakken waren er natuurlijk altijd al. Maar Oblomov en Dik Trom waren vooral gezellige dikkerds. Hun omvang werd door hun scheppers weliswaar goedmoedig bespot, maar van morbide obesitas hadden Gontsjarov noch Kieviet ooit gehoord. Peter Hedges introduceerde in 1991 in zijn roman What’s eating Gilbert Grape een vrouw die zo zwaar was dat ze door de vloer dreigde te zakken. In de verfilming, twee jaar later, schitterde de 249 kilo zware Darlene Cates als de moeder van Johnny Depp en Leonardo DiCaprio. Ze bleek de trieste voorloper van wat de amusementsindustrie voor ons in petto had: de corpulente mens als kijkcijferkanon. Vreemd genoeg bleef het in obees opzicht literair gezien lang stil. Totdat dit jaar in Amerika twee romans verschenen die niet alleen een extreem dikke hoofdpersoon hebben, maar waarin hun vraatzucht ook daadwerkelijk het belangrijkste onderwerp is.

150 kilo vet
Jami Attenbergs De Middlesteins werd onder meer door Jonathan Franzen aangeprezen. Het is een lichte, toegankelijke roman over Edie Middlestein – Joods, middelbare leeftijd – die na een huwelijk van veertig jaar in de steek wordt gelaten door haar echtgenoot. Deze Richard (‘Begrijp me niet verkeerd, ik hou wel van een vrouw met wat vlees op de botten. Ik ben niet voor niks met haar getrouwd.’) houdt het voor gezien, nadat hij op zijn zestigste beseft ‘dat hij nooit meer het opgezwollen, pokdalige en blauw dooraderde lijf van zijn vrouw wilde aanraken.’ Bam. Dit is de keiharde realiteit anno 2013. Geen molligerds met een maatje meer, maar mensen die er allang niet meer in geloven dat ze ooit nog een maatschappelijk acceptabel gewicht zullen bereiken. Al doet Edie soms een halfslachtige poging: ‘Ze had de laatste tijd de gewoonte om de middelste laag brood uit haar Big Mac te halen, want die ene keer dat ze naar de Weight Watchers was geweest, had ze gehoord dat brood de grote boosdoener was.’
Jami Attenberg laat zien wat voor impact 150 kilo vet heeft op het leven van Edie Middlestein. En hoewel je het allemaal zelf kunt bedenken (gezondheidsproblemen, kleinkinderen die zich schamen voor oma, een graatmagere schoondochter die zich opwerpt als afvalcoach, collega’s die aandringen op vervroegd pensioen) is De Middlesteins ondanks de luchtige toon een deprimerend boek.

Oerboek
Datzelfde geldt, in nog veel grotere mate, voor Big Brother, de nieuwe roman van Lionel Shriver, die haar boek een veelzeggend motto meegaf: ‘De dieetindustrie is de enige winstgevende bedrijfstak ter wereld met een mislukkingspercentage van 98 procent.’ Haar boek is opgedragen aan Greg, ‘bij wiens ingrijpende, fantastische, verbazingwekkende leven elke fictie verbleekt.’ Deze Greg was Shrivers broer, die op 55-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van extreem overgewicht. Die trieste gebeurtenis inspireerde zijn zus (die om de dag vijftien kilometer hardloopt, dagelijks reeksen loodzware crunches afwerkt en slechts één maaltijd per dag eet) tot een zeldzaam indringende roman die, dat kan haast niet anders, het oerboek van de obilit gaat worden.
Shriver koos als hoofdpersoon de kleurloze Pandora, die een goedlopend bedrijf leidt en haar leven deelt met echtgenoot Fletcher en twee stiefpubers. De steile Fletcher eet alleen gestoomde broccoli en is een obessieve fietser, terwijl Pandora ondanks haar overtollige kilo’s volhardt in het bakken van pecantaarten. Shriver gunt ons een kort maar veelzeggend kijkje in dit huwelijk voordat Pandora naar het vliegveld vertrekt om haar broer Edison af te halen. Ze heeft hem al een jaar of wat niet gezien en het duurt even voordat ze in de bonk vet die haar tegemoet waggelt haar broer herkent. ‘Kijkend naar die man was het alsof ik in een gat viel, en ik moest wegkijken omdat het onbeleefd was om te staren, en nog onbeleefder om te huilen.’
Wat volgt is een even pijnlijke als hilarische logeerpartij die nu al doet verlangen naar de film die er ongetwijfeld gaat komen. Edison neemt bezit van de keuken, terwijl Fletcher er steeds minder in slaagt zijn woede en weerzin te verbergen. Onvermijdelijk stevenen we af op het moment waarop Pandora zich gedwongen ziet te kiezen tussen haar man en haar broer; een keus die Shriver zelf op het nippertje bespaard bleef. Tussen alle schranspartijen en afvalpogingen door is volop ruimte voor scherpe observaties over dit beladen onderwerp. Want dat is het. Niemand, zelfs Pandora’s tactloze stiefzoon niet, durft de omvang van de logé ter sprake te brengen waar hij bij is. En zo krijgt de spreekwoordelijke olifant in de kamer een wel heel letterlijke betekenis. Gelukkig deinst Shriver er niet voor terug die olifant eens flink aan zijn slurf te trekken in dit dappere, belangrijke boek. De dodelijke vraatzucht van haar broer heeft grootse literatuur opgeleverd.

Jami Attenberg: De Middlesteins (oorspr. The Middlesteins, vertaling
Onno Voorhoeve, uitgever Agaton)









Lionel Shriver: Big Brother (de gelijknamige vertaling van Maarten Polman verschijnt op 23 september bij Atlas Contact). En Lionel Shriver is op zondag 29 september te zien in Boeken op Reis.

Meer literaire dikzakken
Oscar Wao uit Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao van Junot Diaz.
Wat een vet! Wat een rollen! Overal zwangerschapsstriemen! Wat een weerzinwekkend, misvormd lichaam!

Brooke uit Lieve Céline van Hanna Bervoets.
Ze is stevig. En die mensen denken: dat is haar eigen schuld. Ze hebben gelijk, vindt Brooke: ze heeft natuurlijk zelf te veel gegeten. Maar aan de andere kant: als iemand haar zou vragen ‘ben je liever dun of dik?’ dan koos ze dun. En hoe kan iets waar je niet zelf voor kiest, je eigen schuld zijn?

Mal uit Bed van David Whitehouse.
Hij is zo ver verspreid geraakt van de kern van zijn skelet dat hij een reusachtig dekbed van vlees is geworden.