Oorlogsverhalen

Frank Mulder ,

VPRO gids

De Amerikaanse oud-marinier Phil Klay diende meer dan een jaar in Irak. Wat hij daar zag en hoorde, besloot hij in de vorm van fictie te verwerken. Het leverde twaalf indrukwekkende oorlogsverhalen op.

Phil Klay: 'Oorlogsverhalen'
(oorspr. Redeployment, vertaling Elles
Tukker en Maarten van der Werf)
uitgeverij Lebowski

Oorlogsboeken heb je in soorten en maten. Boeken over heldhaftige soldaten, boeken over het lijden van slachtoffers, boeken over militaire successen en boeken over de geopolitieke belangen achter oorlog. Oorlogsverhalen, een nieuwe bundel met twaalf verhalen over de oorlog in Irak en Afghanistan, is anders. Het oordeelt niet, het analyseert niet. Het vertelt alleen maar, het vertelt een eindeloze stroom gedachten en belevenissen vanuit het perspectief van de Amerikaanse marinier. Die soms moedig is, en soms bang, maar heel vaak ook geen idee heeft wat hij daar doet, in die hete woestijn vol vreemde baardlingen die dood en verderf willen zaaien. Waar de meeste oorlogsboeken beginnen bij het slagveld, begint dit boek bij de soldaat thuiskomt en zich geen raad weet met mensen die niet eens weten waar Falluja ligt, waar drie van zijn maten zijn omgekomen.

Je zou het eens mee moeten maken. Je vrouw neemt je mee uit winkelen in Wilmington. De laatste keer dat je in een winkelstraat bent geweest, liep de marinier voorop aan de zijkant van de weg als verkenner en om de daken aan de overkant in de gaten te houden. De marinier achter hem bekijkt de ramen op de bovenste verdieping, de marinier daarachter de ramen iets lager en zo verder tot je groep de hele straat onder dekking heeft, en de achterste marinier kijkt achter jullie.

In Wilmington heb je geen peloton, heb je geen maat, heb je zelfs geen wapen. Je checkt tien keer en je ziet nog steeds niks. Je bent veilig, dus je mag op code wit staan, maar dat doe je niet. In plaats daarvan beland je in een American Eagle Outfitters. Je vrouw geeft je wat kleren om te passen en je loopt een heel klein kleedhokje in. Je doet de deur dicht, en je wil hem niet meer opendoen.

De verhalen zijn geschreven door Phil Klay, een oud-marinier die tussen 2005 en 2009 diende en vanaf 2007 zelf ook meer dan een jaar in Irak zat. Daar vocht hij niet zelf, want hij had een staffunctie in de provincie Anbar, maar kreeg er wel de kans om veel soldaten te spreken en veel rond te reizen. Wat hij daar zag en hoorde, besloot hij in de vorm van fictie te verwerken. Nadat hij was afgezwaaid, behaalde hij zijn Masters of Fine Arts aan Hunter College in New York. Hij schreef zijn eerste verhaal voor Granta, een Engels literair tijdschrift, en publiceerde later onder meer in The New York Times. Oorlogsverhalen is zijn debuut en kwam eerder dit jaar meteen in verschillende talen tegelijk uit.

Het bijzondere van het boek is dat elk verhaal wordt verteld vanuit een ander perspectief. De soldaat die op het mortuarium werkt. De marinier die een kind moet neerschieten dat hem onder vuur neemt. De projectleider die honkbaltenues moet uitdelen aan Irakezen bij wijze van propaganda. De gestresste soldaat die op zoek is naar een hoer. De tolk die jihadisten uit hun verschansing moet lokken door de meest grove beledigingen en vloeken te verzinnen.

Het moet haast wel of Klay is hen werkelijk tegengekomen in Irak, zo levensecht zijn ze. De hoofdpersonen komen heel dichtbij, in ieder verhaal opnieuw. De lezer zit bij ze aan tafel en ligt bij ze in bed. Hun grappen, hun grofheid, hun angst, lamlendigheid en cynisme, en alles bovendien zonder enige opsmuk of gemoraliseer. Er is nergens een moment dat er van een afstand wordt geoordeeld. De mariniers hebben geen abstracte discussies over het nut van de Irakoorlog. Voor de hippies uit New York die tegen het leger zijn hebben ze geen respect, maar als ze iemand hebben gedood, weten ze niet waar ze met hun gevoel heen moeten.

Als we al met elkaar praatten, dan ging het meestal over videospelletjes. Maar nu was er veel meer om het over te hebben. Dat vond ik tenminste. Timhead vond van niet. Als we terugkwamen, speelde ik Grand Theft Auto en hij Pokémon tot we omvielen van de slaap. Soms keek ik naar hem, met al zijn aandacht bij de Nintendo, en dan wilde ik schreeuwen: wat gaat er door je heen? Hij leek niet veranderd, maar dat moest haast wel. Hij had iemand gedood. Hij moest iets voelen.


En dat is het knappe van het boek. Je krijgt respect voor de moed van jongens die hun leven geven voor hun land, maar voelt ook tot op je botten hoe hoe gruwelijk en zinloos het allemaal is. Want dat beseffen ze zelf.

Hij begon door zijn foto’s te scrollen. Toen hij de ene vond die hij zocht, draaide hij de camera zodat ik ernaar kon kijken. Het was alleen maar een foto van een Iraaks kind dat zich over een kist boog. ‘Dat kind plaatst een bermbom,’ zei hij. ‘Verdomme op heterdaad betrapt.’ ‘Die jongen is niet ouder dan een jaar of vijf, zes,’ zei ik. ‘Hij kon onmogelijk weten wat hij deed.’

‘En wat maakt mij dat uit?’ vroeg hij. ‘Ik weet toch ook niet wat ik hier doe?’


En zo leest Oorlogsverhalen als een aanklacht tegen oorlog, maar is het gek genoeg ook een ode aan de marinier. Heel indrukwekkend.

Een grootvader en kleinzoon worden via een tolk (l) ondervraagd door Amerikaanse soldaten. Fallujah, Irak, 2005.