Onrustig en Ongrijpbaar

katja de bruin ,

Martin Bril (1959 - 2009)

Veel mensen kenden maar een stukje van de jong overleden columnist Martin Bril. Coen Verbraak poogde de delen bijeen te voegen.

‘Die onwaarschijnlijke onrust van hem, dat was een van de dingen waar iedereen over begint. Hij zat nog niet of hij wilde alweer weg, een pas aangestoken sigaret drukte hij uit om gelijk weer een nieuwe op te steken. En hij zat altijd te bellen,’ zegt Coen Verbraak over Martin Bril. Morgen is het alweer vijf jaar geleden dat de beroemdste columnist van Nederland, 49 jaar jong, overleed. Aanleiding voor een boek (het zeer smakelijke De schelmenjaren van Martin Bril, door Astrid Theunissen), een Bril-avond in Paradiso en een film van Coen Verbraak: Martin Bril – Enfin, vandaag [21 april 2014] uit te zenden door bnn.

‘Drieënhalf jaar geleden ben ik er al eens aan begonnen,’ vertelt Verbraak, ‘maar zijn weduwe voelde niets voor een film. Toen heb ik het laten rusten, maar ik wilde die film toch heel graag maken. Tegen zijn vrienden heb ik gezegd: mijn bedoelingen zijn goed. Ik ben er niet op uit om een geheim boven tafel te krijgen of ergens in te wroeten. Ik wil gewoon laten zien wat hem dreef en wie hij was. Roem is ontzettend vergankelijk. Je moet nu al bijna uitleggen wie W.F. Hermans was. Als je nog vijf jaar wacht, is er misschien geen netmanager of omroep meer die er nog wat in ziet. Dus als jij vindt dat er een film over Martin moet komen, moeten we het nu doen.’

Matthijs van Nieuwkerk, Bart Chabot, Ronald Giphart, Dirk van Weelden, Anna Enquist, Barbara van Beukering, Henk Spaan en Corine Koole vertellen over Bril. Daarnaast kon Verbraak putten uit een rijkdom aan archiefmateriaal, want Bril liet zich graag interviewen.

In het boek van Theunissen, die voor een groot deel dezelfde mensen sprak, wordt Bril zelfs door zijn beste vrienden als ‘ongrijpbaar’ gekenschetst. Is Verbraak er naar zijn gevoel in geslaagd Bril te laten zien zoals hij was? ‘Ongrijpbaar, dat woord valt inderdaad regelmatig, maar alle mensen die ik heb gesproken voegen hun eigen kleur aan het palet toe. Alles bij elkaar krijg je toch wel veel kanten van hem te zien. Hij leefde in compartimenten, dus je zag altijd maar een heel klein stukje van de trein. De vrouwen die hij had kenden hem heel anders dan Matthijs van Nieuwkerk, met wie hij vooral over journalistiek sprak, of Chabot en Giphart, die met hem optraden. Ze maakten allemaal een deel van de trein mee, maar het was wel allemaal Bril.

Wat je van veel mensen hoort is dat hij het gevoel had nooit op zijn bestemming te zijn beland. Hij keek niet tevreden terug op zijn leven. Hij vond dat hij het op heel veel vlakken had laten liggen: als vader, als echtgenoot, als schrijver ook. Tot zijn vijfendertigste had hij zijn leven een beetje verkloot. Heel veel drinken, drugs, vrouwen. Zelf noemde hij dat de dark ages. Hij had het gevoel dat hij te laat was begonnen en te vroeg moest ophouden. Hij had nog veel goed te maken. Tot vijf dagen voor zijn dood bleef hij doorschrijven. Waarom doet iemand dat? Waarom besteed je je laatste sprankje energie daaraan? In de film zie je dat mensen daar antwoord op proberen te geven.’