VPRO Boeken tipt

VPRO Gids #35

Elke week tipt VPRO Boeken 3 recent verschenen nieuwe titels. Naast de wekelijkse bijdragen van Katja de Bruin en Wim Brands zullen er verschillende gastrecensenten aan het woord komen.

Vlaamse familie

door Anton de Goede

‘In de teletijdmachine van professor Barabas zal niemand ooit kunnen stappen, maar altijd zullen we de taal tot onze beschikking hebben.’ Schrijft Ann De Craemer (1981) halverwege haar nieuwe roman Kwikzilver (De Bezige Bij). Wie schrijft zoals zij, mag dat zeggen. De Craemer weet tijdens een decennia bestrijkende tocht door het huis en het leven van de in 1909 geboren grootmoeder van haar vrouwelijke hoofdpersoon de woorden te vinden die de kleuren en geuren van dat huis, en de leden van zomaar een Vlaamse familie haarscherp treffen. Zo is een fraaie beschrijving ontstaan van lief en leed van het Vlaamse plattelandsleven en de gedwongen verhuizing van ‘mémé’ naar een serviceflat in het stadscentrum. Liefdevol en ontroerend. En toch niet zoet.

 

Jan Schoonhoven

Door Wim Brands

Dichter Hans Sleutelaar vertelde me eens dat kunstenaar Jan Schoonhoven elke werkdag genoot van zijn treinreis van Delft naar Den Haag. De reis was altijd anders. Ik moest aan dat verhaal denken toen ik de voortreffelijke biografieschets van Sandra van Beek las: Ik een nieuwe Mondriaan? Ik ben een ouwe Schoonhoven! (Free Musketeers). De kunstenaar, die ook toen hij beroemd was bij de PTT bleef werken, kende de oude stad van Vermeer zo goed, was zo verknocht aan elk steentje, elke gevel, de kerken, de hekwerken dat hij ze als een nieuwe Mondriaan omtoverde tot witte papieren reliëfs. ‘There is a joy in repetition,’ zong Prince. Vreugde ja, maar er schuilt ook vrijheid in, zoals Schoonhoven ervaarde tijdens zijn treinreizen en toonde in zijn werk.

Toepasselijke dichtregels

Door Katja De Bruin

Poëzieprofessor Elizabeth Stone (rok, trui, platte schoenen, bril) is begin vijftig, heeft geen sociaal leven en ‘doet niet aan zomer’. In al haar degelijkheid is ze een gewaagd romanpersonage, maar Grace McCleen blaast haar leven in door op elke pagina van Professor in de poëzie (AtlasContact) voelbaar te maken hoezeer het leven van deze vrouw door literatuur wordt beheerst. Overal – in de metro, bij de dokter – vallen haar toepasselijke dichtregels in. Milton, Eliot, of, bij een grijze lucht vol jachtige wolken, Thomas Hardy. Haar eenzaamheid is zo verstikkend dat die ook de lezer soms bijna de adem beneemt, maar gelukkig gloort er in een stoffige studeerkamer in Oxford iets dat lijkt op een romance.