Twee seconden

Katja de Bruin ,

Rachel Joyce brak op haar vijftigste door met 'De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry'. Ze had door het plotselinge succes kunnen stranden op die ‘gevreesde tweede’ roman. Dat gebeurde niet.

Zeventien jaar lang schreef Rachel Joyce hoorspelen voor de radio. Ze vond het leuk en ze was er goed in, maar ze had niet genoeg zelfvertrouwen om aan een roman te durven beginnen. De verhalen die ze al heel lang schreef, leken haar niet goed genoeg om aan iemand te laten lezen. Totdat ze in haar schrijfschuurtje in Gloucestershire De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry bedacht. Het werd in 2012 een onverwachte bestseller, met vertalingen in 32 landen en meer dan twee miljoen verkochte exemplaren. Nederland deed met een oplage van 30.000 enthousiast mee.

In het jaar dat Rachel Joyce doorbrak, werd ze vijftig. Ze had verlamd kunnen raken door het plotselinge succes, ze had kunnen stranden op die gevreesde tweede roman. Dat gebeurde niet. De dag dat de tijd stilstond is allesbehalve een teleurstelling. Het boek kreeg van de goocheme uitgever een omslag dat onmiddellijk Harold Fry in herinnering roept. Zelfde vormgeving, zelfde belettering. Alleen zijn de buxusbollen nu paardenbloemen. Zou dat betekenen dat Joyce een one trick pony is, die slim voortborduurt op haar succes? Nee, integendeel. De dag dat de tijd stilstond is een heel ander boek. Het is duister en minder feelgood-spiritueel dan Harold Fry, die vanuit het zuidelijkste puntje van Engeland naar het noorden liep en gelouterd weer terugkeerde naar zijn vrouw.

Vondst
De dag dat de tijd stil stond speelt zich af in de hete zomer van 1972. De elfjarige Byron, een iets te dik, neurotisch jongetje maakt zich grote zorgen over het feit dat er twee schrikkelseconden aan de tijd zullen worden toegevoegd. ‘Hoe konden twee seconden bestaan waar voordien geen twee seconden waren geweest? Het was alsof je iets toevoegde wat er niet was. Het was niet veilig.’

Als hij op een mistige ochtend met zijn moeder en zusje in de auto zit, op weg naar school, denkt hij op zijn horloge te zien dat de tijd verspringt, en hij wil dat gelijk aan zijn moeder laten zien. Het volgende moment ziet hij een rood kinderfietsje langs de kant van de weg liggen. Heeft zijn moeder een kind aangereden? Byron denkt van wel, maar zegt niets en zijn moeder rijdt gewoon door. Twee seconden die het leven van dit gezin voorgoed zullen ontwrichten. Het is een vondst die knap is uitgewerkt in een spannend verhaal dat over van alles gaat: standsverschillen, vrouwenemancipatie, psychiatrie. Joyce koos voor een riskante constructie: de ene helft van het verhaal gaat over Byron, die wel aanvoelt dat er iets gaande is in het huwelijk van zijn ouders, maar niet begrijpt wat. De andere helft lezen we over Jim, een man die jarenlang in een psychiatrische inrichting zat vanwege ernstige dwangneuroses. Nu probeert hij te overleven in een oude camper, waar hij ongehinderd zijn rituelen kan uitvoeren zo vaak als nodig is. Pas aan het eind komen de twee verhaallijnen samen.

Ontsnapping
Het was de bedoeling met Joyce te skypen, maar de internetverbinding in haar schuur is niet geweldig, dus vragen we haar per telefoon of ze het lastig vond, die beruchte tweede roman. ‘Nee, maar ik had geluk dat ik al begonnen was aan dit boek voordat Harold Fry gepubliceerd werd. Ik zat allang in die wereld die ik gecreëerd had, voordat de storm losbrak. Toen Harold steeds groter werd, was ik heel blij dat ik naar mijn schuur kon om te ontsnappen aan de aandacht.

Door alle belangstelling die er naar Harold Fry uitging, werd ik een beetje bang. Iets van die angst zie je terug in De dag dat de tijd stilstond. Dat verandering eng is, en dat je wilt dat alles bij het oude blijft. Mijn leven was drastisch veranderd en ik wist niet wat dat zou betekenen. Ik schreef al zeventien jaar, en nooit had iemand me iets over mezelf gevraagd. Nu wilden ze alles van me weten. Dat vond ik verwarrend.’

Joyce situeerde de belevenissen van Byron in 1972, het jaar dat ze zelf tien was. Het kinderperspectief kostte haar weinig moeite. ‘Ik heb vier kinderen, dus hun manier van kijken en praten, daar zit ik de hele dag tussen. Maar ik heb ook veel nagedacht over mezelf als kind. Byron lijkt erg op mij. Ik wist als kind niks van die schrikkelseconden, anders was ik daar vast ook heel neurotisch over geweest. Door naar muziek te luisteren waar mijn ouders veel naar luisterden, en door lang naar familiefoto’s van vroeger te kijken, herinnerde ik me steeds meer. Ik had ook oude dagboeken, die waren verschrikkelijk, maar soms was één zin genoeg om me weer op een spoor te zetten. Ik had het verhaal al in 1972 gesitueerd toen ik las over die schrikkelseconden. Het voelde als een geweldig cadeau.

Ik ben begonnen met veel meer informatie te geven, maar ik heb steeds meer geschrapt. Omdat ik vanuit het perspectief van dat jongetje schreef, voelde het als valsspelen als ik meer informatie zou geven dan hij zelf had. Dat was een delicaat proces, want het waren heel kleine details die ik de lezer mee wilde geven zonder dat Byron zou begrijpen waar ze naar verwezen.’

Nog steeds zit Rachel Joyce het liefst veilig in haar schuur. ‘Schrijven is voor mij ontsnapping. Zodra ik personages heb gevonden waar ik in geloof, voel ik me er heerlijk bij. Ik vind het alleen al geweldig om ze aan te kleden. In het boek waar ik nu aan werk, ben ik aan het nadenken over wat voor soort schoenen ze aanmoeten. Want dat zegt heel veel over iemand hoor, wat voor schoenen hij draagt.’

‘Ik schreef al zeventien jaar, en nooit had iemand me iets over mezelf gevraagd. Nu wilden ze alles van me weten. Dat vond ik verwarrend.’

Rachel Joyce