Over het korte verhaal #2

Saskia Veen ,

Vorige week schreven we dat schrijver en docent Ton Rozeman het korte verhaal een warm hart toedraagt. Hij heeft een grote bewondering voor een Amerikaanse beoefenaar van het genre, Lydia Davis. Deze week bespreekt hij voor ons haar korte verhaal ‘What I feel’.

Er zijn maar weinig schrijvers waarbij Ton Rozeman bang is dat hij er te veel door beïnvloed wordt, maar schrijfster en winnaar van de Man Booker International Prize Lydia Davis is daar een van. Zij heeft een heel eigen, typerende en aanstekelijke stijl. Ton Rozeman tipt met liefde dus haar zeer korte verhaal 'What I feel', een goed voorbeeld van de manier waarop Davis schrijft. Het verhaal is te vinden in de archieven van de website Conjunctions: the web forum of innovative writing: hier.

''What I Feel' gaat over rust in je hoofd. Davis zegt dat ze maar een stipje in het universum is, en niet zo belangrijk: 'These days I try to tell myself that what I feel is not very important. I've read this in several books now: that what I feel is important but not the center of everything.' Dat lijkt een duidelijke boodschap. Maar er is toch iets tegenstrijdigs aan dit verhaal. Die gedachte - what I feel is not very important - geeft haar namelijk geen rust. 

Dat is interessant. En we constateren dat feit niet alleen door de inhoud, maar ook door de vorm van het werk. De rust die iemand in zijn denken wil bereiken, zie je niet terug in de vorm namelijk: het zijn onrustige gedachten, waarin het niet lukt om los te laten. Vorm en inhoud zijn een.

Ook is Davis, of het 'ik' waar het verhaal over spreekt, een objectieve observator van haar eigen gedachten. Dit terwijl het verhaal over gevoelens gaat. Dit gegeven kom je niet vaak tegen bij andere schrijvers, maar bij Davis juist wel. Er zijn stromingen in de creative writing die het weergeven van dit soort gedachtenstromen afraden. Zij trekt zich daar niks van aan en lapt de regels aan haar laars. Ze schudt daardoor het korte verhaal als genre op. Het is echt bijzonder wat ze hier doet.

Je gaat je afvragen: is dit wel een kort verhaal? Of is dit meer een essay? Beslommeringen, overwegingen? Is het een dagboekaantekening misschien? Maar het gaat niet om de antwoorden op de vragen, maar op de vragen zelf die ze oproept. En dat vind ik heel interessant. Ze speelt met vorm, inhoud en ook met het genre, en onderzoekt op die manier wat ze voelt.'
 

Vorige week sprak Ton Rozeman over de kracht van het korte verhaal in Over het korte verhaal #1.