Modern ouderschap

Katja de Bruin ,

VPRO Gids

Hila Blum, al jaren redacteur bij een vooraanstaande Israëlische uitgeverij, schreef de enthousiast onthaalde roman Het bezoek. ‘Debuteren is altijd eng, maar in mijn positie nog iets enger.’

Hila Blum: Het bezoek
(oorspr. HaBikur, vertaling Shulamith Bamberger, uitgeverij De Bezige Bij)

Een stel met twee dochters, van wie de jongste wel van haar is, maar de oudste niet. Een hittegolf in Jeruzalem, de meisjes zijn uit logeren. Het huis voelt stil en leeg. In het zwijgen na een echtelijke ruzie gaat de telefoon. Een telefoontje dat een bom legt onder dit huwelijk, dat al wankelde onder de last van het leven als samengesteld gezin.

Zo begint Het bezoek, de eerste roman van de Israëlische schrijfster Hila Blum. Het is een debuut, maar zo leest het niet. Blum is al jaren redacteur bij Kinneret, een vooraanstaande uitgeverij. Nu is ze zelf auteur, en gelijk een succesvolle, want haar roman werd zowel door critici als lezers zeer enthousiast onthaald. Geen wonder, want het is een spannend, geestig en universeel verhaal over een modern gezin waarin niet ieder kind dezelfde ouders heeft. Als je de shekels door euro’s, ponden of dollars vervangt, had het zich net zo goed in Utrecht, Manchester of Boston kunnen afspelen.

Vandaag opent Hila Blum de voordeur van het schrijversappartement in Amsterdam. Hier is ze als writer in residence anderhalve maand te gast om research te doen voor haar volgende roman. Voor een van de grote ramen staat haar negenjarige dochter op de uitkijk, want papa is in aantocht. Drie weken hebben ze hem niet gezien.

Ook Nilly en Natty, het stel uit Het bezoek, hebben een negenjarige dochter, maar Natty heeft daarnaast nog een dochter uit een eerder huwelijk. Deze Dida komt bij hen wonen als haar Nederlandse moeder besluit terug te gaan naar Amsterdam.

Vooruitwijzingen

Hoewel Blum benadrukt dat het boek niet autobiografisch is, lag de kiem voor het verhaal wel in haar eigen leven. ‘Negen jaar geleden ben ik moeder geworden, maar mijn partner Gilad heeft twee oudere zonen, elk van een andere moeder. De jongste woonde vanaf zijn zevende bij ons, hij is onlangs in het leger gegaan. Natuurlijk heeft die situatie mijn leven gekleurd. Wij hebben het veel leuker dan de familie in het boek, maar het was natuurlijk wel iets dat me enorm bezighield. Stephen King heeft gezegd: fictie is een leugen, maar goeie fictie is de waarheid binnen de leugen. Ik heb geprobeerd die waarheid te beschrijven.

We waren ons er terdege van bewust dat mensen toch zouden denken dat Het bezoek over ons gezin gaat. Gilad heeft twee zoons, dus ik heb van het stiefkind in mijn boek heel bewust een meisje gemaakt. Ze hebben niets met haar gemeen en dat weten ze ook. Geen enkel boek is belangrijker dan je familie, en als er iets in dit boek kwetsend was geweest voor mijn familie, had ik het niet gedaan.’

Voordat Blum in haar roman het tere punt van het stiefmoederschap aanroert, gaat ze tien jaar terug in de tijd. De 29-jarige Nilly ontmoet de zes jaar oudere Natty, die haar al na een maand meeneemt naar Parijs. Daar vieren ze vol overgave hun prille verliefdheid, terwijl Blum kwistig strooit met vooruitwijzingen die weinig goeds voorspellen over het huwelijk dat volgt: ‘Ze weet dat ze zijn manier van eten nu nog kan verdragen, maar dat het in de komende jaren steeds moeilijker zal worden’.

Hij vertelt haar over zijn mislukte huwelijk met Miep: ‘Nilly werd dus verzocht zijn eerste huwelijk als een toevallige vergissing te beschouwen, zoiets als de sleutels in de auto laten liggen, een stommiteit die uit verstrooidheid was begaan en rompslomp met zich meebracht.’

Zij vertelt hem over haar gestrande affaire met ene Alfa. ‘“O”, zei Natty, en daar nestelde zich al een ruzie-embryo: gaat ie nou raar kijken bij de namen van haar exen?’

Doodsbang

Een typisch vrouwenboek dus, met gedoe over teleurstellende relaties en kinderen die niet van jou zijn? Toch niet. Blum vertelt dat tot haar verrassing de meest enthousiaste ­reacties tot dusver juist van mannelijke lezers komen: ‘Ik dacht zelf ook dat vrouwen het meer zouden waarderen, vanwege het perspectief, maar kennelijk spreekt het mannen ook zeer aan, omdat het gaat over modern vaderschap. Misschien hopen ze vrouwen beter te begrijpen dankzij mijn boek. In Israël zijn er niet zoveel vrouwen die dit soort boeken schrijven, dus ik pas niet in een bestaand genre. Misschien verklaart dat ook het succes.’

Terwijl Blum op haar werk de manuscripten van schrijvers als Etgar Keret, Eshkol Nevo en Amir Gutfreund onder handen nam, werkte ze thuis in alle stilte aan haar eigen boek. Pas een paar weken voordat het zou uitkomen, lichtte ze haar auteurs in.

‘Debuteren is altijd eng, maar in mijn positie nog iets enger. Stel dat het een mislukking wordt, dat je slechte recensies krijgt en dan de volgende dag weer naar kantoor moet om met een belangrijke auteur zijn werk te gaan bespreken. Ik werk met grote namen. Dat zou heel ongemakkelijk voelen. Een Franse filosoof heeft gezegd dat het leven gevuld is met grote rampen waarvan de meeste nooit gebeurd zijn. Aan die gedachte heb ik me maar vastgeklampt, en het is een geweldige ervaring gebleken. Mijn auteurs vertelden me later dat ze doodsbang waren geweest om het te lezenuit angst dat het niet goed zou zijn.’

Spijt dat ze nu pas debuurt, heeft ze niet. Integendeel. ‘Ik heb altijd geschreven, ik publiceerde alleen niet. Ik vond mijn werk tot dusver niet de moeite waard om te publiceren. Nu vond ik de tijd rijp om de volgende stap te zetten. Ik zou willen dat meer schrijvers hun inkt lieten drogen, voordat ze besluiten om iets te publiceren. Maar helaas hebben niet alle schrijvers evenveel zelfkritiek.’


Hila Blum wordt op 23 mei door Michel Krielaars geïnterviewd in het Joods Historisch Museum

‘Geen enkel boek is belang­rijker dan je familie, en als er iets in dit boek kwetsend was geweest voor mijn familie, had ik het niet gedaan’

Hila Blum