Meesterverteller

Katja de Bruin ,

VPRO Gids #46

In interviews wordt Sarah Waters gereserveerd en verlegen genoemd, maar op papier weet zij de spanning tot het kookpunt op te voeren. Zo ook in haar langverwachte nieuwe roman 'De huisgenoten'.

Eigenlijk hebben we het aan Roger Federer te danken dat de nieuwe roman van Sarah Waters (Wales, 1966) er is gekomen. Nooit eerder zat Waters zo muurvast als tijdens het schrijven van De huisgenoten, haar zesde roman waarop haar vele fans ruim vijf jaar hebben moeten wachten.
 
Heel lang wilde De huisgenoten maar niet meer worden dan een doodgewone liefdesgeschiedenis, zo vertelde ze in een interview. Ze had geen idee waar het heen moest met het verhaal. Totdat ze op een dag naar een Wimbledon-wedstrijd zat te kijken en zag hoe Federer zich punt voor punt terugvocht uit een ogenschijnlijk kansloze positie. Ineens realiseerde ze zich dat dat precies was wat zij ook moest doen: niet opgeven, maar haar verhaal punt voor punt verbeteren.
 
Ian McEwan is zonder twijfel het grootste literaire kanon dat Crossing Border dit jaar heeft weten te strikken, maar ook Sarah Waters zal de zaal moeiteloos vol krijgen. Al zou het best kunnen dat het publiek na afloop licht teleurgesteld zal zijn. Want iedereen die haar wel eens heeft gesproken, weet dat ze bepaald geen spraakwaterval is. In interviews wordt ze gereserveerd, verlegen of zelfs muisachtig genoemd. De meesterverteller Sarah Waters bestaat alleen op papier.
 
Haar status was meteen gevestigd toen ze in 1998 debuteerde met haar scabreuze debuutroman Fluwelen begeerte. Daarin vieren twee meisjes successen in het negentiende-eeuws vaudeville. Dat die meisjes ook een gepassioneerde relatie hadden, en dat er hier en daar zelfs victoriaanse leren dildo’s aan te pas kwamen, maakte het boek tot meer dan een levendige historische roman. De drie romans die volgden, hadden gemeen dat ze gingen over lesbische liefdes in andere tijden. Pas in De kleine vreemdeling besloot Waters eens van dat recept af te wijken. Of het nu kwam door het ontbreken van de seksscènes waar haar lezers wel pap van lusten, of door het feit dat deze spookroman ondanks tal van klopgeesten en onverklaarbaar bekladde muren maar niet echt spannend wilde worden, het lesboloze experiment was niet geheel geslaagd.

Pageturner
 
Vijf jaar lang moesten liefhebbers vervolgens wachten op een nieuw boek, dat in theorie natuurlijk ook had kunnen tegenvallen. Dat gebeurde niet. Integendeel. De huisgenoten is een verrukkelijke pageturner, waarin je volledig kunt opgaan en waarin het drama zich als vanouds concentreert rond twee meisjes die elkaar begeren. ‘The lesbians are back, and it is lovely to see them again,’ constateerde Aaron Hicklin, de Britse hoofdredacteur van het Amerikaanse gay magazine Out tevreden.
 
Nadat Waters in haar eerdere romans zowel de negentiende eeuw als de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw verkende, besloot ze ditmaal de jaren twintig als decor te gebruiken. Niet het fotogenieke Downton Abbey-tijdperk, maar de grauwe jaren waarin Engeland opkrabbelde na de Great War. Onze heldin heet Frances Wray en ze woont met haar moeder in een villa in Zuid-Londen. Haar twee broers zijn in de oorlog gesneuveld en nu ook haar vader is overleden, is er geen geld meer voor personeel. Dus schrobt Frances zelf de vloeren en haalt ze eigenhandig het ribstuk door de gehaktmolen. Terwijl zij de tafel dekt, verkleedt haar moeder zich boven voor het diner, net als in betere tijden. Om in hun huis te kunnen blijven wonen, zijn Frances en haar moeder genoodzaakt kamers verhuren, al is dat eigenlijk beneden hun stand. Een heikele kwestie die stijlvol wordt opgelost door te spreken van paying guests: betalende gasten klinkt immers minder erg dan ordinaire huurders. Zo arriveren in dit sobere huishouden Leonard en Lilian Barber, een jong getrouwd stel dat vrolijk rumoer meebrengt.

Gintonics

Al op pagina dertig wordt Frances een blik vergund in de openvallende kimono van mevrouw Barber, maar het zal nog bijna 200 pagina’s duren voordat de eerste kus een feit is. Daar tussenin gebeurt op het oog weinig: Frances schilt pastinaken, Lilian gaat in bad, ze picknicken samen in het park en ’s avonds doen ze een spelletje waarbij te veel gintonics worden gedronken. Dat klinkt slaapverwekkend, maar Waters weet de spanning tot het kookpunt op te voeren. Op elke pagina is voelbaar dat er iets verschrikkelijks staat te gebeuren.
 
Meegezogen door het verhaal zou je bijna over het hoofd zien hoe knap Waters tal van historische details gebruikt om de sociale en politieke omstandigheden te illustreren. De manke ex-soldaten die bedelend en stelend de straten onveilig maken, de suffragettes die ijveren voor stemrecht en de oude bloemenverkoopster die er prat op gaat nog anjers aan Dickens te hebben verkocht. Over alle gebeurtenissen valt de schaduw van de voorbije wereldoorlog, die zo veel levens verwoestte, maar die ook spanning en vrijheid met zich meebracht.
 
In de beheersing van haar historisch materiaal doet Waters wel enigszins denken aan Hilary Mantel, die net zo bescheiden is in het etaleren van haar feitenkennis. Zo wordt De huisgenoten ondanks zijn bijna 600 pagina’s geen topzwaar boek, maar een liefdesgeschiedenis, historische roman, thriller en rechtbankdrama ineen. Daarmee heeft Waters bereikt wat haar voor ogen stond : ‘a gripping read, with stuff going on behind it.’ Met dank aan Roger Federer.