Wortelloze personages

Dirk-Jan Arensman ,

VPRO Gids #40

In Tom Rachmans 'De opkomst en ondergang van grootmachten' blijkt de eenzame eigenaresse van een boekhandeltje een complex en mysterieus verleden te hebben.

‘Het is een lastig boek om over te praten,’ zegt Tom Rachman (1974) over zijn briljante tweede roman, De opkomst en ondergang van grootmachten. ‘Ik ben me er tijdens interviews voortdurend van bewust dat ik vooral niet teveel mag verklappen, omdat een aanzienlijk deel van het genot ervan schuilt in het uitvissen… eh… what the hell’s going on.’

Een ingenieuze literaire puzzel is het inderdaad die hij opbouwde rond zijn vertelster Tooly Zylberberg, een nogal eenzame dertiger die als we haar in 2011 ontmoeten eigenaresse is van World’s End, een zieltogend boekhandeltje in de heuvels van Wales. ‘At the edge of nothing and involved in nothing,’ zoals Rachman het in een kantoortje van zijn hotel uitdrukt.

Dat Tooly een vrouw met een verleden is, wordt algauw duidelijk. Een complex verleden vol blinde vlekken en onbegrijpelijke wendingen die ze pas gaat onderzoeken als een oude vriend uit New York haar via Facebook laat weten dat haar ‘vader’ ernstig ziek is.

De ontdekkingstocht die daarmee begint, wordt afgewisseld met scènes uit twee eerdere periodes. Rond 1988 verhuist ze als negenjarig meisje met ene Paul van Australië naar Bangkok waar ze, blijkbaar voor de zoveelste keer, haar plek moet vinden op een nieuwe internationale school. En elf jaar later leidt ze een merkwaardig dolend bestaan in New York, onder de hoede van twee al even merkwaardige mannen: Venn, een charismatische oplichter die haar opvoedt tot een onafhankelijk soort opportunist, én de mysterieuze immigrant Humpfrey die met een zwaar Russisch accent oreert over Oswald Spengler en Isaac Newton, hilarische tirades afsteekt over de ‘triviale personen’ die hen omringen en als een verknipte vaderfiguur over haar waakt.

Wie al die mensen zijn? Hoe Tooly ze ontmoette? En waarom ze ze weer uit het oog verloor? 

Daarover gaan we hier dus niets onthullen.

De antwoorden zelf ontdekken is een feest. Net als Rachmans sprankelende proza en zijn uitzinnige maar zelden karikaturale personages.

Veelal wortelloze personages, beaamt hij. ‘Mensen die niet thuishoren in één bepaalde stad, niet weten bij welke familie ze horen, in welke maatschappij ze passen of zelfs in welk tijdperk. Die hebben me altijd gefascineerd. Misschien omdat ik dat gevoel van onthechting zelf ken.’

Absorberen

Geen wonder, bij iemand die in Londen werd geboren, op zijn zevende naar Vancouver verhuisde, studeerde in Toronto en New York, daarna als journalist terechtkwam in onder meer India, Japan, Turkije, Egypte en Sri Lanka, en tussendoor in Rome en Parijs woonde. ‘Die internationale verwarring is een familietrekje. Mijn vader is in Zuid-Afrika geboren en mijn moeder in Wales. Zijn ouders kwamen uit Rusland en Litouwen, de hare uit Wales en Amerika. En ik heb inmiddels familie wonen in Australië, Nieuw-Zeeland, Israël, ­Argentinië, China, Frankrijk...

Het nadeel van zo’n achtergrond is evident: je weet nooit precies welke cultuur de jouwe is. Maar tegelijkertijd betekent het dat je niet één cultuur hóeft te hebben. Je kunt elementen en ideeën van over de hele wereld absorberen.

Eén van de centrale vragen in het boek, die daaruit voortvloeit, is: wat bepaalt wie je bent? Is er een soort essentieel “ik”, een ingebakken persoonlijkheid, ongeacht waar je geboren wordt, de taal die je spreekt of de mensen die je omringen? Of wordt die bepaald door die externe factoren?’

The Rise and Fall of Great Powers
, zoals de Engelse titel van zijn roman luidt, verwijst deels naar de mensen en denkbeelden die Tooly in de loop van haar leven beïnvloeden. Maar op de achtergrond zijn de sociale en politieke bewegingen waaraan je bij het woord ‘grootmachten’ denkt evenzeer aanwezig. Waarbij die drie jaren waarin we zijn hoofdpersonage volgen allerminst willekeurig gekozen zijn: ‘Het zijn momenten vlak vóór een historische omwenteling.’ In het geval van 1988 is dat, uiteraard, het eind van de Koude Oorlog. ‘En 2000 symboliseert voor mij het hoogtepunt van het Amerikaanse gevoel van triomf. Ik woonde destijds in New York en weet nog goed hoe overtuigd iedereen ervan was dat dat de hoofdstad van de wereld was, en het liberaal-democratische, kapitalistische systeem het enige werkbare en juíste systeem. Alsof de mensheid een paar duizend jaar had aangeklooid, en we nu wisten hoe het moest. Het was simpelweg een kwestie van die zegeningen verbreiden over de hele wereld.’

Voorspellen

Een krankzinnig idee, bewees onder meer 11 september 2001. ‘Door het “romanheden” van 2011 in dat rijtje te plaatsen, suggereer ik inderdaad dat we nu opnieuw aan de vooravond van enorme veranderingen staan. Het meest in het oog springend zijn natuurlijk de ontwikkelingen op digitaal vlak, een proces waar we nog middenin zitten. Zes jaar geleden bestond er niet zoiets als een iPad, tien jaar geleden geen Facebook of Twitter. Die zaken zijn zo razendsnel geïntegreerd geraakt in ons leven dat alleen een dwaas zou durven voorspellen hoe de wereld er over een paar jaar uitziet. De helft van de dingen in deze kamer zullen we waarschijnlijk absurd en achterhaald vinden. We weten alleen nog niet welke.’

Saillant in dat verband is dat zijn debuutroman, De onvolmaakten (2010), rond een krantenredactie speelde en in zijn tweede uitgerekend een boekhandel een van de decors is. Rachman lacht. ‘Toen ik destijds stopte als journalist, zeiden mensen al: dus je vertrekt uit één stervende industrie, en nu ga je boeken publiceren die ook ten dode zijn opgeschreven?!’

Zelf is hij minder pessimistisch. ‘Er wordt enorm veel geld en energie gestoken in het produceren van vluchtig digitaal vermaak. En ja, het is moeilijker geworden een publiek te vinden voor iets wat aandacht en concentratie vereist. Maar volgens mij houden lezers juist van boeken omdát die streven naar iets van lange adem. Omdat het voorwerp zelf de twintig of veertig uur symboliseert die ze erin hebben geïnvesteerd. Als ik naar mijn boekenkast kijkt, zie ik in feite mijn intellectuele geschiedenis, daar aan de muur. Dat unieke gevoel geeft boeken een blijvende plek in de cultuur. Een beperktere plek, misschien, maar even onvervangbaar.’