Buis of boek

Katja de Bruin ,

VPRO Gids #43

Is het erg als je soms kiest voor 'Mad Men' of 'Deadwood' of 'American Horror Story' in plaats van voor een roman? Schrijvers Manon Uphoff, Hannah Bervoets en Herman Koch vinden van niet. 'Het is geen keuze voor het een of het ander.

Manon Uphoff 'De blauwe muze', verschenen bij de
De Bezige Bij, oktober 2014, 72 bladzijdes

Dat ook Ons Soort Mensen liever series kijkt dan romans leest, is niet bepaald een nieuwe constatering. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Zijn al die fantastische series de nekslag voor de literatuur of een waardevolle vernieuwing van het verhaal als kunstvorm?

In De blauwe muze legt schrijfster Manon Uphoff uit ‘waarom de beste
literatuur op tv te zien is’. Een schrijver die zegt dat hij het hele weekend televisiedrama heeft gekeken, klinkt als een afvallige die zijn literaire ziel aan de duivel heeft verkwanseld, schrijft Uphoff. Maar ook schrijvers zitten allang niet meer avond aan avond Don Quichot of Moby Dick te lezen. Net als gewone stervelingen kijken ze liever naar Mad Men, Downton Abbey, American Horror Story of True Detective.

En daar schamen ze zich niet voor.
 
Pannenkoekenhuis

‘Ik ken echt niemand die geen series kijkt,’ zegt Hanna Bervoets, die voor De Correspondent een mooi stuk schreef over de rol die series spelen in haar schrijversleven. ‘Ik ben veel meer opgegroeid met films en series dan met boeken. Als kind las ik zes boeken per week, maar vanaf mijn puberteit heb ik echt alleen maar series zitten kijken.’
 
Bervoets besluit haar werkdag steevast met het kijken van een serie. Om half twaalf wikkelt ze zich in haar fleecedeken, het licht gaat uit en de televisie aan. Het is een dagelijks terugkerend ritueel, dat voelt, zo schrijft ze, ‘als het pannenkoekhuis aan het einde van de wandeling.’ Een beloning na een dag werken. In tegenstelling tot de meeste seriekijkers, is Bervoets zeer gedisciplineerd in haar consumptie.
 
 ‘Eén aflevering per dag vind ik genoeg. Ik doe dus gauw een paar weken over een seizoen. Maar ik kijk wel heel geconcentreerd en analytisch. Ik kijk voor mijn plezier, maar ook met een schrijversoog. Vaak ook bewonderend: o, wat is dit gedurfd, o, wat een goed scenario! Het leidt me heel erg af van dagelijkse beslommeringen. Na een aflevering kan ik heerlijk slapen.’
 
Voor iemand die zichzelf geen serieverslaafde noemt, heeft Herman Koch er toch behoorlijk veel gezien. Hij kijkt in tegenstelling tot Bervoets juist graag zo snel mogelijk achter elkaar. ‘Ik snap de vergelijking tussen series en boeken heel goed. De meeste boeken lees je ook niet in anderhalf uur uit, zoals je wel een film kunt zien in anderhalf uur. Over een boek van vier-, vijfhonderd pagina’s doe je al gauw een week. Over een serie doe je ook een aantal dagen. Eigenlijk kijk ik series op dezelfde manier als ik boeken lees. Een boek probeer ik ook altijd in een week uit te krijgen. Ik vind het jammer om er langer over te doen. Over een serie doe ik ook ongeveer een week, al is het wel eens voorgekomen dat ik een seizoen in één weekend heb gekeken. Ik geloof dat we met The Killing III op zaterdagavond zijn begonnen en dat het op zondagavond klaar was, die hebben we alleen onderbroken om te slapen en te eten.’
 

 

Afwisseling

Manon Uphoff is net als Koch een bingewatcher. Ze verzet zich krachtig tegen het vooroordeel dat series kijken een luie bezigheid is. ‘Het idee is: je leunt achterover, je slikt alles, en je hoeft je niet te concentreren. Ik vind niet dat series kijken lui en passief maakt. Natuurlijk is er heel veel bagger op televisie, die voelt alsof je een tube mayonaise leegknijpt. Maar een kwaliteitsserie, waarbij veel aandacht is besteed aan de personages, de verhaallijnen, de dialogen en de aankleding, daarvan heb ik niet het idee dat die mij lui maakt. Een serie kijken is een beetje zoals je vroeger literaire feuilletons had in de krant. Er wordt nu wel geklaagd dat lezers een dikke roman niet meer aankunnen, maar er wordt vergeten dat de lezer destijds zo’n verhaal ook in stukken en brokken kreeg toegediend. Dat was een heel normale manier van lezen.’

Uphoff noemt zichzelf een ‘hartstochtelijke lezer’ die intussen ook erg van series is gaan houden. Haar liefde voor het boek heeft daar niet onder geleden. ‘Ik heb bij mezelf niet gemerkt dat ik minder ben gaan lezen door die series. Integendeel, ik denk dat ik juist bij het kijken naar die series zie hoe belangrijk verhalen zijn, en dat er zoveel manieren zijn om te lezen. Je kunt ook kijklezen. Je volgt de dialogen, je vertaalt voortdurend dingen die je op het scherm ziet, je moet verschillende verhaallijnen en plotwendingen onthouden. Is het erg als je soms kiest voor Mad Men of Deadwood of American Horror Story in plaats van voor een roman? Ik vind van niet. Het is geen keuze voor het een of tegen het ander.’

Herman Koch ziet de serie ook niet als bedreiging voor de literatuur. ‘Ik vind het meer een welkome afwisseling. Het is niet zo dat ik minder boeken heb gelezen omdat ik een aantal series heb gekeken. Ik zie het niet als concurrentie. Als je over het strand wandelt, denk je ook niet: ik had nu ook Moby Dick kunnen lezen. Ik heb van mezelf wel het idee dat ik minder lees dan toen ik twintig was, maar ik weet niet of dat komt door al die andere factoren. Dat betwijfel ik eigenlijk. Door het zien van die series krijg ik juist wel zin om weer eens zo’n dikke negentiende-eeuwse roman te lezen. Het gaat om het onderduiken in een langer verhaal, of dat nou geschreven is of niet. Door het kijken naar series krijg je vooral zin in andere verhalen. ’


Even schrikken

Ook Manon Uphoff ziet de kwaliteitsserie in de eerste plaats als een nieuwe manier om gelaagde en complexe verhalen te vertellen. In De blauwe muze schrijft ze dat Tony Soprano voor haar in hetzelfde rijtje thuishoort als tal van grote personages uit de wereldliteratuur. Een personage als Bubbles uit The Wire raakt haar net zo diep als prins Lev Mysjkin uit Dostojevski’s De idioot. ‘Voor schrijvers is het misschien even schrikken dat er zo vreselijk goed geschreven wordt, zulke prachtige belangwekkende verhalen worden verteld “buiten” het officiële veld van de literatuur,’ stelt ze in De blauwe muze. ‘Schrijvers vinden natuurlijk dat je als autonome individuele kunstenaar het allerbelangrijkste bent. Er worden nog steeds fantastische boeken geschreven, maar er zit ook wat in om met een groep van creatief-intelligente mensen samen aan iets te werken. Kijk eens wat dat oplevert. Mensen die verstand hebben van kostumering, van dialecten, van taalgebruik. Als je dat als schrijver allemaal zou willen leren kan dat, maar dat levert dan misschien twee, drie boeken in een schrijversleven op.’

 

Natuurlijk laten schrijvers zich ook technisch inspireren door de series die ze zien. Hanna Bervoets legde in een ander stuk voor De Correspondent uit hoe typische schrijversproblemen als ‘mijn verhaal kabbelt nogal, hoe zorg ik ervoor dat de lezer niet afhaakt?’ of ‘mijn hoofdpersoon is een egoïstische klootzak, hoe zorg ik ervoor dat de lezer toch met hem meeleeft?’ in series als True Detective, Masters of Sex of The Walking Dead worden opgelost. Bervoets: ‘Als je schrijft gebruik je alles. Of dat nu iets is dat in de supermarkt of op de sportschool gebeurde, of dingen die je in een serie hebt gezien. Dat gebruik je nooit een op een, hooguit is het een vage schim. Als ik zelf een boek schrijf, lees ik niet graag. Stijl beïnvloedt heel erg, en trucjes ook. In een serie worden ook trucjes gebruikt, maar dat voelt anders. Beeldtaal kan heel inspirerend zijn. Veel schrijvers gebruiken dat nog niet zo, maar ik vind het juist wel een fijne vorm van beïnvloeding. Series vormen geen vervanging voor boeken, maar het zijn net zo goed verhalen.’

Cliffhanger

Herman Koch kijkt ook met een schrijversoog naar hoe series in elkaar zitten. ‘Een van de beste series van de laatste jaren vond ik True Detective. De vorm van vertellen vond ik heel bijzonder. Je ziet hoe twee mannen verhoord worden in het heden over iets dat twaalf jaar geleden is gebeurd. Het is niet zo dat ik dat gelijk ga imiteren, maar dat is een vorm die ik bij een roman ook origineel zou vinden. Net zoals dat in series gebeurt, zorg ik als schrijver aan het eind van een hoofdstuk vaak voor iets cliffhangerigs, zodat iemand in elk geval begint aan het volgende hoofdstuk.’
 

Bervoets en Uphoff zijn trouwer in hun kijkgedrag dan Koch. Als zij eenmaal begonnen zijn aan een serie, kijken ze ieder nieuw seizoen. Koch ontdekt liever iets nieuws, en hij ziet er ook geen been in vroegtijdig af te haken. 'The Wire vond ik heel goed, maar wel erg traag. Daar ben ik toch mee gestopt. Net als met Borgen. Eigenlijk interesseerde het me helemaal niet wat die Deense politici allemaal deden. Soms kijk ik iets met de moed der wanhoop toch uit, zoals het tweede seizoen van The Bridge. Dan weet ik helemaal niet meer wie wie is. Als het je geen reet meer interesseert wie de dader is, kun je beter ophouden. Ik hoef ook helemaal niet altijd weer een nieuw seizoen van iets te zien.’
 
In de boekenkast van Manon Uphoff staan de dvd-boxen van haar favoriete series broederlijk naast Anna Karenina, Wuthering Heights en The Great Gatsby 
staat ingeklemd tussen Breaking Bad en Deadwood. Het wachten is op nieuwe seizoenen van een aantal van haar favoriete series. Maar geen nood: ‘Ik wil The Sopranos heel graag nog een keer van het begin tot het eind zien. Daarna zullen de nieuwe seizoenen van Boardwalk Empire, The Walking Dead en American Horror Story er wel zijn.