Het betere Duitsland

Maarten van Bracht ,

VPRO Gids #45

In de DDR mocht Rummelplatz, de roman van Werner Bräunig (1934-1976) over het verdeelde Duitsland, niet verschijnen. Nu is er een Nederlandse vertaling. ‘Bräunig had pech, maar was ook naïef en had het verbod niet zien aankomen.’


In 2007 verscheen alsnog de in de ddr verboden roman Rummelplatz (1965) van Werner Bräunig, een rijk geschakeerd, imposant epos over de beginjaren van de ddr. Bräunig, een vrijwel ongeschoolde arbeider die als tiener al door het Westen zwierf, overal baantjes had en wist hoe instellingen en gevangenissen er van binnen uitzagen, ontwikkelde zich na zijn twintigste in verbijsterend korte tijd tot een erudiete, belezen schrijver, die zich in Rummelplatz bovendien een scherp waarnemer en wijs verteller toont.
 
Vertaalster Josephine Rijnaarts had haar handen vol aan de 600 pagina’s, vol mijnbouwterminologie en verwijzingen naar kunst en cultuur, geschiedenis en folklore en de politieke ontwikkelingen in de beide Duitslanden. Bräunig wilde een ‘gesamtdeutscher Roman’ schrijven, over de jonge generatie in zowel Oost als West, maar maakt vooral indruk met zijn op eigen ervaringen stoelende episoden rond de mijnbouwmaatschappij Wismut in het Ertsgebergte, dat zich onder Dresden en Chemitz langs de grens met Tsjechië uitstrekt. Rijnaarts: ‘Na Hiroshima en Nagasaki wilden de Russen ook een atoombom, en het uranium dat ze daarvoor nodig hadden moest geleverd worden door de ddr, bij wijze van herstelbetaling. In 1947 richtten de Russen de Wismut op, waar zij de baas waren. Het zware werk werd goed betaald. Er kwam allerlei volk op af: krijgsgevangenen en dwangarbeiders, werkloze leraren met een naziverleden, avonturiers. Onder wie Bräunig, die er overigens maar kort werkte.’
 
Is personage Peter Loose zijn alter ego?

‘Voor een deel. Ook Loose zwerft rond, is eigengereid en belandt in de gevangenis. In een indringend hoofdstuk over Looses verblijf achter de tralies beschrijft Bräunig waarschijnlijk zijn eigen ervaringen. Loose verliest zijn wilde haren, wordt chauffeur, koopt een motor en krijgt een vriendin, zoals ook Bräunig op een gegeven moment besloot om iets van zijn leven te maken en docent en schrijver werd. Maar Loose blijft een pechvogel, zoals Bräunig dat in zekere zin ook was.’
 
Waarom werd Rummelplatz verboden?

‘Bräunig had de pech dat juist het hoofdstuk “Kermis”, waarin het vrolijk en wild toe gaat, werd voorgepubliceerd op het moment dat het Centraal Comité van de Partij de schuld voor de haperende economie bij kunstenaars en schrijvers legde. Bräunig werd ten voorbeeld gesteld. Hij zou de mijnwerkers als losbandige vechtersbazen hebben afgeschilderd, terwijl de Wismutkompels inmiddels tot de voorhoede van het proletariaat hoorden en een hoge status hadden. De partij wilde dat beeld met terugwerkende kracht ook op de beginjaren plakken, toen de arbeidsomstandigheden abominabel waren en jan en alleman de mijn in werd gestuurd. Ook Bräunigs beschrijvingen van het ten behoeve van de mijnbouw verwoeste landschap en de door de Russen weggevaagde dorpen vielen niet in goede aarde.’
 
Ze hadden zich op Bräunig verkeken?


‘De schrijver en de partij hadden zich op elkaar verkeken. Bräunig had de juiste papieren: arbeiderskind, sed-lid, en hij volgde de partijlijn, ook in Rummelplatz, waarin hij de opstand in de ddr in 1953 bijvoorbeeld beschrijft als een westers, fascistisch complot. Maar zijn schrijvershart was sterker dan de leer. Het socialistisch realisme, dat van schrijvers verlangde dat ze het socialisme ophemelden, vereiste een rechtlijnigheid waartoe hij niet in staat was. Hij bleef zich dan ook verdedigen met literaire argumenten, wat de verbetenheid van zijn tegenstanders alleen maar aanwakkerde. Christa Wolf en Anna Seghers zijn nog voor hem in de bres gesprongen, tevergeefs.’

Kon hij de roman niet alsnog aanpassen?

‘Hij had pech, maar was ook rijkelijk naïef en had het verbod niet zien aankomen. Hij was zijn zelfvertrouwen kwijt en vluchtte in de drank. Maar hij moet ook beseft hebben dat hij de helft had moeten weggooien als hij zijn roman had willen redden. Denk aan de directie van de papierfabriek die voltallig naar het Westen vlucht, of aan een jongen als Peter Loose die onschuldig in de gevangenis belandt – zaken die de censor nooit zou laten passeren.’

Het had dé roman over de beginjaren van de DDR kunnen zijn.

‘Met hem hadden ze goud in handen, en hij was pas 32. Zoals hij de roes, het heroïsche van dat gezwoeg onder de grond beschrijft, de zin die arbeid aan het bestaan geeft – dat paste precies in de doctrine van het partijcongres uit 1959, de Bitterfelder Weg, toen in de ddr het credo werd ingeluid dat literatuur voortaan over het werk van arbeiders moest gaan. Maar hij was niet volgzaam genoeg. Toch is Bräunig partijlid gebleven en hij heeft nog korte verhalen gepubliceerd, maar op zijn 42ste is hij gestorven.’

In 1976, hetzelfde jaar waarin Wolf Biermann werd ‘ausgebürgert’.

‘Volgens mij heeft Bräunig niet eens overwogen om het manuscript van Rummelplatz naar het Westen te smokkelen. Hij had ook geen aansluiting bij het intellectuele en literaire milieu in Oost-Berlijn. Hij is door iedereen in de steek gelaten.’


Leeft de herinnering aan de Wismut nog in het Ertsgebergte?

‘De bewoners die ik sprak, reageerden verschillend. De een wilde geen kwaad woord over de Russen horen, omdat die na de oorlog voor werk zorgden, de ander wees erop dat veel mijnwerkers ziek werden omdat ze aan stof en straling werden blootgesteld. Ik heb er een paar stilgelegde mijnen bezocht, de restanten van de papierfabriek gezien en bij toeval heb ik zelfs de Rummelplatz, het voormalige kermisterrein, teruggevonden.’

 

We weten dat er maar één ding op zit:
een punt zetten achter de heerschappij van weinigen over velen

(uit: Rummelplatz)