Echt wel Esther

Katja de Bruin ,

Gids artikel #39

Vrienden en collega's laten zich uit over Esther Gerritsen, naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe roman Roxy en de aanstaande verfilming van 'Dorst'.


 
Roxy is iemand die alleen maar uit het toetsenbord van Esther Gerritsen kan komen: wereldvreemd, onvoorspelbaar, komisch en tragisch tegelijkertijd. Op de eerste pagina’s van haar nieuwe roman doet de 27-jarige Roxy middenin de nacht de deur open voor twee agenten die haar komen vertellen dat haar man Arthur samen met zijn minnares is verongelukt. Terwijl boven haar driejarige dochter ligt te slapen, probeert Roxy te bedenken hoe ze met dit onverwachte einde van haar huwelijk dient om te gaan. In de dagen die volgen vult het huis zich met al dan niet genode gasten die haar proberen bij te staan. Dan besluit Roxy in een opwelling om op vakantie te gaan.
 
Wie Esther Gerritsen het afgelopen jaar op Facebook volgde, weet dat ze een tijd lang bovenmatig geïnteresseerd was in auto’s en schapen. Het resultaat zien we terug in Roxy, een geweldige roadnovel, die misschien nog wel beter is dan Dorst.
 
Nu het boek af is, heeft Gerritsen Facebook vaarwel gezegd. ‘Ik kan geen maat houden in die dingen,’ was haar eigen verklaring. Ze heeft sowieso nogal de neiging te veel te doen. Er wordt veel van je gevraagd als succesvol auteur.
 
Schrijven onder druk
 
‘Ze kan heel goed onder druk schrijven en houdt zich altijd aan deadlines,’ zegt Elke Geurts, die zelf ook schrijver is en Gerritsen leerde kennen tijdens hun opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Sindsdien mailen ze elkaar vrijwel dagelijks.
 
‘Esther schrijft gewoon door, wat er ook gebeurt. Dat vind ik heel knap. Bij mij moeten alle omstandigheden precies goed zijn, de kleinste dingen kunnen mij al van het schrijven houden. Zij kan in de chaos die haar leven is de mooiste dingen maken. Zelfs als ze geen huis heeft schrijft ze gewoon door.’
 
Geen onzekerheid, wel twijfel
 
Het beeld dat mensen van Esther Gerritsen hebben op grond van interviews en haar columns in de VPRO Gids komt volgens Geurts aardig overeen met hoe ze is. ‘Die neurotische kant maakt haar zo goed. Ze kan dat omzetten in kunst. Haar personages hebben allemaal iets neurotisch, soms kan ze dat een op een gebruiken. Maar gelukkig heeft ze ook een nuchtere kant, anders werd ze gek. In interviews ligt de nadruk altijd op dat excentrieke. Mensen willen toch graag weten wat er allemaal niet spoort aan je.’
Hoewel Geurts per mail op de hoogte werd gehouden van het ontstaan, heeft ze Roxy nog niet gelezen. Dat gebeurt pas zodra de boeken van de drukker komen. Volgens haar is er bijna niemand die meeleest terwijl Esther schrijft. ‘Dat heeft ze niet nodig.’
 
Beeldend kunstenaar Niek Kemps, eveneens zeer goede vriend, zegt hetzelfde: ‘Esther heeft geen zelfbevestiging nodig. Ze is nooit onzeker, maar ze twijfelt als een gek. Het verschil tussen onzekerheid en twijfel is dat onzekerheid heel vervelend is en twijfel uitermate gezond.’
 
Ad van den Kieboom, al vanaf de eerste letter die Gerritsen op papier zette haar redacteur bij uitgeverij De Geus, weet wel waarom ze niemand mee laat lezen. ‘Het is niet uit zelfvertrouwen, maar omdat ze weet dat de eerste versies niet goed genoeg zijn om aan anderen te laten lezen. De eerste versie die ze van Dorst inleverde, liet ze mij schoorvoetend lezen, daar was ze zelf heel ontevreden over en ik had er ook behoorlijk wat commentaar op. Van Roxy hebben we denk ik drie of vier versies gehad. Dat is trouwens vrij normaal hoor.’

Literaire ontwikkeling

Van den Kieboom vindt dat ze zichzelf met Roxy weer verder heeft ontwikkeld. ‘Ze wordt steeds zuiniger in het benoemen van wat er in de hoofden van haar personages omgaat. Dat was een beetje haar handelsmerk. In de eerste versie van Roxy deed ze dat ook nog. Toen hebben we gekeken hoe we dat malen wat haar personages altijd doen, meer kunnen laten zien in de handeling. Ik wilde ook graag dat ze vaker dialoog zou gebruiken. Ze is ooit begonnen als schrijfster van theaterteksten, toen schreef ze uitsluitend dialogen. Toen ze met proza begon liet ze dat een beetje liggen omdat ze dat al zoveel had gedaan. Terwijl ze er ontzettend goed in is.’
 
Behalve haar uitgever is Barbara den Ouden van het Nederlands Letterenfonds een van de weinige mensen die Roxy al gelezen hebben. ‘Het is weer een heel sterk verhaal waarin alle dingen waar ze goed in is, samen komen: de dialogen, de absurde situaties die toch realistisch zijn. Prachtig.’
 
Professioneel en beleefd
 
Den Ouden reisde eind april met Gerritsen naar Argentinië voor een optreden op een grote internationale boekenbeurs. ‘Het verbaasde me dat iemand die zo sterk last heeft van heimwee toch zo professioneel blijft’, vertelt Den Ouden. ‘Toen we samen op reis gingen had ik drie romans van haar gelezen, en hoewel de auteur en zijn werk natuurlijk nooit samenvallen, zag ik dat scherpe observatievermogen dat zij heeft wel terug. Ze heeft een hele schrandere, intelligente blik.
 
Wat me ook opviel, was dat ze altijd heel netjes en beleefd bleef. Ze moest een lezing geven op de toneelschool in Buenos Aires. Na afloop werd ze staande gehouden door een stel dat een toneelstuk had geschreven over ontvoerde kinderen in de jaren zeventig. Dat duurde en duurde maar. De zon ging al onder en we stonden op een binnenplaatsje dat wel de luchtplaats van een gevangenis leek. Maar Esther bleef zo belangstellend luisteren dat ik uiteindelijk dacht dat ze het misschien echt leuk vond. Op een gegeven moment wilden die mensen haar een heel dik boek geven over Argentijns toneel, in het Spaans. Ze bleef heel vriendelijk uitleggen dat ze helaas geen Spaans sprak en het dus niet kon lezen. Gelukkig heeft die reis ook iets opgeleverd, want inmiddels is er een Argentijnse uitgever die Dorst gaat uitgeven.’
 
Gedeeld levensgevoel
 
Regisseur Saskia Diesing werkte intensief samen met Gerritsen. Ze schreven het scenario voor de speelfilm Nena, die op 11 september in première ging. ‘Van een vriendin kreeg ik ooit Tussen een persoon met de mededeling: dit vind jij vast heel goed. Dat klopte. Ik las dat boek en dacht: met haar zou ik wel eens willen werken. Omdat het verhaal voor Nena autobiografisch is, heb ik haar toen als sparring partner gevraagd. Er was gelijk een klik. Dat heeft te maken met een bepaalde soort levensgevoel dat je alle twee hebt. Waar je je over verbaast, waar je je druk over maakt, waar je om moet lachen. Er was een enorme vanzelfsprekendheid.
 
Omdat het zo goed werkte gaan we nu samen Dorst verfilmen. Daarmee zijn de rollen omgedraaid, want dit is haar verhaal. Esther schrijft zo filmisch. Er is een scène bij de Chinees, die zag ik gelijk voor me. En haar dialogen zijn natuurlijk ook heel fijn. We moeten alleen nog iets verzinnen voor al die interne gedachtes. Esther werkt net als ik niet plotgericht maar vanuit karakters. Ze is goed in dingen weglaten, terwijl ze andere dingen juist wel uitspreekt. Daarin voelen en vullen we elkaar heel goed aan.’
 
Prettig gestoord
 
Niek Kemps is zo’n goeie vriend van Gerritsen dat hij in 2013 mee mocht naar de uitreiking van de Librisprijs in het Amstel Hotel. ‘Wij kunnen het zeer goed vinden met elkaar. Voor mij is het heerlijk om haar als sparring partner te hebben. Ik ben geen schrijver maar kunstenaar, maar de creatieve processen die zich daarin afspelen liggen veel dichterbij elkaar dan je zou vermoeden. Je herkent dingen en kunt elkaar van repliek dienen, maar elkaar ook aanvullen. Het is prettig als je dat samen kunt doen, want het zijn allebei zeer individuele beroepen.’
 
Kemps heeft Gerritsen deze zomer veel gezien, want ze bracht haar vakantie bij hem en zijn vrouw door. ‘Esther is heel prettig gestoord. Ik ken niemand die zo goed in staat is om haar eigen leefsituatie zowel te analyseren als te observeren als daar vrolijk mee om te gaan. Er zijn massa’s mensen die wel iets hebben, maar zij is in staat om daar vanuit elk denkbaar perspectief naar te kijken. Dat is ook waarom ik haar zo leuk vind, realiseer ik me ineens, want dat doe ik ook in mijn eigen werk. Ik vind het belangrijk dat mensen dat doen. Veel mensen zijn te monomaan. Die denken dat ze na één perspectief wel klaar zijn.’

Groter dan wat het was 

Kemps ziet hoe haar werk steeds meer haar persoonlijke situatie ontstijgt. ‘Malcolm Lowry beschrijft in Under the Vulcano zijn alcoholisme, maar dat boek gaat duizend keer verder dan alleen maar zijn eigen dronkenschap. Esther doet in Dorst ook zoiets. Er zijn verbanden met Esther, maar het boek gaat vele malen verder dan haar eigen situatie ooit zou kunnen zijn. Dan ben je een goed schrijver. Ik heb het vermoeden dat haar volgende boek dat nog veel meer doet, maar ik heb het nog niet gelezen.’
 
Als we Kemps voorleggen dat er mensen zijn die vermoeden dat al die neuroses waarover ze in haar columns schrijft een pose zijn, volgt er bulderend gelach. ‘Zullen we haar een avond op ze afsturen?! Esther heeft iets wat gemiddeld genomen als een beperking zou kunnen worden opgevat, omgezet in een capaciteit en een kwaliteit. Dat is haar kracht. Er zijn weinig mensen die dat kunnen. Als dat een pose zou zijn, zou je dat als lezer meteen voelen. Ik kan die onderwerpen waarover ze in haar columns schrijft niet bedenken en jij ook niet. Zeker niet in die hoeveelheid. Ze heeft al minstens honderdvijftig columns geschreven die eigenlijk allemaal dezelfde soort thematiek behandelen. Het is wie ze is en tegelijkertijd is het veel groter dan wie ze is. Je hebt mensen genoeg die een leuk ideetje hebben, maar na drie keer weet iedereen dat jij een ideetje had. Daar heeft zij geen last van. Zij heeft een thematiek. Die thematiek is zij, maar zij maakt het veel groter dan wat het was.’