Stiekem in een dagboek lezen

Katja de Bruin ,

Zelden waren de critici zo eensgezind: Dept. of Speculation van Jenny Offill werd door zo’n beetje alle Amerikaanse recensenten tot boek van het jaar uitgeroepen. Wat maakt dit boekje van amper 140 pagina’s zo uniek?

Een vrouw wordt verliefd, krijgt een kind, wordt bedrogen en krabbelt na een crisis weer op. Zo zou je Jenny Offills Verbroken beloftes kunnen samenvatten. Zelf vindt ze het ook verschrikkelijk klinken. ‘Ik heb veel mensen ontmoet, vooral mannen, die vertelden dat ze dit boek echt niet wilden lezen. Als mensen mij vragen waar het over gaat, heb ik nog steeds geen goed antwoord. Een midlifecrisisroman met stukjes over poolexpedities en astronauten. Veel verder kom ik ook niet.’

Offill lacht haar gulle lach en neemt nog een slok cola. Ze komt net uit Brussel, waar ze een optreden had. Vanavond wacht een volgeboekte zaal in Amsterdam. Het succes van haar boek lijkt haar nog steeds te verbazen. Toch kan niemand nog om haar heen. Zelden waren de critici zo eensgezind: Dept. of Speculation werd door zo’n beetje alle Amerikaanse recensenten tot boek van het jaar uitge-
roepen.

Vormexperiment

Wat maakt dit boekje van amper 140 pagina’s zo uniek dat iedereen erover jubelt? Offill, die zelf lesgeeft in creative writing, doet in haar boek zo’n beetje alles wat ze haar studenten verbiedt. Ze schakelt van de ik-vorm ineens over op de zij-vorm, strooit kwistig met hoofdletters en cursiveringen en durft zelfs een hele pagina te vullen met zobangzobangzobangzobangzobang. Het klinkt allemaal nogal geforceerd, zo’n vormexperiment waar critici dol op zijn, maar waarbij gewone lezers al snel afhaken: kijk mij eens gek doen.

Dat het werkt, komt doordat het helemaal niet gekunsteld voelt, maar juist zo oprecht dat het lijkt alsof je stiekem in iemands dagboek zit te lezen. Neem de scène waarin de bedrogen echtgenote op de wc zit omdat haar ingewanden van wanhoop en woede in de knoop zitten. Hoe langer ze er zit, hoe meer haar opvalt hoe vies de badkamer eigenlijk is: het beschimmelde douchegordijn, de rafelige handdoeken. ‘Haar ondergoed is ook groezelig, op het grijze af. Wat voor weerzinwekkend wezen draagt er zoiets? Ze trekt haar onderbroek uit, wikkelt hem dubbeldik in toiletpapier en legt hem vervolgens onder de prullenbak waar niemand hem kan zien.’

Even verderop gaat het ineens weer over de astronauten van de Voyager. Of over John Berryman. Of over yogales, waarvan eigenlijk alleen die laatste tien minuten, waarbij je onder een dekentje mag liggen doen alsof je dood bent, de moeite waard zijn.

Filosofische dimensie

‘Ik wilde een huiselijke roman schrijven met een filosofische dimensie,’ zegt Offill. ‘Als docent houd ik ervan om les te geven over boeken als Honger van Knut Hamsun of Bekentenissen van Zeno van Svevo. Boeken waarin iemand eigenlijk niks doet, alleen maar met zijn eigen gedachten bezig is. Wat me als feministe stoorde, is dat zulke boeken nooit een vrouwelijke protagonist hebben. Ik probeerde me voor te stellen hoe iemand die alleen met zichzelf bezig is, ineens gestoord wordt door een baby die haar de hele tijd nodig heeft. De meeste boeken over het moederschap zijn of nogal sentimenteel, of heel lollig. Ik wilde iets anders, maar ik wist niet of het kon. Het mocht geen trucje worden. Geen enkele constructie of slimmigheid interesseert mij als ik geen emotie voel. Maar ik verveel me ook snel als het te traditioneel wordt. Ik houd van het experiment, maar het moet niet te bedacht zijn. Toen ik met het boek bezig was, heb ik zo vaak gedacht: waarom doe je dit? Stop ermee. Het is veel te ingewikkeld. Maar het klonk goed. Pas toen mijn agente, die niet echt van experimentele boeken houdt, enthousiast was, begon ik voorzichtig te geloven dat het misschien zou werken.’

Het werkte zelfs boven verwachting. Lezers omarmden het boek en overal waar ze optreedt, zit de zaal vol. Waarin schuilt volgens Offill zelf het succes?

‘Veel mensen zeggen: ik denk ook zo. Dat is iets anders dan dat ze zich in de situatie herkennen of dat hun gedachten hetzelfde zijn. Ze bedoelen dat hun geest ook zo werkt. Die voortdurende afwisseling van onuitgesproken emoties en primitieve angsten met alledaagse dingen als de boodschappen. Ik heb dit boek geschreven in de hoop dat in elk geval een paar mensen het leuk zouden vinden, maar ik heb geen moment gedacht dat ik een groot publiek zou bereiken. Niet omdat het een moeilijk boek is, maar het is wel een speels boek. Daar moet je van houden.’

Jenny Offill: Verbroken beloftes (De Geus)