Ook op komst

Katja de Bruin ,

Het zijn altijd dezelfde schrijvers die mogen komen opdraven in de media. Daarom attendeert de VPRO Gids u op enkele mooie boeken die u anders wellicht misloopt, komend najaar.

Hoe hard uitgevers ook roepen dat ze echt veel minder boeken uitgeven dan voor de crisis, er wacht ons deze herfst toch weer een torenhoge stapel nieuwe titels. Wie het literaire circus een beetje volgt, weet misschien al dat er nieuwe romans aankomen van vaderlandse coryfeeën als Connie Palmen (daarover komende week meer in de VPRO Gids), A.F.Th. van der Heijden (het zesde deel in de Tandeloze tijd-reeks) en Jan Siebelink (die met Margje terugkeert naar het gezin Sievez uit Knielen op een bed violen).

Niemand zal vaker worden uitgenodigd dan Midas Dekkers, die telkens opnieuw zal uitleggen waar zijn boek De thigmofiel over gaat. Goede tweede is Kris ‘voedselzandloper’ Verburgh, die in Veroudering vertragen zijn Langer-Jong-Plan presenteert. Reken verder op buitensporig veel aandacht voor H.M. van den Brink die in 1998 velen betoverde met zijn kleine roeiersroman Over het water. Aan hem de taak niet geïrriteerd te raken als straks de zoveelste verslaggever wil weten waarom hij zo lang over zijn nieuwe roman Dijk heeft gedaan. Ook luis in de pels A.H. J. Dautzenberg zal weinig te klagen hebben over belangstelling voor zijn bloemlezing Vuur! waarin hij stukken van maatschappelijk geëngageerde schrijvers verzamelde. En dan vergeten we bijna Thomas Acda, die debuteert met Onderweg met roadie over een man die ooit de helft was ‘van het meest succesvolle popduo dat Nederland ooit gekend heeft.’ Het is alleen nog afwachten welke leuke jonge actrice hem voor linda. mag interviewen.
Als de bladeren gaan vallen, worden deze geheide gasten aan de talkshowtafels opgevolgd door Jean-Pierre Geelen die in Zelf tv-kijken de balans opmaakt van jarenlang televisiekijken voor de Volkskrant, en door Stine Jensen die haar persoonlijke zoektocht naar spirituele verlossing optekende in Go East!

Tot zover onze landgenoten. Kijken we over de grens, dan staan Jonathan Franzen, Julian Barnes en John Irving al paraat om hun positie in de bestsellerlijstjes in te nemen. Zij worden in de nek gehijgd door Salman Rushdie en Edmund de Waal (die van die haas met die amberkleurige ogen). De onwaarschijnlijkste bestseller wordt Stad in brand van Garth Risk Hallberg, die met zijn sensationele Amerikaanse roman van bijna duizend pagina’s zijn astronomische voorschot ruimschoots waard zal blijken.

Al die aandacht is natuurlijk volkomen terecht, maar het blijft een beetje sneu voor wie net iets lager op de Olympus strandt. De mindere goden die het moeten doen met een plekje achterin de winkel, die een paar minuten mogen aanschuiven bij een derderangs programma. Zij die de tafels van De wereld draait door en de Tros Nieuwsshow niet halen, die niet door NRC’s Lux mee uit lunchen worden genomen, die niet mogen leeglopen in Volkskrant Magazine, maar die wel gewoon een boek hebben geschreven dat u zou moeten lezen.
Die schrijvers, daar zijn er veel van.
Een kleine selectie.

Elfie Tromp: Underdog
(De Geus)

In 2013 won Tromp de eerste vpro Bagagedrager, waarvoor ze een internationale hondenshow in Boedapest bezocht. Dat resulteerde in de longread Alfateef. Underdog speelt zich eveneens af in de schimmige wereld van de hondenfokkerij. Om de kennel te redden, moet een topteef gedekt worden door een topreu. Alleen woont die reu in Australië.

 

 

Gerard van Emmerik: De nieuwe Kratz (Nieuw Amsterdam)

Iemand die zo mooi over poezen schrijft verdient een groter publiek. De subtiele ironie in de verhalen die Van Emmerik voorlas in Nooit meer slapen smaakt naar meer. De nieuwe Kratz, waarin de ouderloze Julien wordt binnengehaald als de nieuwe zoon van het echtpaar Kratz, dat hun eigen zoon verloor, belooft in elk geval alle goeds.

 

Paul Baeten Gronda: Vrijheid is een duisternis (Hollands Diep) 

Deze ambitieuze Vlaming hebben we sinds Kentucky, mijn land in ons hart gesloten. Zo treffend zie je de ouderdom niet vaak getypeerd. Zijn nieuwe roman gaat over een schilder die zijn muze verliest. Aan De Morgen vertelde hij hoe hij daarin enorme lappen tekst heeft geschrapt, ‘omdat je niet de hele tijd moet tonen hoe goed je kunt schrijven.’

Roman Helinski: De valse profeet (Prometheus)

Zijn naam had hij al mee, de titel van zijn eerste roman was goed gekozen: Bloemkool uit Tsjernobyl. Bovendien las hij Paustovski en Babel en trok lering uit hun literaire lessen. Voor zijn tweede roman koos Helinski als hoofdpersonage een kale ex-marinier die in een wafelfabriek werkt en luistert naar de naam Arkadiusz Narovski. Dat kan alleen maar heel erg snor zitten.

 

Elvis Peeters: Jacht (Podium)

Omdat zowel Wij als Dinsdag romans waren die nog lang bleven rondspoken, zowel vanwege de uitzonderlijke stilistische kwaliteit als de huiveringwekkende scènes, is de kans groot dat ook Jacht niet teleur gaat stellen. Ingrediënten: een jager, een rottweiler en een buurvrouw. Samen­gebald in nog geen 200 pagina’s. Gruwel­genot verzekerd.

 

Michael Bijnens: Cinderella (AtlasContact)

Een autobiografisch debuut van 448 pagina’s van een 25-jarige Vlaming die opgroeide als zoon van een Antwerpse prostituee. Nee, Bijnens hoeft niet bang te zijn dat de media hem links laten liggen. Maar heeft hij behalve een uniek verhaal ook een goed boek geschreven? Het selecte gezelschap dat hem een fragment hoorde voorlezen, werd omver geblazen door zijn wervelende stijl en in het hart geraakt door zijn oprechte tranen.

 

Hugo Blom: Een kleine moeite (De Geus)

En natuurlijk kijken we ook uit naar het verrassende romandebuut van Hugo Blom, in het dagelijks leven hoofdredacteur van onze eigen VPRO Gids. Geen sleutelroman over de media gelukkig, wel een portret van een directeurszoontje dat in zijn leven door niets geraakt lijkt te kunnen worden – tot er in zijn emotionele harnas een onherstelbare scheur komt. Het milieu is de wereld van sjieke internaten, de kunstmestindustrie en de eerste systeembeheerders.

 

Tessa Leuwsha: Fansi’s stilte (AtlasContact) 

Na twee fijne, kleine romans van deze Surinaamse schrijfster bleef het lang stil, maar nu keert Leuwsha terug met een boek over het verzwegen verleden van haar grootmoeder Fansi, dochter van een Engelse zendelingsdochter en een zwarte man. Een ontoegankelijke vrouw die haar kinderen verdeeld achterliet. Deze Surinaams-Nederlandse familiegeschiedenis kon wel eens Leuwsha’s doorbraak worden.

 

Chris De Stoop: Dit is mijn hof  (De Bezige Bij) 

Journalist De Stoop schreef over vrouwenhandel, jihadisten, illegalen en de genocide in Rwanda. In Dit is mijn hof keert hij terug naar de boerderij waar hij opgroeide, in de Zeeuws-Vlaamse Hedwigepolder. Na eeuwen boeren zullen de dijken worden doorgestoken. De Stoop nam de riek ter hand en doet vanaf de mesthoop prachtig verslag van het oude boerenleven dat moet wijken voor nieuwe natuur.

 

Petina Gappah: Het boek van Memory (AtlasContact)

In 2009 verscheen een verrassend goeie verhalenbundel van Petina Gappah. Maar daarna werd niets meer vernomen van deze Zimbabwaanse schrijfster. Nu wordt ze gepresenteerd als het literaire zusje van Zadie Smith en Jhumpa Lahiri. Dat zijn grote schoenen om te vullen, maar deze roman over de 28-jarige Memory die in een cel in Harare de haar opgelegde doodstraf afwacht, zou de verwachting best eens kunnen inlossen.

 

Elleke Boehmer: Op de veranda (Cossee)

Een Zuid-Afrikaanse met Nederlandse ouders die hoogleraar Engelstalige wereldliteratuur is in Oxford en afgelopen jaar jurylid was van The Man Booker International Prize. Reden genoeg om nieuwsgierig te zijn naar haar autobiografische roman. Die speelt zich af in het Zuid-Afrika van de jaren zeventig waar Ella in verzet komt tegen haar verbitterde vader.

 

Lars Mytting: De man en het hout (AtlasContact) 

In Noorwegen heeft bijna iedereen een houtkachel. Dus werd De man en het hout daar een ongekende bestseller. Meer dan 200.000 mensen kochten dit filosofische mannenboek over houthakken. Er komt nogal wat kijken bij kappen, hakken, stapelen en fikken. Maarten ’t Hart, onze bekendste houthakkende schrijver, weet er alles van. Voor wie geen eigen bos heeft, is Myttings gelijktijdig uitgebrachte roman De vlamberken wellicht een alternatief.

 

Liza Klaussmann: Villa America (Meulenhoff) 

Klaussmanns eerste roman, Tijgers in rood weer, over verveelde huisvrouwen in de jaren vijftig, beviel buitengewoon vanwege de historische sfeertekening en scherpe dialogen. Haar nieuwe roman draait om Gerald en Sara Murphy die in de jaren twintig hun huis aan de Rivièra openstelden voor gasten als Picasso, Hemingway en Scott Fitzgerald. Dat kan haast niet tegenvallen.

 

Philip Teir: Familie (Ambo|Anthos) 

Het zou zomaar kunnen dat die nieuwe roman van Jonathan Franzen iets te nadrukkelijk maatschappijkritisch uitpakt. Marketingtechnisch dus best slim om een onbekende Finse Zweed uit te roepen tot ‘het Europese antwoord op Jonathan Franzen.’ Toch krijgen we wel veel zin in deze roman over de verwende Max en Katriina die worden getroffen door een midlifecrisis.