Het lot van het korte verhaal

Katja de Bruin ,

VPRO Gids #7

De Week van het Korte Verhaal is in vier jaar uitgegroeid tot een landelijk evenement waaraan zelfs een nieuwe prijs is verbonden: de J.M.A. Biesheuvelprijs.

‘Er komen wel eens mensen in de winkel die zeggen: nee, verhalen daar hou ik niet van.’ Edith Vroon, verkoper in de Linnaeus Boekhandel aan de Amsterdamse Middenweg, moet er hartelijk om lachen. Wie niet van verhalen houdt, heeft in een boekhandel immers weinig te zoeken. Maar wat die klanten dan bedoelen is het genre. ‘Mensen weten vaak niet dat ze ook van korte verhalen houden,’ verklaart Vroon opgewekt. ‘Verhalen lees je anders dan een roman. Een verhalenbundel moet je alleen niet van kaft tot kaft lezen. Vaak spoken de personages uit het vorige verhaal nog teveel door je hoofd. Je kunt er beter af en toe een of twee lezen en het dan weer even wegleggen.’

Vroon is de bedenker van de Week van het Korte Verhaal. ‘In de winkel maakten we vaak grapjes over al die weken en maanden van een of ander genre. Februari is een maand waarin op boekengebied weinig bijzonders gebeurt, dus toen er een verhalenbundel van de Israelische schrijver Etgar Keret binnenkwam, hebben we daar de week van het korte verhaal bij bedacht.’

In de praktijk betekende dat niet veel meer dan een tafel in de winkel waarop een aantal verhalenbundels lag uitgestald met een bordje erbij. Nu, vier jaar later, is die zelfbedachte week van die ene boekhandel in Amsterdam-Oost uitgegroeid tot een landelijk evenement waaraan zelfs een nieuwe prijs is verbonden: de J.M.A. Biesheuvelprijs, op 14 februari uit te reiken in Amsterdam. Het prijzengeld wordt via crowdfunding bijeengebracht. Op dit moment staat de teller op 4710 euro, bijeengebracht door 85 donateurs.

Lesmateriaal

Een van de kandidaten is Thomas Heerma van Voss, die vorig jaar in Trouw pleitte voor meer waardering voor het korte verhaal. Zijn bundel De derde persoon werd uitstekend besproken, maar zijn uitgever had het boek alleen willen uitgeven op voorwaarde dat hij daarna weer met een roman zou komen. Om lezers niet op voorhand af te schrikken, is op het omslag van De derde persoon niet vermeld dat het om een verhalenbundel gaat.

Sinds Sanneke van Hassel tien jaar geleden debuteerde met de verhalenbundel IJsregen heeft ze zich ontpopt tot ambassadeur van het korte verhaal. Ze organiseerde talloze bijeenkomsten waar het verhaal werd gevierd. Nu leest ze, samen met Thomas Heerma van Voss, alle bundels die de afgelopen vijf jaar zijn verschenen. Op de Avond van het Korte Verhaal, op 22 april, bespreken ze de oogst. Waar Heerma van Voss in zijn pleidooi nogal somber was, is Van Hassel optimistischer . ‘Ik heb het gevoel dat er een andere sfeer heerst dan vijf of tien jaar geleden. Iemand als A.L. Snijders heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Maar kijk ook eens naar het succes van de verzamelde verhalen van Babel of die bundel van Carmiggelt. Er zijn de laatste jaren veel schrijfopleidingen bijgekomen, daar worden ook veel verhalen gebruikt als lesmateriaal.’ Enthousiast: ‘Laatst sprak ik iemand die naar Disneyland ging en bewust een verhalenbundel meenam omdat je daar toch niet toekomt aan lang lezen.’

Hapsnaptijd

Ook Maartje Wortel debuteerde met een verhalenbundel. Daarna volgden twee romans, maar ze werkt nu weer aan verhalen. ‘Verhalen vind ik, net als poëzie, interessanter dan romans. Er gebeurt iets anders met je als lezer. Het is een momentopname. Je moet zelf verzinnen wat er voor en na dat moment gebeurt. In romans word je vaak aan de hand genomen, bij een verhaal moet je veel meer je best doen om iemand te leren kennen. Maar daar hebben de meeste mensen in het echte leven ook al geen zin in. Terwijl het genre juist zo geschikt is voor deze hapsnaptijd.’

Dat vindt uitgever Joost Nijsen ook. ‘Ik roep al heel lang dat het korte verhaal uitstekend past bij deze tijd, maar de vrouwelijke lezer, die ons vak bepaalt – en betaalt, moet ik erbij zeggen – leest liever romans. Vrouwen willen graag langere tijd wegzakken in een universum. Mannen roepen altijd dat ze daar geen tijd voor hebben. Daarom denk ik dat het juist voor mannen een heel geschikt genre is. Die zou je specifiek moeten aanspreken.’

Begint Nijsen net als veel van zijn vakbroeders somber te zuchten als een auteur zich bij hem meldt met een verhalenbundel? ‘Nee, maar ik geef gelijk toe dat dat commercieel heel lichtzinnig is. Het blijft een lastig genre. Dat heeft allerlei redenen. Het begint al met de boekhandel, die koopt structureel minder in. Recensenten weten vaak niet goed wat ze met een verhalenbundel aanmoeten. Het is veel lastiger om iets over tien verhalen te zeggen dan over een roman. En dan hebben we nog de literaire prijzen die nooit een verhalenbundel zullen bekronen. De Librisprijs heeft zelfs al jaren een categorische stop op verhalenbundels. Ik heb daar tegen geprotesteerd. Zonder succes.’

Tsjechov

Nijsen begon een paar jaar geleden met een reeks fraai vormgegeven verhalenbundels van auteurs uit alle windstreken. Binnenkort verschijnt het elfde deel. Na tien mannen mag de Duitse Karin Köhler nu toetreden tot de reeks. Haar verhalen zijn volgens Nijsen vergelijkbaar met die van Manon Uphoff, die hij de beste korteverhalenschrijver van Nederland vindt. Edith Vroon noemt behalve grootmeester Raymond Carver als haar favorieten Etgar Keret en Johan Harstad. Maartje Wortel leest graag een verhaal van Armando voor ze gaat slapen, maar haar grote voorbeeld blijft toch Tsjechov. ‘Natuurlijk! Tsjechov is de Bach van de literatuur. Hoe je dankzij die verhalen de psyche van de mens gaat begrijpen, dat heb ik bij een roman nog nooit gehad.'

‘In romans word je vaak aan de hand genomen, bij een verhaal moet je veel meer je best doen om iemand te leren kennen’

Maartje Wortel

De eerste J.M.A. Biesheuvelprijs wordt uitgereikt op 14 februari. Bij die gelegenheid wordt ook Brief aan vader (Van Oorschot) gepresenteerd, een keuze uit eigen werk door Maarten Biesheuvel.