Alle stukjes moeten passen

Katja de Bruin ,

In zijn oorlogsroman Alleen maar helden vertelt Charles Lewinsky het verhaal van een filmcrew die aan het einde van de oorlog vanuit Berlijn naar Beieren reist om daar zogenaamd een film op te nemen.

 

Charles Lewinsky zit te ontbijten aan een piepklein tafeltje in een piepklein koffietentje in de studentenwijk van Zürich. Twee peuters vechten krijsend om een kleurboek en de cappuccinomachine loeit onophoudelijk, maar Lewinsky is in zijn element. De Zwitserse schrijver, die tien jaar geleden de wereld veroverde met zijn grootse epos Het lot van de familie Meijer, heeft alle reden tot tevredenheid. De zon schijnt uitbundig – een zeldzaamheid in Zürich, dat vaak in mist gehuld is – en er is alweer een boek af.

In 2006, het jaar dat Lewinsky doorbrak, werd hij zestig. Hij had er al een carrière opzitten als scenarioschrijver en theatermaker. Toneel, cabaret, sitcoms voor de Zwitserse televisie – broodschrijver Lewinsky deed alles. ‘Er zijn maar weinig dingen die je met een toetsenbord kunt doen die ik niet heb gedaan. Journalisten vinden dat lastig, want ze kunnen me niet plaatsen. Ik schrijf nog steeds toneel, maar ik doe geen scenario’s meer. Mijn zoon is daar beter in dan ik, dus dat laat ik liever aan hem over.’

Zijn nieuwe roman is opgedragen aan zijn zoon Micha, ‘die de mensen van de film kent’. ‘Hij is regisseur, dus hij kent de filmwereld goed. Ik had zijn hulp niet nodig bij het schrijven van dit boek, want ik ken die wereld ook goed, maar ik denk dat hij boos was geworden als ik het niet aan hem had opgedragen. Hij was de laatste in de familie die nog geen boek had. Zelfs zijn vrouw had al een boek.’

UFA

Alleen maar helden heet de nieuwe roman. Daarin wordt het verhaal verteld van een filmcrew die aan het einde van de oorlog probeert vanuit Berlijn naar een plaatsje in Beieren te ontkomen. Zogenaamd omdat dat de ideale locatie is om de film op te nemen, in werkelijkheid om zo te ontsnappen aan wat onvermijdelijk staat te gebeuren: de val van het Derde Rijk. De UFA, de grootste filmstudio van Duitsland, was een belangrijke leverancier van oorlogspropaganda. Lewinsky voert in zijn roman een Amerikaanse filmwetenschapper op die wil promoveren op de UFA-films die in de laatste oorlogsmaanden werden opgenomen, maar nooit vertoond zouden worden. Zo komt deze Samuel Saunders op het spoor van Lied der Freiheit, een film waaraan grote sterren meewerkten maar die niemand ooit heeft gezien. Saunders vertrekt naar Duitsland om onderzoek te doen. Daar ontdekt hij dat een van de actrices die een bijrolletje vervulden nog leeft.

Makkelijk

Lewinsky’s vorige roman ging ook al over de filmindustrie tijdens de oorlog. In Terugkeer ongewenst vertelde hij het waargebeurde verhaal van de Joodse regisseur Kurt Gerron die van Goebbels opdracht kreeg een film te maken over het leven in Theresienstadt. ‘Toen ik research deed voor dat boek, stuitte ik op het verhaal van een filmcrew die Berlijn ontvluchtte aan het eind van de oorlog. Een detail dat bleef hangen, maar waar ik geen geschikte vorm voor kon vinden. Pas toen ik deze opzet had bedacht, werkte het.’

Die opzet is, zeker voor de schrijver die Lewinsky tot nu toe was, onconventioneel. Hij vertelt het verhaal aan de hand van documenten, interviews en wikipedia-pagina’s, waardoor de argeloze lezer zomaar zou kunnen denken dat het hier om historisch materiaal gaat. Dat is niet het geval. Alle brieven, medische rapporten, interviews en krantenknipsels zijn verzonnen. ‘Het moest er logisch uitzien, alle stukjes moeten passen. Er zijn boeken die zweten. Je voelt dat de schrijver hard heeft moeten werken aan dat boek. Ik hou niet van zulke boeken, ik wil dat mijn boeken makkelijk voelen. Als je een jongleur in het circus zeven ballen in de lucht ziet houden, lijkt dat makkelijk, maar hij heeft jaren geoefend om dat te kunnen doen. Voor mij geldt hetzelfde. Toen ik dertig was, had ik geen goeie verhalen te vertellen. Ik had nog niet genoeg geleefd.’

Lol

Alleen maar helden zit knap in elkaar. Lewinsky heeft merkbaar plezier beleefd aan het bedenken van al die stemmen en vormen, maar hij realiseert zich dat hij met deze roman niet zal voldoen aan de verwachtingen van zijn vele lezers. ‘In bepaalde opzichten is dit een koud boek. Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven, dus er is niemand om je mee te identificeren. Het boek over Gerron wordt verteld vanuit een persoon, dan is het makkelijker om een diepe band met iemand te krijgen. En het Meijer-boek draaide ook vooral om de personages.’

Berustend haalt hij zijn schouders op.

‘Eigenlijk willen mijn lezers gewoon het liefst dat ik alleen maar over de familie Meijer blijf schrijven. Maar als het te makkelijk wordt, vind ik het niet leuk meer. Dan ga ik me vervelen. Het kan me niks schelen of mensen het snappen. Op mijn leeftijd schrijf je voor de lol.’

 

Charles Lewinsky: Alleen maar helden (oorspr. Kastelau, vertaling Elly Schippers, uitgeverij Meridiaan)