Geen idyllisch leven

Katja de Bruin ,

De jeugdjaren van Astrid Lindgren waren net zo idyllisch als haar boeken. Daarna werd het een ander verhaal.

Het uur van de wolf (NTR)
Donderdag 4 februari, NPO 2, 22.55-0.15 uur

Ineens was het weer tijd om De gebroeders Leeuwenhart te lezen. Voor de ontelbaarste keer. Maar toen was het zoek. Dat stukgelezen exemplaar dat al bijna veertig jaar dienst doet. Paniek, want geen boekenkast is compleet zonder de avonturen van Jonathan en Kruimel. Ook niet zonder Madieke en Liesbet trouwens, of Karlsson en Michiel van de Hazelhoeve. Terugkruipen in je veilige jeugd, er zijn geen boeken die zich daarvoor beter lenen dan de boeken van Astrid Lindgren.

Als er iemand is die graag terugkroop in haar eigen veilige jeugd, was het Astrid Lindgren zelf wel. Ze kocht haar ouderlijk huis en liet alles bij het oude. Als ze er was, sliep ze in het bed van haar vader. Bolderburen, dat was zoals de jeugd van Astrid er ongeveer uitzag. Idyllische jaren, vol sneeuw, speenkruid en bosaardbeitjes, waarop ze haar leven lang teerde. Dat moest ook wel, want de jaren die volgden waren niet zo sprookjesachtig.

In Het uur van de wolf is een film van Kristina Lindström te zien over de schaduwkanten van het leven van Astrid Lindgren. Aangezien ze in 1907 werd geboren, zou je verwachten dat er weinig vroeg beeldmateriaal beschikbaar is, maar dat blijkt reuze mee te vallen. Er bestaat zelfs een unieke filmopname waarop niet alleen een twaalfjarige Astrid te zien is, in een witte jurk met grote strikken in het haar, maar ook, vlak achter haar, een heer met een strohoed. Die heer was Reinhold Blomberg, hoofdredacteur van de plaatselijke krant en de man van wie Astrid zwanger raakte toen ze amper achttien was. Hij was 49 en wilde wel trouwen. Zij ging nog liever dood en vertrok, om haar familie de schande te besparen.

Een meisje van achttien uit een klein provinciestadje, beschermd opgevoed in een diep religieus gezin dat zichzelf voortaan moet zien te redden. Het waren zwarte jaren die, zo suggereert deze film, een stempel drukten op de rest van haar leven. Niet alleen leed Astrid armoede en honger, ze was ook gescheiden van haar zoontje dat na de bevalling bij een pleegmoeder in Denemarken werd ondergebracht. Pas toen ze begin jaren dertig trouwde met Sture Lindgren, die bereid was haar onwettige zoon te accepteren, was er sprake van enig huiselijk geluk, maar dat werd algauw verstoord door het uitbreken van de oorlog en de voorliefde van haar man voor de fles.

Aan de hand van filmpjes, foto’s en interviews wordt duidelijk waar de inspiratie voor haar verhalen vandaan kwam. Filmster Mary Pickford, die Astrid in de jaren twintig in de bioscoop zag, zien we terug in Pippi, broer Gunnar stond model voor lolbroek Lasse in Bolderburen en de Sint Bernhard van een door haar bewonderde schrijfster duikt jaren later op als Bootsman op het eiland Zeekraai.

Voer voor de liefhebber, maar minder geschikt voor wie liever de idylle koestert. Dat kan namelijk ook. Pippi is de zeventig inmiddels gepasseerd en staat klaar op de veranda voor de vierde generatie lezers. Niets wijst erop dat haar houdbaarheidsdatum in zicht komt.