Moord in Arcadië

Katja de Bruin ,

De vierde roman van Elizabeth Brundage, Alles houdt op te bestaan, is zo’n boek dat je moeilijk kunt wegleggen. De VPRO Gids zocht de auteur op in upstate New York en verkende de streek waar de thriller zich afspeelt.

‘Kijk, dat grijze huis aan de rechterkant, dat is het’, wijst Elizabeth Brundage, terwijl ze langzamer gaat rijden.  
Een houten huis met een witte veranda. Er is niks bijzonders aan te zien. Behalve misschien de merkwaardige schommelstoel die gemaakt lijkt van takken en weinig comfortabel oogt. Even verderop, bij de brug over Kinderhook Creek, keert ze om er nog een keer langs te rijden, maar ze wil niet stoppen, bang dat de huidige bewoners argwaan krijgen.
‘Krijg je nog steeds kippenvel als je dat huis ziet?’
Het blijft lang stil. Ze kijkt strak voor zich uit, haar ogen op de weg gericht.
‘Ja, wel een beetje.’

Eerder op de dag had ze me over de babyschoentjes verteld, die ze vond in een kast in dit huis. Die schoentjes kan ze me niet laten zien. Ze liggen nog in een doos, want ze is net verhuisd. Voor de zoveelste keer.

Elizabeth Brundage houdt van huizen. Elk huis heeft zijn eigen verborgen geschiedenis, die zich soms prijsgeeft aan nieuwe bewoners. Niet altijd en niet aan iedereen. Je moet er gevoelig voor zijn. Zij is dat, net zoals Catherine Clare dat is in Alles houdt op te bestaan. Dat boek, de vierde roman die Brundage schreef, is de reden dat we nu samen door de groene heuvels van upstate New York rijden.  

Dit is de streek waar Alles houdt op te bestaan zich afspeelt. Industrie vind je hier niet, wel grote houten huizen omheind door witgeverfde hekken. Koeien liggen fotogeniek te herkauwen in hun malse weitjes. Kijk naar de schilderijen van George Inness (1825-1894), en je ziet dat er in ruim honderd jaar weinig is veranderd.

bijl in haar hoofd

Inness speelt een rol in het boek dat Brundage hier situeerde. Net als dat huis waar we net voorbij reden. Al in het eerste hoofdstuk klopt George Clare in paniek bij zijn buren aan, zijn dochtertje Franny op de arm. Bij thuiskomst had hij zijn vrouw Catherine in bed aangetroffen, met een bijl in haar hoofd. De driejarige Franny was de enige in huis.

Het is dan 1979. Een jaar eerder zijn George en Catherine Clare verhuisd naar Chosen, in het noorden van de staat New York, op drie uur rijden van de stad. Kunsthistoricus George, gepromoveerd op het werk van Inness, gaat lesgeven bij een kleine universiteit in de buurt. De Clares hebben altijd in de stad gewoond maar betrekken nu een oud boerderijtje dat al enige tijd leeg staat. Waarom wordt al gauw duidelijk. De vorige bewoners is iets gruwelijks overkomen. George weet dat, maar hij heeft Catherine niet verteld wat er in dit huis is voorgevallen. Toch voelt ze dat er iets niet klopt. In de kamers hangt een hardnekkige kilte, de vreemde geur laat zich niet verdrijven en uit de kasten komen spullen van de vorige bewoners tevoorschijn. Waaronder drie paar babyschoentjes.

In het grijze huis waar we net voor de derde keer voorbij reden, vond Brundage twintig jaar geleden zelf drie paar babyschoentjes. Ze ging er wonen met haar man Scott en hun twee dochtertjes, toen zes en drie jaar oud. Vanaf het moment dat ze er voor het eerst voet over de drempel zette, voelde ze dat er iets aan de hand was met dit huis.

Na de volgende bocht doemt een haveloos houten huis op. Bruidssluier en klimop hebben zich door de kapotte ramen naar binnen gewerkt. 'Zoiets stond me voor ogen toen ik aan het huis van George en Catherine dacht. Zonde dat het zo verwaarloosd is.

drie kleine meisjes

Brundage wijst op een ander huis, er schuin tegenover. De man die daar woonde had haar direct na de verhuizing al verteld dat het er spookte. Ook andere buren, iets verderop, waarschuwden dat het er niet pluis was. Het was geen geheim. Drie kleine meisjes waren omgekomen tijdens een brand, meer dan honderd jaar geleden. Als ze ’s ochtends haar dochtertjes naar school bracht, zaten ze vol verhalen over die meisjes. Ze vertelden dingen die ze onmogelijk konden weten. Thuis renden ze giechelend rond, soms wezen ze op iets in de kamer dat zij niet zag maar wel voelde.

Uiteindelijk zouden ze er nog geen jaar wonen. Pas toen Brundage de verhuisdozen aan het inpakken was, vond ze die schoentjes. Ze besloot ze mee te nemen. Het voelde niet goed ze daar te laten. Sindsdien zijn ze altijd meeverhuisd, maar het zou nog twintig jaar duren voordat ze hun weg zouden vinden naar dit boek. De kiem voor het verhaal over George en Catherine werd nog eerder gelegd, in een ander huis.

Als scenarioschrijver heb ik geleerd hoe je een spannend verhaal moet vertellen.

Elizabeth Brundage

‘Ik was zwanger van onze tweede dochter toen we een huis gingen bezichtigen. Tegen de makelaar merkte ik op dat er een rare sfeer hing. Zij vertelde dat dat kwam door het huis ernaast. Daar was tien jaar eerder een vrouw gevonden, met een bijl in haar hoofd. Haar dochtertje was de enige die thuis was. Iedereen had het gevoel dat haar man het had gedaan, maar het viel niet te bewijzen. Die moord is nooit opgelost.’

Hoewel Brundage destijds haar eerste boek nog moest schrijven, sloeg ze ergens in een hoekje van haar brein de details van deze moordzaak op. Cathleen Krauseneck, de 29-jarige American beauty, bij iedereen geliefd. De bijl uit de schuur. Echtgenoot James, die een dag na de moord ineens vertrokken bleek zodat hij niet verhoord kon worden en vervolgens stelselmatig weigerde mee te werken aan het onderzoek. Na de moord op Cathleen zou hij nog drie keer zou trouwen. Zijn werkgever misleidde hij met valse diploma’s en zijn voormalige schoonouders kregen hun kleindochter nooit meer te zien.

golden retriever

Eigenlijk wilde Elizabeth Brundage scenarioschrijver worden. Nadat ze de filmacademie in New York had doorlopen, werd ze aangenomen bij het American Film Institute in Los Angeles, de beste opleiding in het land. Ze was heel goed, maar wie het wil maken in Hollywood moet behalve goed ook spijkerhard zijn. Dat is ze niet. Ze is warm en hartelijk en lief. Later, tijdens de barbecue met haar gezin, zal dochter Hannah haar vergelijken met een golden retriever. ‘Mom’s way too nice.’

Brundage begon met verhalen te schrijven in Israël, waar haar man Scott zijn medische opleiding volgde. Haar eerste roman, The Doctor’s Wife deed stof opwaaien, omdat hij gaat over het recht op abortus. ‘Geen goed idee om te debuteren met een boek over zo’n gevoelig onderwerp,’ lacht ze, terwijl ze de schrikbarend dure biologische vleestomaat snijdt die we zojuist bij de Farmers Market in Chatham hebben gekocht. ‘Ik zou het niemand aanraden.’

Toch koos ze ook voor haar tweede roman geen makkelijk onderwerp. In Somebody Else’s Daughter heeft Joe fortuin gemaakt als pornoproducent. Ook dit boek heeft een duidelijke feministische ondertoon, verpakt in een spannend verhaal over seks en geld.

Haar derde roman, A Stranger Like You, speelt zich af in de filmindustrie die Brundage van dichtbij kent. Hier trekt een bitchy producent de stekker uit een project omdat ze het script te ongeloofwaardig vindt, waarop de vernederde scenarioschrijver wraak neemt.

‘Als scenarioschrijver heb ik geleerd hoe je een spannend verhaal moet vertellen,’ zegt Brundage, terwijl ze stokbrood uit de oven haalt en hummus in een schaaltje schept. ‘Ik zal nooit een boek schrijven vanuit het perspectief van een enkel personage. Dat vind ik zo’n beperking. Het is toch veel interessanter om een situatie vanuit allerlei hoeken te belichten?’

tour de force

Dat ze dat veelstemmige register meesterlijk beheerst, blijkt wel uit Alles houdt op te bestaan. Daarin krijgt de lezer niet alleen vanuit het perspectief van George en Catherine zicht op het echtelijke drama dat zich voltrekt, maar kijken we ook mee door de ogen van collega’s, vrienden, buren en dorpsgenoten. De makelaar die dat vervloekte huis verkoopt, de broers die vroeger in het huis woonden, een collega van George, een vriendin van Catherine.

Het is een literaire tour de force, waar de lezer overigens niets van merkt. Die slaat gewoon gretig de bladzijden om, want dit is zo’n boek dat je moeilijk kunt wegleggen. Je zou het best een literaire thriller zou kunnen noemen, als dat niet zo’n akelig versleten begrip was geweest. Het is een van de frustraties van Brundage dat haar boeken worden weggezet als thrillers, alleen omdat ze toevallig spannend zijn en toewerken naar een ontknoping.

‘Als schrijver heb je weinig te vertellen over hoe je boek in de markt wordt gezet. Daarom wilde ik voor dit boek de beste literaire redacteur die er rondloopt. Het klinkt onbescheiden, maar ik vond zelf dat het er goed genoeg voor was. Dus heb ik mijn agent opgedragen het naar Gary Fisketjon te sturen. Hij heeft schrijvers als Raymond Carver, Cormac McCarthy en Donna Tartt onder zijn hoede. Gelukkig reageerde hij heel enthousiast. Gary heeft naar elke zin gekeken. Hij haalt het beste in schrijvers naar boven. Dankzij hem wordt dit boek serieus genomen als literaire roman.’

leegstaande boerderijen

Na de lunch laat Brundage me haar werkkamer zien. Een ongeordende boekenkast waar William Faulkner genoeglijk aanleunt tegen Anna Quindlen. Op haar bureau liggen een paar geplastificeerde bidprentjes en een klein bronzen zeepaardje, ook een relikwie uit dat spookhuis waar ze ooit woonde. ‘Ik ben absoluut niet religieus, maar ik heb altijd een paar talismannen nodig als ik schrijf.’

Dit huis, waar ze pas drie maanden woont, ligt ver van de bewoonde wereld, midden in het arcadische heuvellandschap dat door George Inness zo vaak is vastgelegd.

Elk raam biedt vrij uitzicht over weelderig groene bossen en vers geploegde akkers. Als in de verte de trein voorbijkomt, kun je de coyotes horen meehuilen. Wapenbezit is hier geen discussiepunt maar een gegeven. De buurman die het gras komt maaien, vertelt trots dat hij al sinds zijn tiende kalkoenen en herten schiet.

‘In deze streek is al generaties lang vrijwel niks veranderd,’ vertelt Brundage als we een wandeling maken langs de stoffige grindwegen waar af en toe een boer in een pick-up truck voorbij komt. ‘Het is echt ruraal gebied. Maar de boeren hebben het wel moeilijk. Je ziet overal slecht onderhouden of leegstaande boerderijen. Hier iets verderop staat een boerderij die je zo als locatie zou kunnen gebruiken als mijn boek ooit verfilmd wordt.’

Ik wilde voor dit boek de beste literaire redacteur die er rondloopt. Het klinkt onbescheiden, maar ik vond zelf dat het er goed genoeg voor was.

Elizabeth Brundage

Na de volgende bocht doemt een haveloos houten huis op. Wit, zoals veel huizen hier,  donkergroene luiken en een veranda met een trapje. Bruidssluier en klimop hebben zich door de kapotte ramen naar binnen gewerkt. ‘Zoiets stond me voor ogen toen ik aan het huis van George en Catherine dacht. Zonde dat het zo verwaarloosd is. Het is een prachtige plek. Er zijn steeds meer rijke New Yorkers die zulke boerderijen kopen en opknappen. Meestal mensen die van paarden houden. Je merkt het aan de sfeer in het stadje hier verderop. Daar zit een goeie biowinkel en er zijn antiekzaakjes en galerieën. Je kunt er ook lekker eten. Dat was tien jaar geleden ondenkbaar. Sommige huizen zijn nu een paar miljoen waard.’

engelen en geesten

Aan het eind van de middag rijden we nog even door Chatham, dat model stond voor Chosen en dat op deze zonnige voorjaarsmiddag inderdaad een mondaine aanblik biedt. Snuivend wijst Brundage op een terrasje waar aan een tafeltje een stel frivole strohoeden zit te borrelen. ‘New Yorkers, dat zie je meteen. Denk maar niet dat er ook maar één local is die zo’n hoed zou opzetten.’

De kloof tussen oude en nieuwe bewoners is een belangrijk onderwerp in Alles houdt op te bestaan. Maar ook de achttiende-eeuwse Zweedse mysticus Emanuel Swedenborg speelt een rol van betekenis. Dankzij deze Swedenborg, die beweerde te kunnen communiceren met engelen en geesten, is Alles houdt op te bestaan veel meer dan zomaar een lekkere pageturner.

‘Ik hou erg van kunst en wilde graag over George Inness schrijven. Hij hoorde bij de Hudson River School, een groep schilders die zich liet inspireren door deze streek. Pas toen ik via hem die Swedenborg ontdekte, had ik een idee hoe ik alles aan elkaar kon knopen.

Dit boek heeft me jaren gekost. Toen het af was, zat me één ding dwars: die moordzaak waarop ik het verhaal van George en Catherine heb gebaseerd. Iedereen ging ervan uit dat die man zijn vrouw had vermoord. Ik ook. Het viel alleen niet te bewijzen. Maar stel dat hij het niet gedaan had? Mijn boek gaat natuurlijk niet over die zaak, maar ik heb hem wel als uitgangspunt gebruikt. Zou ik nu niet impliciet iemand beschuldigen die misschien toch onschuldig is? Je gelooft het niet, maar vlak nadat mijn boek verscheen, heeft de fbi nieuw bewijs in handen gekregen waaruit blijkt dat die man waarschijnlijk inderdaad de dader is. Toeval of niet: de zaak is nu heropend en mijn twijfels zijn verdwenen.’

Elizabeth Brundage: Alles houdt op te bestaan (oorspr.
All Things Cease to Appear, vertaling Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp, uitgeverij Hollands Diep)