steun vpro

Franse letteren

, Katja de Bruin

Franse letteren

Katja de Bruin ,

Vraag literatuurliefhebbers om vijf levende Franse schrijvers te noemen en de kans is groot dat ze na Houellebecq al blijven steken. Hoe komt dat? En hoe staan de Franse letteren ervoor anno 2016? Een tour de table.

Kiki Coumans (vertaler en docent aan de Vertalersvakschool):

‘Ik vertaal nu vijftien jaar romans en poëzie en in die tijd heb ik de boekenmarkt zien veramerikaniseren. Bij de grote uitgeverijen zijn er nog maar weinig redacteuren die zelf Frans lezen of die gaan snuffelen wat er in Frankrijk verschijnt. Ik ga ieder jaar een paar keer naar een Franse boekhandel. Daar sla ik heel veel boeken open. Als ik gegrepen word, koop ik het. Het wordt steeds moeilijker om nieuwe, interessante auteurs bij grote uitgever vertaald te krijgen. Uitgevers nemen geen risico’s. Pas als iets een internationaal succes is, springen ze er bovenop. Ik heb Het seksuele leven van Catherine M. vertaald. Dat werd een succes, maar toch vooral omdat het over seks gaat.

Midden jaren negentig heb ik een jaar in Parijs gestudeerd. Daar moesten we verplicht Proust lezen. Eerst vond ik het slaapverwekkend, maar ineens werd ik helemaal gegrepen door zijn prachtige poëtische stijl. Ik was helemaal niet van plan om het mooi te gaan vinden, maar nu vind ik het het mooiste dat ik ooit gelezen heb.

Ik ben inmiddels drie jaar bezig met het vertalen van werk van Colette voor een deel in de reeks Privé-domein. Mensen kennen haar naam vaak wel, maar ze wordt weinig gelezen. Dat vind ik zo jammer. Ik hoop dat er dankzij dit boek weer wat meer belangstelling komt voor haar werk.

Het is zonde dat er zoveel mooie boeken niet vertaald worden. Als je twintig vertalers bij elkaar zet en vraagt wat zij mooi vinden, komen de pareltjes boven. Zij houden van literatuur en weten wat er verschijnt. Maar er wordt zelden geluisterd naar wat vertalers aandragen. Het is eerder andersom: als een vertaler iets aanprijst, doen ze het vaak juist niet.

Daarom is het verheugend dat Marc Vleugels is begonnen met een Franse reeks. Daarvoor heb ik bijvoorbeeld In de trein van Christian Oster vertaald. Zijn werk doet een beetje denken aan dat van Jean-Philippe Toussaint. Het is heel subtiel en balanceert op een draadje van lulligheid en hartbrekende romantiek. Misschien is het gewoon te genuanceerd voor Nederland.’

Marc Vleugels (uitgeverij Vleugels, voorheen Studio 3005):

‘Dat Franse literatuur niet populair is hier, heeft niks met de Franse literatuur te maken. De boekenmarkt wordt gedomineerd door een paar bestsellers en voor de rest is marginaal ruimte. Mensen kopen voornamelijk titels uit de door grote ketens en media gedomineerde hitlijsten. Dat gaat hand in hand met de teruglopende kwaliteit van het literatuuronderwijs op middelbare scholen. Maar je kunt je ook afvragen of literatuur eigenlijk wel een volksproduct is.

In mijn Franse reeks heb ik vorig jaar negen titels uitgegeven. Werk van onder anderen Marguerite Duras, Marie Darrieussecq en Christian Oster. Dit jaar komen er nog negen bij. Daar zit zowel ouder werk bij, van Boris Vian, Blaise Cendrars en Apollinaire, maar ook romans van jonge schrijvers. Omdat ik ook grafisch vormgever ben, doe ik alles zelf. Dat scheelt enorm in de kosten. Ik doe geen concessies aan vorm en kwaliteit. Mijn boeken worden op mooi papier gedrukt en ik werk alleen met vertalers uit het topsegment. Daar bezuinig je niet op.

De enige beperking is dat ik geen omvangrijke titels kan uitgeven. Ik heb een hier een boek staan van 700 pagina’s dat ik graag zou uitgeven, maar dan spreek je over een vertaalbudget van 20.000 euro. Als je er dan 500 verkoopt, gaat dat dus niet. Tot 200 pagina’s is het te behappen, daarboven is het moeilijk financierbaar.

Natuurlijk zou een bestseller leuk zijn, maar ik vind het al mooi als mijn bedrijf met de titels die ik wil uitgeven net rendabel is.

Ik geef dit jaar integraal de gedichtenbundel Les planches courbes van Yves Bonnefoy uit. Dat is Nobelprijsmateriaal. Bonnefoy stond op de shortlist, maar toen werd Modiano het. Ook niet erg. Die bundel staat in Frankrijk verplicht op de literatuurlijst. Hij is de enige levende Franse dichter die het zo ver geschopt heeft.

Een boek dat ook een groter publiek verdient is Zeewee van Marie Darrieussecq. Dat is zo’n mooi poëtisch werk. Het kreeg vier sterren in de Volkskrant, maar in de verkoop heb ik daar niet veel van gemerkt.

Tegen vertalers zeg ik altijd: roep maar, wat is jouw kindje dat je nergens ondergebracht krijgt? Van verschillende vertalers hoorde ik dat ze Viviane Élisabeth Fauville van Julia Deck een prachtig boek vonden, maar dat niemand het wilde uitgeven. Dat hoef je tegen mij geen twee keer te zeggen. Het komt dit voorjaar uit.’

'Hoe vreselijk ook, door die aanslagen lijkt het wel alsof Frankrijk wordt herontdekt.'

Rudi Wester

Rudi Wester (voormalig directeur van het Institut Néerlandais in Parijs):

‘Na de aanslagen in Frankrijk vroegen mensen mij ineens welke Franse schrijvers ze moesten lezen. Ze hoorden weer Frans op televisie en vonden dat een prachtige taal. Hoe vreselijk ook, door die aanslagen lijkt het wel alsof Frankrijk wordt herontdekt.

Tot 2005 besprak ik Franse literatuur voor Vrij Nederland. Ik mocht paginagrote stukken maken over boeken die niet eens vertaald waren, of interviews met Franse schrijvers. Ik ben gestopt toen ze alleen nog stukken wilden over Franse literaire schandaaltjes en vertalingen. Nu wordt in Nederland vooral lekkere leesliteratuur vertaald.

Er wordt in Frankrijk op het moment veel autofictie gepubliceerd; romans die gaan over de schrijver of zijn familie. Maar wij kennen die schrijvers niet, dus dan zijn die boeken ook niet interessant. De bekende Franse filosofen zoals Bernard-Henri Lévy zijn zo rechts geworden dat ze ook niet meer worden vertaald.

Fransen zijn helaas niet goed in biografieën. Die zijn zo geromantiseerd. Daar houden wij niet van. Wij willen de feiten. Poëzie is net zo marginaal als in Nederland. Er is geen Baudelaire meer, geen Rimbaud. De poètes maudits zijn allemaal zo keurig geworden. Literatuur moet dwars zijn, wringen, tot nadenken stemmen.

Voor mij blijft Patrick Modiano een van de grootste Franse schrijvers. En Houellebecq natuurlijk. Verder doen schrijvers uit de voormalige koloniën het goed. Marie NDiaye, mijn lievelingsschrijfster. Drie sterke vrouwen is een fantastisch boek. Tahar Ben Jelloun, Amin Maalouf. Kamel Daoud, die de gedode Arabier uit De vreemdeling van Camus een stem geeft. En dan heb je 2084 van Boualem Sansal, ook een Algerijnse schrijver. Dat is geïnspireerd door 1984 van George Orwell. Sansal voorspelt dat Europa in 2084 wordt geregeerd door een extreme godsdienst die lijkt op de islam.

Fransen moeten op de middelbare school verplicht alle klassiekers lezen, tot Molière aan toe. Zelfs de boer uit mijn dorpje in midden-Frankrijk kent Flaubert. Maar daarna pakken ze veel minder snel een boek. Ze denken ook nog steeds dat ze in de wereld ver komen met Frans, maar dat is niet meer zo. In Frankrijk wordt minder gelezen dan in Nederland. Relatief gezien zijn er zelfs meer Nederlandse boeken vertaald in het buitenland dan Franse.’

'Slechter dan het nu is kan het in elk geval niet worden.’

Margot Dijkgraaf

Margot Dijkgraaf (intendant voor de Nederlandse ambassade in Parijs en recensent voor NRC Handelsblad):

‘Het gaat heel goed met de Franse literatuur, alleen zijn er heel weinig mensen die dat weten. In het najaar, tijdens de rentrée, komen er vijfhonderd romans uit. In januari heb je de tweede rentrée, dan komen er nog eens tweehonderd uit. Dat zijn natuurlijk niet allemaal meesterwerken, maar er zitten wel ongelooflijk goeie auteurs bij.

Ik vind het heel jammer dat er minder vertaald wordt. Een jaar of tien, twintig jaar geleden werden er zo’n honderd romans uit het Frans in het Nederlands vertaald. De laatste jaren zijn dat er nog rond de dertig. Uitgevers kiezen of voor bekende namen of voor schrijvers die heel toegankelijk zijn. Dan kom je terecht bij iemand als Joël Dicker, dat niveau. Leuk om te lezen, maar je kunt niet zeggen dat hij representatief is voor de Franse literatuur.

Sinds tweeënhalf jaar werk ik als onafhankelijk intendant voor de Nederlandse ambassade in Parijs. Elke maand organiseer ik een debat tussen schrijvers of filosofen of historici. Dat betekent dat ik wekelijks in Parijs ben en veel Franse uitgevers spreek, dus ik ben goed op de hoogte. De Franse ambassadeur zei laatst tegen me: je bent eigenlijk een ambassadeur voor de letteren tussen onze twee landen. Zo voel ik het ook.

Recent zijn er verschillende nieuwe auteurs toegetreden tot de Académie Française. Vroeger was dat misschien geen aanbeveling, maar ze zijn daar echt aan het moderniseren. De eerste is Dany Laferrière, een Haïtiaan uit Canada. Ik heb verschillende uitgevers op hem gewezen, maar het sloeg niet aan. Datzelfde geldt voor Alain Mabanckou. Hij komt uit Congo en doceert aan universiteiten in Amerika, is net toegetreden tot het Collège de France. Spraakmakende figuren, geweldige vertellers, toch is er geen Nederlandse uitgever die zich eraan waagt.

Zelfs de winnaar van de Prix Goncourt uit 2014, Pas pleurer van Lidy Salvayre, is onvertaald gebleven. Ik vind dat onbegrijpelijk, het is echt een goed boek. De winnaar van 2015, Mathias Énard, wordt trouwens wel vertaald, terwijl Boussole een heel dikke roman is over de Oriënt.

Ik denk dat het vooral een economische kwestie is. Als uitgeverijen deze turbulente tijden overleven, zullen ze ook meer risico durven nemen en weer vaker naar het Franse taalgebied gaan kijken. Dat is natuurlijk heel groot. In de Arabische wereld is Frans een belangrijke taal. Veel Arabische literatuur verschijnt in het Frans. Iemand als Amin Maalouf biedt ons een uniek venster op de Arabische wereld, daar hebben wij in Nederland geen equivalent voor. En dan heb je nog Afrika. Heel veel van wat daar gebeurt, kun je proeven in de literatuur. De geopolitieke situatie is zodanig dat de Franse literatuur heel belangrijk kan zijn, dus ik ben niet zo somber over de toekomst. Slechter dan het nu is kan het in elk geval niet worden.’

Wat wordt er dan wel vertaald?

Negen romans die dit voorjaar verschijnen.

Laurent Binet: De zevende functie van taal (Meulenhoff, april, vertaling Liesbeth van Nes). Na een lunch met Mitterand wordt filosoof Roland Barthes doodgereden. De zoektocht van politiecommissaris Bayard voert hem langs beroemde schrijvers, filosofen en politici.

Adrien Bosc: Morgenvroeg in New York (Cossee, april, vertaling Carlijn Brouwer). Auteur deed jarenlang onderzoek voor deze debuutroman over een vliegtuig van Air France dat in 1949 op weg naar New York neerstortte.

Gregoire Delacourt: De vier seizoenen van de zomer (Ambo/Anthos, mei, vertaling Carolien Steenbergen). Vier stellen, afkomstig uit vier verschillende generaties, ontmoeten elkaar in de zomer van 1999 op het strand van Le Touquet.

Joël Dicker: Het boek van de Baltimores (De Bezige Bij, vertaling Manik Sarkar). Marcus Goldman ontrafelt het drama dat zich afspeelde in twee families Goldman: de rijke Goldmans uit Baltimore en de middenklassers uit Montclair.

Nicolas Dickner: Kamer op zee (Nieuw Amsterdam, vertaling Gertrud Maes en Martine Woudt). Canadese roman waarin Lisa de wereld rond reist in een onzichtbare zeecontainer.

Fred Vargas: IJsmoord (De Geus, vertaling Nini Wielink en Rosa Pollé). Thriller waarin de vondst van twee lijken commissaris Adamsberg naar IJsland voert waar de slachtoffers ooit samen op reis waren.

Mathias Menegoz: Karpathia (AtlasContact, vertaling Mirjam de Veth). Historisch epos over de Hongaarse kapitein Alexander Korvanyi die in 1833 terugkeert naar zijn geboortestreek Transsylvanië waar chaos en misdaad regeren.

Patrick Modiano: Een jeugd (Querido, april, vertaling Edu Borger). Zonderlingen kruisen het pad van de jonge Odile en Louis die samen door Parijs dwalen.

Eric Reinhardt: De liefde en de wouden (De Arbeiderspers, mei, vertaling Floor Borsboom). Drie vertellers maken samen de mechanismen van het verstikkende huwelijk van Bénedicte inzichtelijk.