Nader tot Juliana

Lokien de Bie ,

Voor haar biografie van prinses/koningin Juliana (1909-2004) kon Jolande Withuis beschikken over niet eerder gepubliceerde brieven en ander privémateriaal. ‘Ze wilde koningin blijven, hoezeer ze ook de indruk wekte dat het koningschap haar een last was.’

‘Het was of Den Haag bij het dreunen der kanonschoten met een schok ontwaakte. (...) Vlaggen klapperden over de stad. Huis aan huis ging de driekleur uit. Huis aan huis werd gejuicht, gezongen, gesprongen. (...) Nederland bezat een prinses. Prinses Juliana.

De bekendmaking op 30 april 1909 dat koningin Wilhelmina moeder was geworden, leidde onder de aanhang van het huis van Oranje Nassau tot grote opluchting. Met de kleine Juliana was er in elk geval één opvolgster en was het gevaar dat de Nederlandse troon zou worden bezet door een van de vele Duitse verwanten van de Oranje Nassaus voorlopig geweken. De blijheid over de redding van de dynastie won het zelfs van de teleurstelling over de sekse van de nieuwgebore- ne.’

Zo begint Jolande Withuis haar biografie Juliana – Vorstin in een mannenwereld. Een meer dan 800 pagina’s tellende wetenschappelijke biografie, dus met annotaties, literatuurlijst en bronvermeldingen. Zeer aantrekkelijk leesvoer, doordat – naast de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen rond het koningschap – het persoonlijke leven van Juliana veel aandacht krijgt. Een roerende levensgeschiedenis, waar we tot nu toe behalve de kale feiten weinig van wisten, maar door dit boek zo dichtbij komen.

Hoewel het Koninklijk Huisarchief voor de tot 2014 aan het niod verbonden Withuis gesloten bleef, kon zij haar werk onder andere baseren op brieven van Juliana aan vriendinnen en ander nooit eerder gepubliceerd privémateriaal. ‘Voor een psychologiserend biograaf is intiem materiaal onontbeerlijk,’ stelt de schrijfster en sociologe in haar Dankwoord, en memoreert de talloze gesprekken met ‘diegenen die bereid waren te spreken over hun ervaringen met Juliana’ en de ‘roestige kisten vol papieren, plakboeken en brieven’ die de kinderen van haar vaak levenslange vriendinnen beschikbaar stelden.

Koningin Juliana in 1973

vijf episoden

De knappe, vaak analyserende wijze waarop Withuis al deze particuliere informatie weet te integreren in een verslag van de staatkundige geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw – de eeuw die Juliana’s leven bestrijkt – maakt deze biografie tot een feest voor de lezer. Maar knap lastig voor een boekbespreker: samenvatting of stukjes citeren zullen onherroepelijk afbreuk doen aan de juist zo organische opbouw van Withuis’ onderzoek.

Toch maar een poging. De in vijf episoden onderverdeelde biografie begint met de jeugd van Wilhelmina, want ‘de sfeer waarin Juliana opgroeide is niet te begrijpen zonder zicht op de jeugd van haar moeder’. Na de historie van het uitgedunde Oranjehuis, het gelegenheidshuwelijk van de drankzuchtige koning Willem iii met de twintig jaar jongere Emma – dat de dynastie redde met de geboorte van een troonopvolgster – volgt een beschrijving van de strenge ‘welhaast onmenselijke eenzaamheid’ waar ‘Willemientje’ als kind onder leed.

Ofschoon Wilhelmina haar ‘geliefd kind’ een minder geïsoleerde en vrolijker jeugd heeft willen geven, bleef de omgeving waarin Juliana volwassen werd in hoge mate wereldvreemd. Het hof werd bestierd door een adellijke hofhouding die zich verheven voelde boven de bevolking en vasthield aan protocollaire tradities. Een van de achtergronden van Juliana’s levenslange afkeer van protocol, het dragen van hoeden (uit respect voor Juliana droegen voorgangster en enkele goede vriendinnen geen hoed bij haar uitvaart) en de ‘welhaast obsessieve’ wens om ‘gewoon’ te zijn

Pas in haar Leidse studententijd hoorde Juliana er voor haar gevoel helemaal bij. Ze nam deel aan verenigingsactiviteiten; liet zich ontgroenen (!) en sloot vriendschappen voor het leven.

joop ter heul

Juliana bleef enig kind, waardoor haar opvoeding werd getekend door de vrees over het voortbestaan van de dynastie. Zo mocht ze vanwege het gevaar voor besmetting alleen stevig ingepakt naar buiten en moest ze in de tuin handschoentjes aan, voor het geval dat ze een giftige bloem zou plukken. Beseffend dat de extraverte ‘Jula’ hunkerde naar contact met andere kinderen liet haar moeder (door Juliana met de bijnaam ‘Mek’ of ‘Mekkie’ bedacht) haar onderwijzen in een tijdelijk schoolklasje, met drie adellijke meisjes. Dagelijks werden de drie meisjes samen in een koetsje naar de lessen gebracht en gehaald en hadden dan zichtbaar dikke pret. Juliana reed met een hofdame in de verplichte eigen koets en voelde zich buitengesloten. Maar ‘Meks’ goede bedoelingen werden nu eenmaal begrensd door haar opvattingen omtrent adel, hofhouding en koningschap.

Pas in haar Leidse studententijd hoorde Juliana er voor haar gevoel helemaal bij. Ze nam deel aan verenigingsactiviteiten; liet zich ontgroenen (!) en sloot vriendschappen voor het leven. Clubjes met vriendinnen boden haar tot op hoge leeftijd veilige ontspanning door het gevoel er ‘zichzelf’ te kunnen zijn en even te vergeten waartoe zij was voorbestemd.

Amusant is de signalering van de ‘Joop ter Heul-stijl’; populaire hoofdfiguur uit de meisjesboeken van Cissy van Marxveldt. Het jolig taalgebruik van tomboy Joop en haar vriendinnen klonk door in Juliana’s brieven (‘epistels’); woorden als ‘snoes’, ‘dol’ en ‘dolletjes’. En net als de komische naam van Joop ter Heuls vriendinnenclub, de Jopopinoloukicoclub, was de naam van de toneelvereniging die Juliana oprichtte, samengesteld uit de voornamen van de deelneemsters: Achmajeem.

achilleshiel

Na haar studie braken onaangename jaren aan, omdat Juliana omwille van de dynastie gedwongen was een echtgenoot te vinden. Naarmate meer van de mogelijke kandidaten afvielen, werden de opmerkingen van de met die taak belaste bejaarde adellijke heren inzake haar vermeende onaantrekkelijkheid denigrerender. Juliana toonde zich bij deze koppelpogingen steeds minder meegaand.

Die recalcitrantie smolt weg toen zich tijdens de wintersport van 1936 een jonge Duitse prins aandiende, Bernhard zur Lippe-Biesterfeld. Juliana werd ‘dol’verliefd en ook moeder Wilhelmina raakte zo gecharmeerd dat zij nader antecedentenonderzoek achterwege liet. Een jaar later volgde het huwelijk. Withuis noemt het een fundamenteel asymmetrische verhouding, die van Juliana’s kant berustte op het misverstand dat zij dezelfde opvattingen hadden over vorm en inhoud van een modern koningschap. Ook de liefde kwam van één kant: tot haar dood toe heeft Juliana gehoopt dat Bernhard evenveel van haar zou houden als zij van hem.

‘Haar echtgenoot was Juliana’s achilleshiel,’ stelt Withuis, maar dan zijn de geboortes van Beatrix (1938) en Irene (1939), de Duitse inval, het ijlings vertrek van de gehele koninklijke familie uit Nederland en de jaren in Canada waar Juliana en de prinsesjes naar toe werden gestuurd, al de revue gepasseerd. Over die Canadese jaren, waarin Juliana zich ontpopte als actieve ambassadrice van de geallieerde zaak, het continent doorkruiste om lezingen te houden en vriendschappelijke betrekkingen onderhield met het echtpaar Roosevelt, werd in Nederland bericht alsof zij er slechts als ‘gewone huisvrouw en moeder’ haar inmiddels drie kinderen verzorgde.

Geschiedvervalsing, waar Bernhards vermeende heldenrol in het verzet aan bijdroeg. Zijn buitenechtelijke escapades werden verzwegen. Maar vooral historicus Loe de Jong wist Juliana’s rol in zijn documentaireserie De bezetting te bagatelliseren (over deze periode schreef Jolande Withuis het boekje Juliana’s vergeten oorlog, dat in 2014 verscheen).

In het collectieve geheugen had Bernhard de status van oorlogsheld bereikt, terwijl Juliana een plaats kreeg als verbannen, tikje wereldvreemde huismoeder. Tussen de echtelieden ontstond een rivaliteit die na de oorlog in steeds venijniger vorm werd gecontinueerd.

Juliana's lievelingskoekje: froufrou

echtscheiding

De biografie leest als een dramatische thriller wanneer Juliana – inmiddels koningin – via de pacifistische gebedsgenezeres Greet Hofmans in de greep raakt van een religieuze sekte en zowel door eigen als Bernhards toedoen meermalen langs de rand van een constitutionele crisis scheert. De echtelijke paleisstrijd (Bernhard wilde Hofmans’ invloed uitbannen) dreigde Juliana’s functioneren als staatshoofd aan te tasten. Tot de prins een ontknoping forceerde door in het geheim (gekleurde) informatie te leveren voor een alarmerend artikel in het Duitse weekblad Der Spiegel. Een door het kabinet aangestelde commissie van drie heren, de commissie-Beel, moest helpen de huwelijksproblemen op te lossen. Juliana’s echtscheidingswens zette zij tot twee keer toe niet door. ‘Ze was tegenover haar echtgenoot steeds ambivalent,’ schrijft Withuis, ‘hoewel ze openlijk verklaarde dat hij haar leven tot een hel maakte, bleef ze van hem houden. Daarbij kwam dat ze koningin wilde blijven, hoezeer ze ook de indruk wekte dat het koningschap haar een last was.’

Nieuwe onrust veroorzaakten de huwelijken van dochters Irene en Beatrix, en het Lockheed-schandaal, in de biografie gedetailleerd beschreven. Na 32 jaar koningschap trad Juliana af en kreeg ze tijd voor haar kleinkinderen, toneelspelen, fotografie, de yoga-, bijbel- en kunstclubs. Toen braken zware jaren aan. De oude prinses raakte aan paleis Soestdijk gekluisterd door toenemende dementie. De prins kon daar niet tegen en wilde haar niet meer zien. Bezoek kwam er nauwelijks.

Deze omvangrijke biografie maakt veel duidelijk, ja geeft de lezer het gevoel ‘alles’ over Juliana te weten: van eenzaam kind tot koningin van de wederopbouw, van haar spirituele ontvankelijkheid tot haar lievelingskoekje: froufrou.

Jolande Withuis
Juliana – Vorstin in een mannenwereld
(De Bezige Bij)

Meer over Juliana?

Buitenhof, Jolande Withuis is te gast
zondag 23 oktober, NPO 1, 12.10-13.10 uur

Juliana, geen gewone koningin
dinsdag 25 oktober, NPO 2, 21.15-22.00 uur