steun vpro

'Mijn romans zijn geen wapens'

, Hans van Wetering

Onlangs verscheen Keerzijde, van de Portugese schrijfster Dulce Maria Cardoso in Nederlandse vertaling. Een gesprek over ontheemding en 
strijdlust.

Gedenkteken van de Anjerrevolutie

Toen in 1974 in Portugal de Anjerrevolutie een einde maakt aan een halve eeuw dictatuur, betekende dat ook het einde van Portugals koloniale rijk. Meer dan een half miljoen Portugezen moesten halsoverkop het land verlaten waar ze een leven hadden opgebouwd, om terug in het moederland Portugal te ontdekken dat niemand op ze zat te wachten, dat ze met de nek werden aangekeken.

Dulce Maria Cardoso was elf jaar toen ze van de ene op de andere dag met haar ouders Angola moest ontvluchten. ‘We hadden niets, hadden alles achter moeten laten. Lissabon was een chaos, en mijn ouders stuurden me naar mijn opa en oma op het platteland, dat was veiliger. Ik kwam in een compleet andere werkelijkheid terecht. Dat ging om hele alledaagse dingen. Dat je schrale lippen kreeg van de kou in Portugal bijvoorbeeld; ik had geen idee wat ik daartegen moest doen. Ik wist wel alles van matacanhas, een soort kleine worm die als het regende zich een weg zocht onder de huid van je tenen, maar daar had ik niets meer aan. Ik hoorde nergens bij, niet bij die dingen die ik niet kende, niet bij de manier van leven, ik had geen vrienden, geen ouders. Ik moest dus iets verzinnen, een ander ik, een die beter paste bij het leven in het land waar ik terecht was gekomen. Het was een vorm van overleven, ik kon toch moeilijk hele dagen blijven huilen om iets dat niet meer bestond. In feite was ik toen, op elfjarige leeftijd, mijn eerste personage; daar op dat moment werd ik schrijver.’

Publiek persoon

Het zou nog bijna dertig jaar duren voor Cardoso, na jaren als advocaat te hebben gewerkt, in 2002 debuteerde. De recensies waren gelijk lovend, haar romans werden in vele talen vertaald. Het met meerdere prijzen bekroonde Keerzijde uit 2009 is haar derde roman en na Violeta en de engelen (Os meus sentimentos, 2005) de tweede die in Nederlandse vertaling verschijnt.

Afonso is een rijk man met een vrouw die vereenzaamt in hun enorme huis en een minnares die haar eigen vriend onwetend houdt van haar schaduwbestaan als gezelschapsdame. Het huwelijk is slecht, en hun twee kinderen worstelen met het leven: zoon Manuel is beschuldigd van medische nalatigheid en vlucht in een online-relatie, Clara wordt (vergeefs) verliefd op het dienstmeisje Elisaveta, die de armoede van haar dorp in Oost-Europa is ontvlucht. Het is een verhaal van dubbellevens, van miscommunicatie en ontheemding, een verhaal ook over macht en afhankelijkheid.
Het zijn thema’s die in mijn boeken steeds weer terugkeren, zegt Cardoso: ‘Ik kan niet anders, steeds in verschillende gedaantes, verstopt soms, maar soms ook heel direct, zoals in Keerzijde.  Het boek is sinds het verscheen in zekere zin steeds actueler geworden, helaas: de vluchtelingencrisis, de eenzaamheid van social media.’

Het meest direct gebruikte Cardoso haar eigen ervaringen in het boek dat op Keerzijde zou volgen en haar van het ene op het andere moment een publiek persoon maakte. In O retorno (de terugkeerder) uit 2011 vertelt de hoofdpersoon, een jongetje nog, over wat hij in een vluchtelingenopvang in Lissabon allemaal meemaakt nadat hij met zijn moeder en zusje uit Angola is gevlucht. Voor het eerst had iemand die weggestopte geschiedenis van de landverhuizing in een roman vorm gegeven. Druk na druk vloog de winkels uit, iets dat tot de dag van vandaag doorgaat. Cardoso werd ongewild tot spreekbuis gepromoveerd. ‘Een klein monster’, noemde ze haar boek.

Politieke dimensie

‘Toen Keerzijde uitkwam, werd mij gevraagd of ik de thema’s die daarin voorkwamen ooit ook zou verwerken in een verhaal over mijn eigen ervaringen. Op een of andere manier ging dat niet. Het lukte me pas toen ik een beurs kreeg en een tijd in Duitsland kon wonen. Ver weg van mijn familie, ver weg van mijn land. Opnieuw was er die afstand. Ik schreef het zonder enig onderzoek te doen, ik had zo veel herinneringen. Als meisje van tien, elf, was ik vastbesloten om alles wat ik meemaakte te onthouden; door het verdriet dat ik om me heen zag, het verdriet van mijn ouders. Ik was vastbesloten om in mijn leven al het mogelijke te doen om dat verdriet tegen te gaan.’

En dus ging u uiteindelijk romans schrijven?
‘Literatuur is niet geschikt om boodschappen door te geven, mijn boeken zijn geen wapens, maar de thema’s die erin naar voren komen zijn nu eenmaal de thema’s die mij als burger bezighouden. In mijn boeken wil ik mensen een stem geven die anders geen stem hebben, en de lezer daarover te laten nadenken. Een boek schrijven, of een interview geven, of wat ook, is voor mij zonder betekenis als die politieke dimensie ontbreekt.’
De roman waar Cardoso nu aan schrijft gaat over de Estado Novo, zegt ze, het regime van dictator Salazar. ‘Het heeft te maken met de herleving van het fascisme, met het idee ook dat ons model van democratie, vrijheid, tolerantie ergens heeft gefaald, dat onze instellingen vervreemd zijn geraakt van het volk; het volk dat nu de democratie gebruikt om, zoals nu in de Verenigde Staten, iemand te kiezen die lak heeft aan democratische waarden. Mijn nieuwe boek gaat over de prijs van die onvrede, en over dat falen dat nu opnieuw legitimiteit verschaft aan de opkomst van dictators.’

Keerzijde


Dulce Maria Cardoso: Keerzijde

(oorspr. O chão dos pardais, vertaling Harrie Lemmens, uitgeverij Prominent)