steun vpro

Boeken

Hans Crombag & Bert Theunissen

NRC Boekenchef Pieter Steinz is gefascineerd door Johannes Faust en inspireerde hem tot het onderzoeken van vijfhonderd jaar Faust in de kunsten.

Een levenslange fascinatie voor Johannes Faust inspireerde NRC Boekenchef Pieter Steinz tot een tocht langs vijfhonderd jaar Faust in de kunsten. Hoe relevant is de mythische magiër vandaag de dag nog?

De legende mag dan door de eeuwen heen een loopje met hem genomen hebben, Faust was ooit iemand van vlees, bloed, huid en haar. Hij, die volgens de overlevering een pact met de duivel sloot in ruil voor kennis en macht, en daarmee uitgroeide tot een van de meest intrigerende literaire figuren ooit, kwam in 1480 gewoon ter wereld in het Duitse stadje Knittlingen.

Al in zijn eigen tijd snelde Faust's reputatie hem al snel vooruit. Pieter Steinz: "Faust was veel tegelijk: een astrologisch onderlegde wonderdokter, een dodenbezweerder, een alchemist die claimde dat hij goud kon maken. Daarmee trok hij van marktplein naar marktplein, verkondigend dat hij de beste tovenaar ter wereld was die alles kon. Hij deed voorspellingen, zou kunnen zorgen voor de eeuwige jeugd. Uiteindelijk werkte hij zich op en werd door hoogwaardigheidsbekleders naar hun hoven gevraagd. Hij was een hele typerende figuur voor die tijd.”

De fascinatie van Steinz zelf vindt zijn oorsprong in zijn kindertijd. Tijdens een bezoek aan Slot Waardenburg, bij Zaltbommel, wordt bij bij jonge Steinz de kiem gelegd voor een levenslange liefde voor de Faust-legende. “Op Slot Waardenburg werd ik door een rondleider naar de ‘Faust-kamer’ gebracht, die toen nog niet open was voor publiek. Faust zou daar gezeten hebben, in een heel schilderachtig kamertje met maar één raam. Op een gegeven moment wees die man naar een vlek op de muur en vertelde dat dat het bloed van Faust was nadat de duivel hem was komen halen. Dat maakte zo’n ongelofelijke impact dat het me mijn hele leven bleef fascineren.”

Faust verwerd van intrigerende en geruchtmakende figuur in zijn eigen tijd, tot onsterfelijke legende, vrij snel na zijn dood in 1540. Steinz: “Die Faust-figuur was echt iemand uit de volkscultuur. Na zijn dood, die waarschijnlijk door een uit de hand gelopen scheikundig experiment met nogal veel lawaai gepaard ging, zijn de verhalen  gaan opleven. Volgens zijn tegenstanders moest hij wel met de duivel heulen, anders kon je al die dingen natuurlijk niet voorspellen. Langzaamaan ontstond een legende, en uiteindelijk is er een slimme uitgever geweest die het eerste Faust-verhaal uitgeeft: dé hit van de Frankfurter Buchmesse in 1587. Van daaruit is Faust fair game for all. Een verhaal waarvan iedereen denkt: hier kan ik iets mee.”

Zo blijkt. Goethe, Wagner, Randy Newman, Klaus Mann, Heinrich Heine, Carlos Ruiz Zafon: door de eeuwen heen blijft Faust onverminderd gelden als inspiratiebron voor filmmakers, schrijvers en muzikanten. Of het verhaal door kunstenaars wordt geromantiseerd, geparodieerd, uitgekleed, opgeblazen, humoristisch benaderd of serieus benaderd doet daarbij niet ter zake. Hoe het Faust-verhaal ook wordt gebruikt: de vraag ‘Hoe ver wil je gaan, tegen welke prijs?’ blijft een even simpel als onverwoestbaar krachtig literair thema.